5 jaar BRUZZ

Volta en Decoratelier, tussen tijdelijkheid en toekomst

Jozef Wouters (Decoratelier, links) en Arne Huysmans (Volta): “Een plek is maar een plek. De energie is wat mensen gelukkig en creatief maakt.”© Ivan Put

De voorbije vijf jaar heeft een nieuw soort, luidop bouwende energie Brussel dooraderd. Ook Volta en Decoratelier hebben zich gretig het witte blad van de stad toegeëigend. Vandaag zijn ze op een punt beland dat het tijdelijke wordt ingeruild voor een duurzame toekomst. “Het hoeft toch geen natuurwet te zijn dat onze organisaties hun ziel verliezen als er geld in wordt geïnvesteerd?”

JOZEF WOUTERS

• Richt in 2016, als autonoom artist in residence onder de vleugels van Damaged Goods, Decoratelier op met Menno Vandevelde

• Begint in 2018, in een oude kartonfabriek in de Liverpoolstraat, met een superdivers gezelschap poëtische handen en in samenwerking met Globe Aroma, luidop te bouwen aan de voorstelling Underneath which rivers flow (selectie TheaterFestival 2019)

• Wint met Decoratelier de Ultima voor podiumkunsten 2019

• Verhuist naar een pand in de Manchesterstraat en transformeert de binnenkoer tot een semipubliek park, waar in 2020 het zomerfestival Something when it doesn’t rain de publieke ruimte oprekt

ARNE HUYSMANS

• Richt in 2017 in een oud kantoorgebouw in de Elsense Voltastraat Voltaop, een vrijplaats voor muzikaal experiment

• Nestelt zich in 2018 met Volta in Studio CityGate, een tijdelijke bezetting van een oude medicijnenfabriek in Anderlecht die in 2023 plaats zal moeten maken voor een nieuw wijkproject

• Bouwt Volta uit tot een muziekcentrum dat focust op creatie, educatie en presentatie, met repetitieruimtes, workshops, optredens en residenties.

• Ziet Volta uitgroeien tot een stuwende kracht in de muzikale onderstroom van Brussel, met passages van onder meer Angèle, Lous and the Yakuza, Brihang, SCHNTZL en Whispering Sons

Twee jaar geleden sloeg bezieler van Decoratelier Jozef Wouters in een enorm pand in de Liverpoolstraat een gat in een muur en bracht zo, samen met een superdivers gezelschap poëtische stemmen en handen, een geheime tuin tot bloei. Die tuin bleek ook een voorstelling te zijn: Underneath which rivers flow, een radicaal open, fantasierijk en ontroerend 'bouwproject' vol herinneringen, wormgaten en kosmische metaforen, tegen de achtergrond van het Kanaalplan, dat vandaag het pand tot een gapende leegte heeft herschapen. “Het is daar veranderd, hè,” lacht Jozef Wouters. “Als ik het park vorm zie krijgen ziet het er eigenlijk nog niet zo slecht uit. Al valt nog te bezien voor wie die nieuwe publieke ruimte zal dienen.”

Het einde van dat tot verdwijnen gedoemde pand betekende het begin van een ander, in de Manchesterstraat, waar Decoratelier vandaag aanschurkt tegen de VK, Recyclart, CineMaximiliaan en Charleroi Danse. En waar, te midden van een grote bedrijvigheid, Jozef Wouters en geestesverwant Arne Huysmans, voorman van het recent in de muzikale grondstroom van de stad genestelde Volta, ons verwelkomen voor een gesprek over hoe de stad hun organisaties de voorbije jaren een wit blad heeft voorgelegd om hun dromen op te projecteren.

“Het is druk, ja. We moeten deze weken leren hoe gesloten of open de deur moet zijn. Maar het is nodig, de zin om dingen te doen in de buurt is gigantisch,” vertelt Jozef Wouters op de binnenkoer die vorige zomer nog werd omgedoopt tot een semipubliek park met een openluchttheater, -cinema, -fitness, -koffiehuis en -ijskraam. “Arne heeft ons met Volta toen een cadeau gedaan door een aantal dingen te programmeren op ons zomerfestival Something when it doesn't rain.”

