column

Beeldspraak: Belgian waffle

© Photonews
| 2009. Toerisme in Brussel.

Elke week verzint Michaël Bellon een nieuw onderschrift bij een oude persfoto. Deze week: de wafel, met banaan, aardbeien, chocoladesaus en dubbele slagroom alstublieft.

Dus ooit is er per ongeluk eens wat beslag terechtgekomen tussen het ijzeren alaam op een hete stoof in een woelige herberg. Het geperforeerde gebak dat daar het resultaat van was, kon op verrassend veel bijval en beziens rekenen, en toevallig was het woord ‘wafel’ nog vrij om het curieuze misbaksel te benoemen.

Die gebeurtenis zou evengoed in het Duitse staalstadje Solingen kunnen hebben plaatsgevonden, maar de Belgen hebben de koek op een of andere manier kunnen claimen. Ze hadden er waarschijnlijk al zoveel van gevreten, dat men na de oorlog besloot niet moeilijk te doen, toen op het Congres van Chantilly nabij Parijs zowat het volledige culinaire patrimonium van de Duitsers onder de overwinnende mogendheden werd verdeeld - op de Bockworst en het Weissbier na. Zo kreeg brave little Belgium zijn Belgian waffle. Later zorgde één van de betere episodes van inlandse wafelijzerpolitiek er dan nog voor dat Wallonië de Luikse wafel kreeg, Brussel de Brusselse wafel, en Vlaanderen de Suzywafel.

Vandaag klinkt die hele geschiedenis natuurlijk best grappig, omdat autochtonen ondertussen vele malen minder wafels eten dan de toeristen die zich iets anders laten wijsmaken. Brusselaars die zich bezondigen aan de onherkenbaar gegarneerde exemplaren zoals op de foto, hebben een eetstoornis, en trekken zich wellicht terug in de donkere hoekjes in het afgestorven deel van de Stoofstraat.

Dat het klassieke wafelpatroon met alleen maar vierkantjes eigenlijk veel te abstract en rechtlijnig is voor onze volksaard, was misschien ooit het excuus dat we niet nodig hadden om er allerlei rotzooi overheen te beginnen kappen. Het behoort namelijk ook tot de nadelen van suiker, slagroom en chocoladesaus dat je die niet gewoon van een bordje kan eten zonder raar bekeken te worden. Je hebt een degelijke basis van ijs of gebak nodig.

Daardoor is het oorspronkelijk nochtans duidelijke onderscheid tussen de geraffineerd gebakken lucht van een kanten en krokante Brusselse wafel enerzijds, en de lauwe bruingebakken suikerstroop van de Luikse wafel anderzijds, gaandeweg letterlijk ondergesneeuwd geraakt onder de dikke lagen poedersuiker en slagroom waar de massa vetvragende vakantiegangers blijkbaar wel pap van lust. De variaties en combinaties wafelbeleg zijn vandaag zo onbeperkt dat iedereen wel iets vindt dat in zijn wafelkraam past. Dat ook de variant met alléén maar aardbeien nog altijd wordt aangeboden is een soort grap. Want uiteraard gaat niemand die de lage drempel naar de cholesterolhel eenmaal heeft overschreden alsnog voor die ‘gezonde’ optie.

Zou de Gezondheidsinspectie zich trouwens al eens aan deze sector hebben gewaagd? Misschien zou een beetje onderzoeksjournalistiek wel wat zaakjes kunnen blootleggen die zich in de wafelranden van de Brusselse economie afspelen. Hoeveel is er bijvoorbeeld nog Belgian aan zo’n waffle? Wie steekt er allemaal in de zak van de machtige bakbaronnen? Vertegenwoordigt deze vetzakkerij misschien zoveel inkomsten dat de autoriteiten er zich niet te veel mee willen bemoeien? Het blijft immers handig dat toeristen zich nog altijd in ons calorierijke erfgoed kunnen verdiepen wanneer de stad hen op andere vlakken frustreert. Zo is het wellicht geen toeval dat net in de omgeving van Manneken Pis, dat onlangs nog omwille van zijn tegenvallende lengte tot een van de grootste toeristenteleurstellingen ter wereld werd verkozen, de wafelkramen zo goed gedijen.

Column: Beeldspraak

Elke week voorziet Michaël Bellon een oude persfoto van een nieuw onderschrift in zijn column Beeldspraak.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?