reportage

Op de afdeling gynaecologie: 'Een kneepje in de hand is sterker dan uren praten'

Dokter Serge Rozenberg op de gynaecologische afdeling van het Sint-Pietersziekenhuis: "Onze patiëntes zijn erbij gebaat dat de vroedvrouw en de gynaecoloog twee handen op één buik zijn."© Saskia Vanderstichele

In het mooie, oude Sint-Pieterziekenhuis midden in het hart van de Marollen, bevindt het leven zich op een haardikte van de dood, en worden arm en rijk gestript van hun status tot enkel nog een ‘mens’ overblijft. Dat is niet het minst zo op de gynaecologische afdeling, waar de verloskundigen rond diensthoofd Serge Rozenberg elke dag in aanraking komen met de januskop van de Brusselse binnenstad.

Een kind is altijd een lichtpunt in het leven van een moeder. Het is een nieuw begin,” vertelt Linda Doeraene. De vroedvrouw werkt al 22 jaar in het Universitair Medisch Centrum (UMC) Sint-Pieter in de Marollen, en is het hoofd van Aquarelle, een project dat zwangere vrouwen uit minder fortuinlijke maatschappelijke situaties samenbrengt.

“De mensen die hier langskomen, leven vaak op hoop: een vrouw die sociaal geïsoleerd is, krijgt via een kind soms weer ingang in de maatschappij.”

In Sint-Pieter, waar Doeraene werkt, heeft vijftien procent van de vrouwen die bevallen geen identiteitsbewijs of andere papieren. De helft van de patiëntes van Sint-Pieter is afhankelijk van het OCMW of Fedasil, een derde is onlangs geïmmigreerd, en nog eens een derde van de vrouwen komt moederziel alleen het ziekenhuis binnen, zonder steun van familie of vrienden.

Tien procent van de patiënten spreekt geen woord Engels, Frans of Nederlands. Op demografisch vlak is Brussel één grote paradox, en dat toont zich ook in de geboortestatistieken. Het aantal verloskundige complicaties is hier hoger dan elders, en ook doodgeboortes komen vaker voor.

Die statistieken hebben alles te maken met een hoger armoedecijfer, iets wat de dokters hier dagelijks aan den lijve ondervinden. “Veel mensen zijn bang om naar het ziekenhuis te komen als ze geen papieren bezitten, of geld om een consultatie te betalen.

Maar wij móeten de mensen helpen, en wat ze niet hebben, kunnen ze ook niet geven. Als een vrouw niet op consultatie komt, dan kunnen wij ook niet weten wat er misloopt wanneer ze aan het bevallen is - bloedingen, een baby met overgewicht, zwangerschapsdiabetes … er kan zo veel mislopen.

Als iemand met hiv bijvoorbeeld vroeg in de zwangerschap bij ons langskomt, kunnen wij met medicatie voorkomen dat ze het overdraagt op haar baby. Consultaties zorgen ervoor dat wij tot in de puntjes zijn voorbereid om een goede bevalling te doen.”

Julie Belhomme gynaecologe in het Sint-Pietersziekenhuis

Een mens in nood

‘Moeilijke’ patiënten die nauwelijks welkom zijn in andere ziekenhuizen - vaak mensen zonder geld of papieren - worden vaak rechtstreeks doorverwezen naar het ziekenhuis aan de Hallepoort, tegen de medische ethiek in. “Die mensen zonder papieren, noem ik de ‘ghosts’,” vertelt gynaecologe Julie Belhomme.

“Ze komen voor in geen enkele statistiek.” Belhomme is zelf afkomstig uit Ukkel en leeft dagelijks in een tweespalt tussen de blanke hogere middenklassewijk, en het UMC Sint-Pieter. “Het gebeurt dat vrouwen, zelfs nadat hun water is gebroken, vanuit een ander ziekenhuis de metro nog worden opgestuurd naar onze afdeling,” zegt ze zuchtend. “We hebben al vrouwen gezien met bloed tussen hun benen in onze wachtkamers. De dokters die die vrouwen doorsturen, breken volgens mij hun eed van Hippocrates. Een mens in nood moet meteen geholpen worden, daar waar hij of zij zich aanmeldt.”

sint-pietersziekenhuis.jpg
© ellyps.com
| Het Sint-Pietersziekenhuis in de Marollen.