“En een paar weken geleden hebben we hier nog gefilmd voor ons showcasefestival Chose Qui Bouge, dat nu online zal plaatsvinden,” pikt Arne Huysmans in, terwijl rond ons de onderdelen worden gebouwd van wat in juli het publieke zwembad van Pool Is Cool hoort te worden, niet ver van Studio CityGate, waar ook Volta huist. “Ik denk dat we allebei een goede grijze zone bezetten om het vol te houden. Als je ziet hoe een plek als deze leeft… Dit toont de kracht van de kleine organisaties. De onzichtbare spelers in de crisis zijn toch de grote instituten geweest.”

Tegenover die grote huizen stellen jullie een nieuw soort energie. Waar ligt de kiem voor de dromen die jullie nu hebben uitgebouwd?
Jozef Wouters: Toen ik vijf jaar geleden van Antwerpen naar Brussel terugkeerde na mijn periode bij (kunstencentrum en ex-kraakpand) Scheld'apen, voelde ik dat ik de volgende stap moest zetten. Ik wilde niet langer wachten op uitnodigingen van regisseurs, maar zelf een ruimte creëren om aan scenografie te doen, voor mezelf, maar ook voor anderen. Ik wou een scenograaf kunnen zijn voor de diversiteit die deze stad rijk is. Decoratelier heb ik opgericht toen ik in residentie bij de KVS in het kader van het Kunstenfestivaldesarts aan INFINI 1-15 werkte met verschillende kunstenaars. Daarna heeft Damaged Goods mij onder zijn vleugels genomen. Zij hebben die ruimte in de Liverpoolstraat kunnen huren en zo heb ik risico's kunnen nemen die ik misschien zelf niet had genomen als ik mijn eigen vzw had. En zo had ik plots meer ruimte dan ik zelf nodig had. De grote constante de voorbije vijf jaar was dat het allemaal niet zo duidelijk was waar het naartoe ging. Maar ik wist wel dat te veel ruimte een goed begin is.
Arne Huysmans: Het geeft letterlijk ruimte aan ambitie, ja. Volta is gegroeid uit mijn eigen artistieke ontwikkeling: ik studeerde drum aan het conservatorium, en ik had een plek nodig om muziek te maken. In Brussel is de ruimte daarvoor schaars. Met vijf muzikanten ben ik dan terechtgekomen in een oud kantoorgebouw in de Voltastraat in Elsene. Iedereen had er een slaapkamer en een repetitieruimte. Na verloop van tijd gingen er mensen weg, maar ik was zo verliefd geworden op die plek dat ik het pand ben beginnen te kraken en open te stellen voor anderen. Plots had ik 700 vierkante meter ter beschikking. (Lacht) Ik voelde dat er nood was aan een plek waar je vrij kan zijn en experimenteren, waar een podium beschikbaar wordt gesteld zonder dat daar bepaalde economische waarden aan vooraf moeten gaan. Als je in de AB of in de Botanique wilt optreden, moet je een heel profiel hebben. Wij zetten in op creatie, ondersteuning en presentatie, maar aan onze residenten vragen we geen eindresultaat.
Wouters: (Knikt) Als jonge kunstenaar besefte ik vrij snel dat in de instituten waar ik werkte de belangrijkste keuzes al lang genomen waren. Wie mag er binnen? Tot hoe laat? Hoeveel kosten de pintjes? Moeten er wel pintjes zijn? Ik wil die keuzes zelf kunnen maken. Het traject dat Menno (Vandevelde, technisch directeur) en ik hebben afgelegd, is vooral een zoektocht naar autonomie. Dat zie ik ook bij Arne: eerst creëer je die vrijplaats voor jezelf. En daarna komt automatisch de vraag: hoe geven we die autonomie door aan anderen?

