interview

Yassine Boubout in het mijnenveld tussen jeugd en politie: 'We hebben elkaar nodig'

Yassine Boubout op de betoging voor Ibrahima: “De organisatoren hebben hun uiterste best gedaan om de gemoederen te bedaren.”© Ivan Put

Activist, onderzoeker, rechtenstudent en graag geziene studiogast als het over politiegeweld gaat. Hij mag dan pas 23 zijn, Yassine Boubout groeide de voorbije jaren uit tot een autoriteit op het vlak van politiegeweld. Vorige week liep hij mee met de betoging voor Ibrahima, de zoveelste jongeman die stierf na een politieoptreden. “De rode draad? Politie en parket criminaliseren die slachtoffers.”

Wie is Yassine Boubout?

  • 23 jaar
  • Groeit op in Antwerpen, woont in Brussel
  • Studeert rechten aan de VUB sinds 2016
  • Oud-voorzitter Movement X, de beweging van Abou Jahjah
  • Onderzoeker voor het rapport 'Police brutality and community resistance' van het 'European Network against Racism'
  • Bestuurslid vzw Uit de Marge, steunpunt voor jeugdwerk

Dat hij een beetje een mediaster aan het worden is, merken we op als we Yassine Boubout ontmoeten in het imposante gebouw van jongerenvzw Capital nabij IJzer. De prille twintiger was de avond voordien pas op De Afspraak, terwijl ook De Zevende Dag aan zijn mouw hangt en hem de dag voor een examen in de studio wil. Boubout, die in zijn jeugd ook zelf mocht ondervinden hoe politie­geweld werkt, blijft er stoïcijns onder. “Niet ik, maar de boodschap is belangrijk: racisme, etnisch profileren en geweld bij de politie doen stoppen, dat kan echt.”

U twijfelt vaak of u wel interviews zou geven door de vele haatreacties. Vanwaar komt die afkeer, denkt u?
Yassine Boubout: Eindredacteurs kiezen graag een spannende of provocerende titel. Aangezien veel van die artikels achter een paywall zitten, zien veel mensen niet meer dan dat en gaan ze los op sociale media. Zeker in tijden van corona speelt ons leven zich vaak online af. Terwijl je dan zit te tokkelen en lachen met je vrienden krijg je weer een melding van iemand die je net een 'makak' noemde.

Of vijfsterrencrapuul zoals vandaag nog op Twitter.
Boubout:Ja, maar die vond ik goed. Als ik een hotel was, was ik een tophotel. Maar soms zijn dat tien berichten op rij. Dat verpest de sfeer.

1737 Yassin Boubout 10
© Ivan Put
| Yassine Boubout: "Bij zeventig tot tachtig procent van de opgeloste zaken liggen tips van burgers aan de basis. Maar dan moeten die burgers je natuurlijk wel eerst vertrouwen."

U bent nochtans niet iemand met extreme meningen, maar u zoekt eerder naar oplossingen, bijvoorbeeld voor de spanningen tussen jongeren en politie. Is dat misschien net de reden voor die reacties, dat u de knusse polarisering doorbreekt?
Boubout: Dat denk ik wel. Iemand die met een realistisch verhaal komt en ook wat invloed begint te krijgen, dat kan mensen bang maken. Dan is de boodschap al snel: in diskrediet brengen. 'Zo iemand is een bedreiging voor waar wij voor staan,' is dan de teneur. Maar wees gerust: iedereen met een migratieachtergrond die in de media komt, krijgt racistische bagger. Zelfs een N-VA-politica als Assita Kanko.

U was bij de betoging voor Ibrahima. Was die eigenlijk wel een goed idee? Na zo'n manifestatie breken steevast rellen uit, en vijftien agenten raakten gewond. En dat het niet realistisch was om de coronaregels te volgen, was toch vooraf al duidelijk?
Boubout: Wat de rellen betreft: het is aan de politie om de veiligheid te garanderen en de risico's in te schatten. De organisatoren van hun kant hebben hun uiterste best gedaan om de gemoederen te bedaren. Ze zijn daarbij van de twee kanten belaagd en hebben stenen, matrakken en waterkanonnen geïncasseerd.
En wat corona aangaat: hoewel bijna iedereen een mondmasker droeg, begrijp ik dat argument wel, zeker nu de cijfers stijgen. Maar tegelijk bepaalt corona ook niet alles in onze samenleving. Het algemeen belang, dat is niet enkel de pandemie, maar ook het onderwerp van de betoging.

