column

Beeldspraak: hete brokken in een romantische ruïne

© Photonews
| 1910. Brand op de Wereldtentoonstelling. 'L'Amour verbrand in het Frans paviljoen.

Elke week voorziet Michaël Bellon een oude persfoto van een nieuw onderschrift. Deze week: L'Amour  in het verbrande Frans paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1910.

Een poëtische persfoto die het misschien tot een historisch museum had kunnen schoppen in plaats van tot een archief. Als je haar bekijkt, komen spontaan een paar gelijkaardige beelden voor de geest. De in een eeuwige omhelzing gecarboniseerde geliefden in Pompei, bijvoorbeeld.

Maar ook de foto van Alfred Eisenstaedt, waarop een Amerikaanse marinier op 14 augustus 1945 de overwinning viert door - overigens ongevraagd - een aanwaaiende voorbijgangster op Times Square te kussen. Die beroemde foto is genomen dag op dag 35 jaar na deze, die op haar beurt een voorschot lijkt te nemen op die 35 catastrofale jaren in de recente geschiedenis van West-Europa.

Het is 1910, vier jaar voor de nog ondenkbare Eerste Wereldoorlog: welvaart en vooruitgang, almaar fraaiere en uitdijende steden, en te midden van het opgepompte nationalisme ook hier en daar een prille Europese gedachte, zoals Stefan Zweig zo helder beschreef in zijn testamentaire kroniek De wereld van gisteren.

michael bellon

Die elementen zijn ook de drijvende krachten achter de elkaar snel opvolgende Wereldtentoonstellingen. Miljoenen bur­gers komen daar welvaart, stad en internationale betrekkingen vieren. En niet alleen met taart en koffie. Het zelfs naar hedendaagse normen nog megalomane Expo 58 staat ons nog klaar voor ogen, maar ook de Brusselse Wereldtentoonstelling van 1910 op Solbosch en in het Jubelpark was groots van aanpak.

De constructies die ervoor werden gebouwd waren zo ambitieus dat het achteraf gezien misschien niet hoefde te verwonderen dat op 14 augustus grote delen in vlammen opgingen en instortten tot deze romantische ruïne, waarin alleen nog de liefde restte. Alvast een hint dat er grenzen waren aan de groei en een einde kon komen aan het feestje.

Op een wat geforceerde manier benadert de man in uniform het zoenoffer, alsof het de stoffelijke resten van echte mensen betreft. Alsof hij voor de foto nog eens overdoet hoe hij officieel het overlijden wilde attesteren, maar toen tot zijn verbijstering vaststelde dat de slachtoffers nog passioneel aan het leven vasthielden.

Overigens waren dit soort publieke omstrengelingen geen evidentie op het einde van het Victoriaanse tijdperk, waarin de liefde sowieso verworden was tot een aangebrande abstractie, en Wereldtentoonstellingen hoofdzakelijk bezocht werden door heren met stijve kragen en dames in kuise korsetten. Halfnaakte lijflijkheden konden eigenlijk alleen als je zoals deze hete brokken een gevleugelde allegorie van steen was, of wachtte tot na de oorlog.

Deze foto spreekt net als die van Eisenstaedt aan als makkelijke metafoor voor het gedeelde verlangen dat liefde uiteindelijk en hoe dan ook altijd zou overwinnen. Voor de hunker naar haar snelle terugkeer na de verwoesting. Vraag het iedereen afzonderlijk, en je zal vaststellen dat er consensus bestaat over de na te streven naastenliefde.

Laat iedereen vervolgens weer zijn gang gaan, en het zal snel blijken dat die universele consensus niet volstaat om groot onheil te voorkomen. De ongeïnformeerden, de benadeelden, de bedreigden, de mishandelden, de geesteszieken en de andere menselijken lijken dan een noodlottig mechanisme te voeden dat alles langzaam van de rails doet lopen zoals in 1910 al aan het gebeuren was. Eigenlijk had deze foto dus kunnen volstaan als wereldtentoonstelling.

Column: Beeldspraak

Elke week voorziet Michaël Bellon een oude persfoto van een nieuw onderschrift in zijn column Beeldspraak.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?