Dat is geen automatisme, dat openstellen zit wellicht in je karakter.
Wouters: Zeker. Maar dat zit ook in de stad. Je kan hier vandaag niet rondlopen zonder te merken dat er erg veel mensen op zoek zijn naar een manier om hun eigen verhaal vertellen, op hun eigen voorwaarden.
Huysmans: Dat is in essentie wat wij doen: wij voorzien een community van materiaal, een goed geïsoleerd pand en knowhow, maar het zijn de muzikanten die het doen. Er dringt zich wel een mentaliteitsverandering op. Kunstenaars zijn vaak op zoek naar een plek voor hen alleen, maar daar heb je eenvoudigweg de vierkante meters niet voor. En louter een ruimte bezetten is niet genoeg. Er moet zich iets hechten in het bindweefsel van de stad.
Wouters: In mijn zoektocht destijds naar een ruimte voor Decoratelier kwam ik bij de vzw Toestand terecht, en de boodschap aan de telefoon was helder: “Het laatste wat wij nodig hebben, is een kunstenaarsatelier.” Terecht, vind ik achteraf. (Lacht) Ik moet het eerste voorbeeld nog zien waar een gebouw vol ateliers de wijk ten goede komt. Dat is precies de constructie waar Entrakt rijk van wordt, een privéspeler die doet alsof hij de stad aan het ontwikkelen is. Entrakt wou dit pand ook hebben, maar dan heeft de regio ons eens diep in de ogen gekeken en ons vertrouwen geschonken. Het helpt natuurlijk ook als Damaged Goods naast je staat.

LAAT HET LOS
“De eerste twee jaar brachten we het leeggoed naar de Colruyt,” lacht Arne Huysmans wanneer we de vraag stellen naar hoe ze het financieel beredderen. “Ondertussen hebben we vijf mensen in dienst en werken we met subsidies. Voorlopig zijn dat projectsubsidies waarvoor we elk jaar opnieuw dossiers moeten schrijven, maar op termijn willen we evolueren naar structurele subsidies. Die geven je de ruimte om meer met een artistieke visie bezig te zijn dan een economische. We hebben ook veel voorstellen gekregen uit de privésector, van Moortgat tot Red Bull. Je kan daarop ingaan, maar dan verkoop je toch een stukje van je ziel.”

1750 Jozef Wouters Arne 2
© Ivan Put
| Jozef Wouters (Decoratelier, links) en Arne Huysmans (Volta): “Als je ziet hoe een plek als deze leeft... Dit toont de kracht van de kleine organisaties. De onzichtbare spelers in de crisis zijn toch de grote instituten geweest”

Scheppen subsidies ook geen afhankelijkheid?
Wouters: Door de overheid zijn plekken zoals Decoratelier en Volta kunnen groeien. Maar we moeten wel allemaal samen duidelijk zijn over de autonomie die we willen, samen de lat hoog houden. Het is belangrijk om in dit ecosysteem een lijn uit te stippelen en elkaar aan te vullen. Je kan niet alles doen. Feestjes werken goed bij ons, theater minder. Andere plekken doen dat beter. Muziekresidenties hoeven wij ook niet te doen, maar we kunnen wel ruimte maken voor Volta. We zijn deel van een groter geheel, dat is een heerlijk gevoel. Dat gaat soms over kleine dingen, hoor. Volta dat een frigo op overschot heeft en die hier dropt, bijvoorbeeld.

Volta en Decoratelier zijn gestart vanuit een tijdelijkheid. Is die een essentieel onderdeel van jullie dynamiek?
Wouters: Het is dubbel. Ik heb tot nu toe altijd tijdelijkheid aanvaard als exchange voor autonomie. Tegelijk wil ik de mogelijkheid hebben om deze organisatie over een jaar of vijf los te laten zonder dat ze instort. Daarvoor moet ze duurzaam zijn. Ik denk dat het superbelangrijk is voor onze generatie om constant te trainen en te zeggen: “Ik ben niet mijn organisatie.” Als we dat goed doen, dan gaat dat ons onderscheiden van de generatie boven ons.
Huysmans: Het is pijnlijk als je iets hebt opgericht waar je zelf zoveel in hebt geïnvesteerd, maar het klopt: je moet er op tijd afstand van kunnen nemen. Omdat het deel wordt van iets groters, de stad, een community. Van iedereen.
Wouters: En je wilt ook niet die gast worden die op zijn vijftigste aan de toog staat te roepen: “Ik heb dat hier nog opgericht.” (Lacht)
Huysmans: Het is vooral heel belangrijk dat de mensen die je bij je project betrekt dezelfde visie delen. Dat zie je bij grote instituten, hoe meer mensen je in dienst neemt, hoe verder die van het verhaal komen te staan.
Wouters: Wij bestaan nu vijf jaar en mensen beginnen het for granted te nemen dat we er zijn. Dat is een heel raar gevoel, als je zelf weet hoe precair dit nog steeds is, ook financieel, en hoe snel het kan instorten. Ik probeer dat nu heel mooi te vinden, dat ik hier rondloop en dat mensen niet weten wie ik ben. Elke ochtend begin ik met twintig minuten mediteren: Decoratelier loslaten! (Lacht)
Huysmans: Een plek moet je vooral het gevoel geven dat er nog dingen mogelijk zijn. Dat je daar als klant of resident of artiest ergens deel van wilt uitmaken in plaats van gewoon tijdelijk op bezoek te zijn. Je moet je opvolging ook de kans geven om te dromen op de manier waarop jij gedroomd hebt.