Yassine Boubout, activist, onderzoeker en student rechten
© Ivan Put
| Yassine Boubout: "Ik zie wel heel wat individuele agenten van goede wil. Maar ik mis dat bij de offi cieren. Dat is ook wat ik hoor van agenten die ik ken."

U hebt ook contact met nabestaanden van andere mensen die onlangs stierven tijdens een politieoptreden, zoals Adil of Mehdi – die alle twee aangereden werden door een politiepatrouille. Wat is de rode draad tussen al die gevallen?
Boubout: En dan is er nog Dieumerci Kanda, die in heel vreemde omstandigheden stierf in een Anderlechtse politiecel. Of Lamine Bangoura, die in Roeselare overleed, nadat agenten hem met industriële strips hadden geboeid en onder druk hielden. De rode draad? Dat elk van die slachtoffers daarna wordt gecriminaliseerd in de media, bijvoorbeeld door lekken of persberichten van politie of parket. Het eerste dat men doet, is ervoor zorgen dat de persoon in kwestie schuldig lijkt. Achteraf blijkt dat dan helemaal niet zo te zijn.

Ik vermoed dat het bij Ibrahima ook zo zal zijn. Eerst heette het dat hij na de avondklok werd opgepakt, terwijl hij al voor 21 uur overleed. Bij Mehdi hoorden we eerst dat er iets met drugs was en dat hij gekend stond, terwijl de politiesirene aanstond en aan die zijde alles oké was. Beetje bij beetje maar hoor je dan dat die eerste versies niet kloppen. De media nemen communicatie van de politie en justitie ook gewoon letterlijk over. Maar de politie is in die gevallen één partij en dan is het woord van de familie of hun advocaat gelijkwaardig. Ik dacht dat journalisten het na het geval-Chovanec (Slowaak die stierf na een politieoptreden op de luchthaven van Charleroi, red.) zouden doorhebben, dat je een pv niet zomaar voor waar moet aannemen.

Alexis Deswaef, de advocaat van de familie van Ibrahima, deelde op de betoging mee dat de politie het slachtoffer ruim vijf minuten had laten liggen. Was dat niet de gemoederen ophitsen?
Boubout: De opdracht van de advocaat is om de waarheid aan het licht te brengen voor zijn cliënt. Dat heeft meester Deswaef gedaan. Ik ben ervan overtuigd dat hij dat deed omdat er andere berichten circuleerden die het slachtoffer door het slijk haalden.

Bij de drie bekendste gevallen in Brussel – Adil, Mehdi en nu Ibrahima – is er sprake van een vlucht voor de politie. Is dat niet de kern van het probleem: dat jongeren zo bang zijn voor de politie dat ze zichzelf in levensgevaar brengen?
Boubout: Wat Ibrahima betreft wordt dat vluchtverhaal betwist. Hij zou de politie gefilmd hebben en dan kan je moeilijk tegelijk vluchten. Ik wil trouwens even verduidelijken dat te voet wegvluchten als de politie 'stop' roept niet verboden is. Met een voertuig is iets anders. En zelfs als Adil met een motor vlucht, doet hij nog steeds niets anders dan het negeren van een politiebevel in het verkeer. Dan mag je wel de vraag stellen of die jongen achtervolgen de grootste prioriteit was, waardoor zelfs het antibanditismeteam dat hem heeft aangereden erop af is gereden. Kan dat niet anders? Adil had een nummerplaat, er zijn camera's ... Die zaak kon je achteraf onderzoeken zonder het leven van Adil, de agenten én de omstanders in gevaar te brengen.

Yassine Boubout, activist, onderzoeker en student rechten
© Ivan Put
| Yassine Boubout: "Het parket heeft de politie nodig. Maar het is wel degelijk belangrijk dat agenten die disproportioneel geweld gebruiken ook voor een echte feitenrechter verschijnen."

