interview

Matteo Sedda danst het taboe weg: 'Iedereen mag weten dat ik HIV heb'

© Ivan Put
Bekijk ook de afspeellijst: woensdag 9 september 2020

“Op het podium poneren dat ik hiv-positief ben is behalve een artistieke ook een politieke daad,” zegt de activist in de Brusselse danser en choreograaf Matteo Sedda. In tijden waarin een ander virus alle aandacht opeist pleit hij voor meer seksuele opvoeding, hiv-preventie en aidsonderzoek.

Toen de Sardijnse danser Matteo Sedda hoorde dat hij mocht meedoen in Mount Olympus, de 24 uur durende performance van het gezelschap van Jan Fabre, lag de wereld aan zijn voeten. “Ik voelde me haast onsterfelijk. Die voorstelling was mijn opstapje naar de wereld. Ik ontmoette zoveel mensen die inmiddels vrienden zijn geworden, onder wie de andere leden van mijn huidige Vitamina-collectief. De dominosteentjes begonnen te rollen… Maar dan gebeurde er iets, uit het niets, waaruit bleek dat ik helemaal niet onsterfelijk was.”

Een routinecontrole wees uit dat Sedda besmet was met het hiv-virus. Plots stond hij met beide voeten weer op de grond, het begin van een verwarrende tijd vol mixed feelings, maar met het kleurrijke POZ (slang voor hiv-positief) als positief eindresultaat — pun intended. De voorstelling is in het kader van het PrideFestival straks te zien in de Beursschouwburg, maar Sedda is intussen ook een van de vijf jonge dansers die door de KVS opgepikt werden.

Onder de noemer Just As Long As You Are There mag hij coronaproof solowerk in progress voorstellen op het plein achter het stadstheater. In zijn geval: Never Stop Scrolling Baby, een minimalistische voorstelling over de information overload en de visuele pornografie waarmee we dagelijks via onze scherm- en scrollverslaving geconfronteerd worden. “Bij Vitamina laten we ons inspireren door de crack van de samenleving. We hebben een voorkeur voor thema’s die onze identiteit in vraag stellen en die ons oncomfortabel doen voelen omdat er een taboe op rust … met als ultieme bedoeling dat ongemakkelijke gevoel weg te nemen door er open over te communiceren.”

“Mensen met hiv sterven niet langer aan het virus, maar aan het stigma,” zeg je in de BRUZZ-televisiereportage (bekijk die bovenaan het artikel). Dus moeten we het over dat stigma hebben?

Matteo Sedda: Inderdaad. Het hangt natuurlijk af van waar je vandaan komt. In Afrika sterft men nog steeds van het virus, omdat er amper toegang is tot gezondheidszorg. Maar in Europa weegt het stigma veel zwaarder door. Uit schrik wachten hiv-positieve mensen vaak te lang om een test te laten afnemen, met soms fatale gevolgen. De schuld van het maatschappelijke taboe dat op seksualiteit en drugs kleeft. Jonge mensen sterven omdat ze er niet over kunnen praten.

1721 Matteo Sedda 2

Kan je de emoties omschrijven die je ervoer tijdens je eigen aanvaardingsproces?

Sedda: Toen ik mijn diagnose vernam, had ik gelukkig een liefdevolle partner, familie en vrienden om me heen. In eerste instantie voelde ik me oké. Hiv-positieve vrienden hadden me steeds verteld dat je een normaal leven kan leiden als je dagelijks je pil inneemt. Maar na een maand of twee kwam er een diepere reactie, alsof ook mijn brein de diagnose verwerkt had. Ik begon bang te worden en sloot me af in mijn melancholische bubbel. Dat duurde tot ik research begon te doen naar kunstenaars die seropositief waren in andere tijden. Pas toen ik besefte dat zij stierven om mij te laten leven, fleurde ik weer op en kon ik opnieuw trots zijn op wie ik was.