Verbeelding is essentieel in wat jullie doen. Dat kan worden afgedaan als dromerij. Maar jullie lijken te zeggen: als we niet dromen, bouwen we te klein, te conventioneel, te exclusief.
Wouters: Klein en groot zijn relatief. Als je onze activiteitenkalender bekijkt, zijn wij eigenlijk niet zo klein. Onze filosofie is: praat niet te veel, bouw het. Die Decoratelier-logica is een soort onderstroom geworden in alles wat we doen. Ik zou die denkwijze ooit wel eens willen uittesten in een groot huis. Wat gebeurt er als je het decoratelier centraal stelt in een groot kunstencentrum in plaats van het te verstoppen in de kelder? (Schertsend naar Arne) Misschien moet jij eens gaan praten met de Botanique? Dan doe ik de Hallen van Schaarbeek.
Huysmans: Ik deel die gedachte: ik wil spreken met mijn handen. Flor (Huybens) en ik zijn allebei serieuze ADHD'ers. (Lacht) Wij rollen onze werking het liefst al doende uit.
Wouters: Eergisteren kwam Menno hier toe met een camionette vol staal. Die werd spontaan uitgeladen door Zohir, die we via Globe Aroma leerden kennen, Youssef, die op dat moment in de gym aan het werken is, en een van de residenten. Ze hoeven dat niet te doen, maar het gebeurt wel. Dat is zo schoon, die kleine momenten dat je voelt dat mensen zorg dragen voor het geheel.
Huysmans: Andere spelers hebben flink bijgedragen aan het succes van Decoratelier en Volta. Angèle, Lous and the Yakuza en andere grote bands die we hebben ontvangen en die daarna hun tevredenheid delen. Omdat ze zich in die idee kunnen inschrijven, zoals Damaged Goods dat kon in de visie van Decoratelier.
Wouters: Dat Leaving Living Dakota hun feestjes bij ons hebben gegeven, heeft een energie gegenereerd die we zelf nooit hadden kunnen opwekken. Het Kunstenfestivaldesarts heeft ook van bij het begin in ons geïnvesteerd. Je krijgt onwaarschijnlijk veel van dat netwerk. Da's heel uniek aan deze stad, hoor.

DOE-HET-ZELF
“De toekomst? Nu moeten we opletten, Arne,” grapt Jozef Wouters wanneer we de blik vooruit werpen en wijzen op het feit dat de tijdelijke grond onder onze voeten in 2025 traag vastheid zou moeten hebben verworven. Op dat moment zou de Manchesterstraat, in het kader van het stadsvernieuwingsprogramma Heyvaert-Poincaré, moeten zijn uitgegroeid tot een permanente cultuursite. “De toekomst krijgt vrij concreet vorm, ja. En dat gaat gepaard met angstaanvallen. (Lacht) We zijn het zo gewoon om alles zelf te bepalen en bouwen. Dan onze toekomst in andermans plannen vorm zien krijgen, is een zeer brutale ervaring. Nu, tegelijk besef ik ook dat als we het er nu niet op wagen, ik opnieuw op zoek zal moeten gaan naar een pand, dat opkuisen, er elektriciteit leggen… En het is ook niet meer alleen voor mij. Ik zal altijd wel een plek vinden, denk ik. Maar intussen hangen er zoveel mensen af van deze ruimte, dat die energie moet worden voortgezet.”

1750 Jozef Wouters Arne
© Ivan Put
| Jozef Wouters (Decoratelier, links) en Arne Huysmans (Volta): “Het hoeft toch geen natuurwet te zijn dat organisaties als de onze hun ziel verliezen wanneer er geld in wordt geïnvesteerd?”