Maar het begint toch al bij het wantrouwen tegenover de politie? In een ideale stad is er geen reden om te vluchten.
Boubout: Als je niets anders kent dan agenten die je afblaffen, uitschelden, slaan en zomaar oppakken, dan loop je weg. Ik ben vroeger ook weggespurt zodra er een combi opdook, terwijl ik niets gedaan had en niet gezocht werd. Want die combi, dat kon twaalf uur in de cel betekenen, klappen, schaamte op straat. Dat is niet niets, iedereen die staat te kijken hoe je midden op het plein wordt gefouilleerd. Wie getuige is van zo'n tafereel, gaat er al snel van uit dat die persoon wel iets zal gedaan hebben. In principe moet de politie mensen die ze arresteert of tegenhoudt beschermen voor publieke nieuwsgierigheid, maar dat gebeurt niet. Het gevolg? Als straks de allervriendelijkste en minst racistische agenten van heel België in een combi opduiken, ga je toch lopen.

Is er een evolutie bij de politie de voorbije jaren?
Boubout: Ik zie wel heel wat individuele agenten van goede wil. Maar ik mis dat bij de officieren. Dat is ook wat ik hoor van agenten die ik ken. De top van de federale politie lijkt wat meer oor te hebben naar het middenveld, maar zij botsen dan weer op de mensen op het terrein.

Yassine Boubout, activist, onderzoeker en student rechten
© Ivan Put
| Yassine Boubout op de betoging voor Ibrahima: “De organisatoren hebben hun uiterste best gedaan om de gemoederen te bedaren.”

Het debat over politiegeweld is vaak voorspelbaar: enerzijds is er een groep die de politie diaboliseert en aan de andere kant politici die enkel over het geweld tégen de politie willen spreken. U bent vooral in oplossingen geïnteresseerd. Hoe overbrug je de kloof tussen jongeren en de politie?
Boubout: We zijn nu bezig met 'Zo geflikt', een project van de vzw Uit de Marge, waarbij we lokale politiekorpsen dichter proberen te brengen bij bepaalde jongeren, vooral in sommige jeugdhuizen. We doen dat in een traject van lange adem, waarbij we de jongeren een jaar lang opleiden. We scholen hen in het functioneren van de politie, haar bevoegdheden, in debattechnieken. Daarnaast hebben we ook gesprekken met agenten waarin we hen tonen hoe ze zich best kunnen gedragen tegenover jongeren, hoe ze conflicten kunnen ontmijnen. Op het einde ontmoeten ze elkaar voor een dialoog. In Gent leverde dat alvast een supermooi gesprek met de politie op. In het begin had ik gevraagd hoeveel jongeren misschien agent wilden worden: één van de vijftien. Na het gesprek waren het er plots al zes! Er verdwenen ook misverstanden. De jongeren waren ervan overtuigd dat agenten zelf kozen om bepaalde mensen te controleren, maar hoorden daar dat het overgrote deel van die controles gebeurt nadat burgers de politie hebben gebeld. Agenten zagen dan weer in hoe gevoelig foto's van de jongeren nemen ligt. Hier in Brussel willen we dat met de vzw Capital binnenkort ook in alle korpsen gaan doen. Het is misschien een quick fix, maar het helpt echt.

Als dat de 'quick fix' is, wat is dan de duurzamere oplossing?
Boubout: Daarvoor kijk ik vooral naar de politie. De klachten zijn al vele jaren dezelfde: racisme, etnisch profileren, geweld. We kunnen dat voor een deel oplossen door in het takenpakket van de politie te snoeien. Omgaan met mensen onder invloed of daklozen bijvoorbeeld, daar zijn agenten niet voor opgeleid, maar sociaal werkers wel.

Verder moet het klachtenmechanisme helemaal anders. De drempel is te hoog, de procedure ondoorzichtig en er is vaak partijdigheid. Zo zijn de mensen van het intern toezicht verantwoordelijk voor tuchtmaatregelen tegen collega's met wie ze geregeld koffie drinken! Ten slotte moet de trend naar een meer repressieve politie gekeerd worden. We hebben agenten nodig die meer in de wijk zijn op een positieve manier. Een studie van enkele jaren geleden toonde aan dat veel agenten pascontroles zagen als een manier om contact te leggen in de wijk (schudt lachend het hoofd). Dat is geen community policing, maar machtsvertoon. In de plaats kan je agenten hebben die de jongeren bij naam kennen, ze goedendag zeggen. Als er dan iets gebeurt in de wijk, heeft zo'n agent ook sneller inzicht in wie er alvast niet achter kan zitten, omdat hij net van school komt bijvoorbeeld.