1721 Matteo Sedda 2
© Ivan Put
| Matteo Sedda.

Is die hervonden levenslust ook de reden waarom je tijdens de performance kleurrijke Keith Haring-sokken draagt?

Sedda: (lacht) Ja, exact! Maar in POZ gebruik ik nog veel meer referenties naar kunstenaars uit de periode dat op een hiv-besmetting nog een doodsvonnis rustte, zoals het werk van David Wojnarowicz, die zijn ervaringen als homoseksueel in een homofobe wereld optekende, en van zijn partner, de fotograaf-activist Peter Hujar. Hun werk is fundamenteel voor mij. Terwijl ze hun lichaam voelden aftakelen en aftelden naar hun dood, bleven ze kunst maken. Tegelijk waren ze heel open over hun hiv-status. Dat was een supersterk signaal. In de voorstelling probeer ik me in hun situatie in te leven.

Peter Hujar’s Diagnostic Letter, de brief met de hiv-diagnose die Hujar in 1987 kreeg van zijn dokter en waarop Wojnarowicz twee kussende mannen tekende, heeft intussen een iconische status in de holebigemeenschap, precies omdat het haar een hart onder de riem stak. Ook POZ wil meer zijn dan een artistiek statement?

Sedda: Ik creëer in het stuk een universum waarin ik de kracht vind om op het einde te zeggen: ‘Ik ben hiv-positief.’ Voor mij is dat naast een artistieke ook een politieke daad. De voorstelling is zo kleurrijk omdat ze eigenlijk niet over de dood gaat, maar over het leven. Ze toont dat we niet meer in het verleden leven en moeten proberen te genieten. Maar om het licht te zien moet je vaak eerst de duisternis doormaken en begrijpen.

Welke stappen moet deze samenleving nog zetten om het stigma weg te nemen en meer gelijkheid te creëren? Wat zijn daarbij de grootste obstakels en wat stemt je hoopvol?

Sedda: Het taboe dat nog steeds rust op seksualiteitsbeleving is het grootste probleem. Daarom is een betere seksuele opvoeding zo belangrijk. Het is me opgevallen dat er in het katholieke Italië meer werk aan de winkel is. Hier zie ik bijvoorbeeld een minder groot verschil tussen hoe mannen en vrouwen zich kleden.

Mijn hoop ligt bij de jonge generatie. Zij hebben de sleutel van onze culturele evolutie in handen. Ik zie 12- en 13-jarigen die veel genuanceerder, minder binair en volgens vastgelegde patronen denken dan oudere generaties. Daar word ik blij van.

Daarnaast heb ik hiv-positieve vrienden die nog steeds problemen ondervinden om een dokters- of tandartsafspraak te krijgen. Daar moeten we op blijven hameren. Maar sensibiliseren is lastig, want door de goede medicatie zijn we onzichtbaar geworden. Erover praten hoeft niet meer om het te overleven. Maar als we dat niet doen, is er minder geld voor onderzoek en preventie. Die groeiende kloof tussen de dagelijkse realiteit en wetenschappelijk onderzoek is een bekommernis.

Dus moeten we erover praten op het podium?

Sedda: ‘Ook als het lijden ons sprakeloos laat, moeten we erover praten, want het is de enige manier om weerstand te bieden en te overleven.’ Dat was het mooie manifesto van de ACT UP-beweging, zoals beschreven door de Italiaanse auteur en curator Tomasso Speretta. Daar trek ik me als kunstenaar aan op. We zijn jong, krijgen geen subsidies, maar zullen blijven werken. Met Vitamina willen we van taboes gespreksonderwerpen maken. Mijn belangrijkste tool daarbij is mijn eigen breekbaarheid. Ik wil mijn publiek laten voelen dat we leven, maar niet onsterfelijk zijn.

Never Stop Scrolling Baby (Just As Long As You Are There)? 15/9, 17.00, 20.00, 17/9, 20.00, KVS, www.kvs.be

POZ 16/9, 20.00, 22.00, Beursschouwburg, www.beursschouwburg.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?