Volta staat binnen afzienbare tijd ook op dat kruispunt.
Huysmans: Ja, in 2023 moeten we weg uit Studio CityGate. Dat is zot, hoor, beseffen dat dat waanzinnige gebouw over twee jaar wordt platgegooid. Onze zoektocht naar een nieuwe plek is anderhalf jaar geleden begonnen. La Tentation bleek een dood spoor, vandaag hopen we onze intrek te kunnen nemen in de oude Bodega in de Birminghamstraat, hier achter deze muur. Dat zou ons buren maken. (Lacht) We hebben een bod gedaan. Dat is nog niet aanvaard, maar er wordt hard op gewerkt.
Wouters: En in de plannen voor de Manchesterstraat wordt er ook wel rekening mee gehouden dat het misschien zover komt.

De DIY-spirit is bij jullie beiden groot. Die inzetten in een gezamenlijk verhaal klinkt heel spannend. Maar verlies je niet een stukje van die autonomie als je in iets terechtkomt dat van bovenaf wordt geïnstalleerd?
Huysmans: Goh, iedereen vindt DIY zo superaantrekkelijk. Je hebt organisaties die al twintig jaar bestaan, nog steeds heel onprofessioneel werken en dat DIY noemen. Voor ons is dat geen spirit, het is de enige mogelijkheid. Wij zijn DIY omdat we nog niet de middelen hebben om anders te werken.
Wouters: DIY dansvloeren bouwen, is leuk. DIY mensen betalen niet.
Huysmans: Anderzijds ontneemt dat kader natuurlijk ook mogelijkheden. De vorm van een gebouw kunnen veranderen, ruimtes multifunctioneel maken, is iets waar ik nood aan heb. Het stimuleert de creativiteit.
Wouters: Maar de architectuur, that's the easy part. Op de hardware kan je ingrijpen. Het is de software die ons voor uitdagingen zal stellen. De prijs per vierkante meter, dat is de essentie. Als die vier keer zo hoog is als nu, zullen hier alleen nog reclamebureaus zitten, die vinden dat we te veel lawaai maken of die zoveel dure croissants eten dat de winkels in de buurt helemaal veranderen. (Lacht) De vraag die jullie stellen, is eigenlijk voor de stad: hoe gaan zij investeren in de energie die ze lijken te waarderen, zonder ze kapot te maken? Het hoeft toch geen natuurwet te zijn dat organisaties als de onze hun ziel verliezen wanneer er geld in wordt geïnvesteerd? Dit is een beangstigend moment, maar ik vind wel dat we het moeten proberen. En ik voel me sterker als we dat samen kunnen doen.
Huysmans: Die synergie is ook waar wij naar op zoek zijn. Een plek hebben, voelt nu aan als een langdurige oplossing voor een grote noodzaak. Maar een plek is maar een plek. De energie is wat mensen gelukkig en creatief maakt. Alles wat er in Volta gebeurt op het vlak van creatie, ontmoetingen enzovoort, stroomt door naar andere plekken. En dat mag, dat is wat we willen zijn. Maar het start wel met een ingesteldheid bij alle huizen dat wij dezelfde stad, hetzelfde geld, hetzelfde publiek delen. Jezelf isoleren is niet de juiste manier om te werken vandaag.

Tegelijk, creëer je met die ene straat ook geen eiland in de stad, waarbij cultuur uit het uitwaaierende weefsel wordt gehaald?
Huysmans: Het voelt soms bijna aan alsof iemand Sims aan het spelen is voor de culturele sector, ja. Een shoppingmall voor de cultuurliefhebber. Zo werkt het natuurlijk niet. Maar als je vertrekt vanuit de organisaties die er al zijn, kan er wel een mooie dynamiek ontstaan.
Wouters: Het is niet door een glazen façade op te trekken of een dakterras voor de bewoners te openen, dat het dan geen eiland zal worden. Een eiland creëer of vermijd je niet met ruimte, dat doe je met de energie van de organisaties. Los daarvan: is het een goed idee om zoveel culturele organisaties op een zakdoek te gooien? Misschien niet. Maar ze gaan het doen, dus kunnen wij minstens proberen dat het iets wordt. Als dat niet lukt, dan zoeken we elders vrijheid.

CHOSE QUI BOUGE – A BELGIAN (TEMPORARY DIGITAL) SHOWCASE FESTIVAL
26 > 30/4, volta.brussels

5 jaar BRUZZ

Op 20 april 2021 blaast BRUZZ vijf kaarsjes uit. Op deze mooie verjaardag blikken we terug én vooruit op alle BRUZZ-kanalen.

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?