Of zo'n netwerk kan ook tips opleveren.
Boubout: Klopt. Bij zeventig tot tachtig procent van de opgeloste zaken liggen tips van burgers aan de basis. Maar dan moeten die burgers je natuurlijk wel eerst vertrouwen.

Moet er ook bij de jongeren en hun families iets veranderen? Je hoort vaak kritiek op de afwezigheid van de ouders van jongeren met een migratieachtergrond, die kinderen vooral uit het huis zouden willen zien.
Boubout: Ah, het bekende 'Waar zijn de ouders?' Dat is zo belachelijk. Geen enkele ouder zegt: 'Ga die agent maar slaan of ga maar rel schoppen.' Ouders zijn altijd betrokken bij hun kinderen en ze zijn er kapot van als ze post krijgen van de politie. Maar het is wel zo dat er in arme wijken vaak heel weinig plaats is binnenshuis. Op dat moment worden de straat en het plein je living. Veel mensen vergeten dat, vaak mensen met heel ruime appartementen en een tuin. Daarnaast is er ook een duidelijke link tussen armoede en criminaliteit.

Yassine Boubout, activist, onderzoeker en student rechten
© Ivan Put
| Yassine Boubout verhuisde van Antwerpen naar Brussel: “Brussel is het New York van België.”

In 'De Afspraak' had u het er onlangs over dat het parket vaak de buitenvervolgingstelling vraagt van agenten die duidelijk geweld pleegden. Hoe komt dat?
Boubout: Ik heb het gevoel dat de politie een speciale behandeling krijgt. Je mag ook niet vergeten dat de band tussen politie en parket heel gevoelig is. Het parket heeft de politie nodig. Maar het is wel degelijk belangrijk dat agenten die disproportioneel geweld gebruiken ook voor een echte feitenrechter verschijnen. Zelfs als hun gedrag daar zou gebanaliseerd worden. Er is in dat verband een prachtige uitdrukking: 'Justice must not only be done, it must also be seen to be done.'

U had zelf al vroeg negatieve ervaringen met de agenten, bijvoorbeeld toen u op achtjarige leeftijd verdacht werd van een fietsdiefstal. Hoe komt iemand er dan toe om toch samen te werken met de politie?
Boubout: Dat was heel moeilijk, ik ben daar lang tegen geweest. Maar je wordt wat ouder en wijzer en begint in te zien dat je elkaar nodig hebt. Ik ben agenten beginnen uit te nodigen om iets te gaan drinken, praatte wat na bij debatten. Daar heb ik gemerkt dat er ook goodwill is. En zonder de agenten zullen we het veiligheidsbeleid niet kunnen veranderen.

U bent van Antwerpen naar Brussel verhuisd. Hoe ...
Boubout: Gevlucht (lacht)! Ik vond dat er in Antwerpen geen leuke sfeer hing. Ik vind het een mooie grote stad met een dorpsmentaliteit. Dan is Brussel een echte stad, het New York van België. Ik vind de mentaliteit hier mooier, de mensen opener, het openbaar vervoer veel beter.

En is het uiteindelijke doel is nog steeds werken in het buitenland?
Boubout: Mijn droom is nog steeds om een job te vinden in de sector van het gewapende conflict. De strijd voor rechtvaardigheid heeft me altijd aangetrokken: Irak, Palestina ... Ik wil mijn steentje bijdragen om zulke knopen te ontwarren. En zoals veel mensen van kleur wil ik ook wel naar het buitenland omdat het hier erg traag gaat. Onze buurlanden staan veel verder, bijvoorbeeld als het over diversiteit in de media gaat.

En geen ambitie om in de politiek te gaan?
Boubout: Nee, ik heb bij de lokale en federale verkiezingen telkens geweigerd. Onlangs heb ik nog een hoge kabinetsfunctie in de federale regering afgeslagen. Politiek zou mij de mond snoeren en dat ligt me niet.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?