De vroedvrouwen en psychologen zitten hier zij aan zij aan tafel met de gynaecologen, en dat is niet in elk ziekenhuis een vanzelfsprekendheid. “Er is een familiegevoel tussen alle werknemers hier,” vertelt Doeraene, en dat voelen ook wij meteen wanneer we binnenkomen. Diensthoofd Serge Rozenberg vond het belangrijk om het hele team uit te nodigen, omdat iedereen tenslotte een even belangrijke verantwoordelijkheid op de vloer draagt. “In andere ziekenhuizen is het al snel van ‘ja dokter’, of ‘ja professor’,” vervolgt Rozenberg.

“Maar dat soort hiërarchische begrenzing hoeven we hier niet. We hebben slechts één gemeenschappelijk doel, en dat is het welbevinden van onze patiënt. Die is erbij gebaat dat de vroedvrouw en de gynaecoloog twee handen op één buik zijn.”

Julie Belhomme gynaecologe in het Sint-Pietersziekenhuis

Dat hoge niveau van samenwerking is in dit ziekenhuis nodig, want vaak is het behelpen door de drukte en het gebrek aan middelen. Zelfs het schoonmaakpersoneel wordt soms in de verloskamer gevraagd, bij gebrek aan genoeg vertalers voor de vele anderstalige patiënten.

“Al te vaak kom ik thuis met het gevoel dat ik een vrouw niet goed genoeg geholpen heb,” geeft Belhomme toe. “Geruststelling en communicatie zijn belangrijk voor een arts. Als ik iemand niet kan helpen in haar eigen taal, heb ik het gevoel dat ik te bruut ben geweest. Ach, om sommige dingen te zeggen, heb je natuurlijk niet veel woorden nodig.

We zijn allemaal menselijke wezens: als ik op mijn monitor zie dat het hartje van een baby niet meer klopt, dan is dat ook voor mij een catastrofe, en heeft de patiënte nog geen milliseconde nodig om van mijn gezicht af te lezen wat er aan de hand is. Tezelfdertijd is een kneepje geven in de hand van een Guinese patiënte soms sterker dan een uur praten in mijn moedertaal.”

Dokter Serge Rozenberg gynaecologische afdeling Sint-Pietersziekenhuis
© Saskia Vanderstichele
| Dokter Serge Rozenberg, op de gynaecologische afdeling van het Sint-Pietersziekenhuis.

Razend

Een van de redenen waarom Belhomme hier ondanks de complexiteit nog steeds werkt, is omdat ze het gevoel heeft dat ze in Sint-Pieter dagelijks meer bijleert over de wereld dan een andere dokter die elders werkt. Al is het ook moeilijk om gewoontes uit een andere cultuur te accepteren.

“Ik kan het bijvoorbeeld moeilijk verkroppen als een vrouw de toestemming moet vragen aan haar vriend of man om anticonceptie te mogen nemen,” zegt Belhomme. “Het is een rijke job met veel voldoening, maar soms moet ik aanvaarden dat sommige culturele waarden waar ik op bots, die van mij overrulen. En dan is het aan mij om me aan te passen.”

“Ik blijf hier werken omdat ik fantastische collega’s heb die ik graag zie, met wie ik kan praten wanneer ik het zelf moeilijk heb, en dat zal voor mij altijd opwegen tegen het hogere salaris dat ik in een privéziekenhuis krijg,” besluit ze. “Maar ik word af en toe razend van het gebrek aan middelen waarmee we het moeten stellen - en ik word nog kwader als ik eraan denk dat niemand anders hulp wíl bieden. Maar daardoor krijg ik ook het gevoel dat ik echt iets bijdraag. Je geeft veel, maar je krijgt nog meer terug. Ik zou nergens anders meer willen werken.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?