interview

Film noir in Brusselse metro: 'De MIVB wilde er niets van weten'

Antonio de la Torre speelt in 'Entre la vie et la mort' een Spaans-Brusselse metrochauffeur die achter de moordenaars van zijn zoon aan gaat.

Het Brussels International Film Festival palmt tien dagen lang de centrumbioscopen en het De Brouckèreplein in. Een zombiekomedie opent de debatten, coryfee Fanny Ardant laat zich fêteren en Giordano Gederlini stelt zijn film noir voor over een Brusselse metrobestuurder die gangsters te lijf gaat. “Ja die gekke parkings onder het Atomium zijn lelijk. Maar wat een filmdecor!”

In metrohalte Atomium – die bestaat niet, maar daarover straks meer – tuimelt een jongeman op het spoor. De noodrem is niet krachtig genoeg. Het blijkt de verloren zoon te zijn van de metrobestuurder. Die stille Spanjaard stelt zelf een onderzoek in, botst op zwaar banditisme en krijgt rechercheurs op de nek. Met Entre la vie et la mort trakteert regisseur en scenarist Giordano Gederlini op een stadsthriller met internationale ambitie. Vader en dochter rechercheur worden vertolkt door grote namen als de Franse Marine Vacth en de Belgische reus Olivier Gourmet. De hoofdrol is voor Antonio de la Torre, de Spaanse klasbak uit films van Pedro Almodóvar en voortreffelijke thrillers als La isla mínima en El reino.

Entre la vie et la mort krijgt de volgende weken een bioscooprelease in achtereenvolgens Spanje, Frankrijk en België. Het Brussels International Film Festival pakt nu al uit met de film van Gederlini. “In België worden amper polars gedraaid en Frankrijk doet het niet zoveel beter. We laten het genre aan televisie over. Ik vind dat jammer. Ik heb wel de ambitie en de pretentie om een stedelijke film noir met Europees DNA te draaien die ook echte cinema is,” zegt Gederlini goedlachs.

Brussel leek hem een geschikt decor voor die film noir. “Ik woon hier nu bijna negen jaar. Mijn Belgische vrienden begrijpen niet dat ik Barcelona voor Brussel heb ingeruild. Maar ik hou van het stedelijke klimaat in Brussel. Ik heb nog op het platteland gewoond, dat was even leuk maar na twee jaar verveelde ik me dood. Ik heb cafés nodig en hou van stadswandelingen. Dit is een stad met veel gezichten en sterke contrasten waar je nog in kan verloren lopen. Door de vele regen is het ook een natte stad. Ook dat past bij een stedelijke thriller.”

Gederlini houdt van de mentaliteit in de Belgische cinema om er zonder complexen voluit voor te gaan, maar vindt de Belgische cinema wel “erg wit”. “En dat weerspiegelt niet wat ik rondom mij zie. Ik heb de Franse nationaliteit maar thuis werd er Spaans gesproken, mijn ouders zijn politiek vluchtelingen uit Chili. Ik woon in de Europese wijk. Als ik 's middags wat eet in het Jubelpark, zit ik tussen Duitsers, Italianen en noem maar op. De Brusselse latinogemeenschap ken ik uiteraard goed. In mijn films is de computerwinkeluitbater van Mexicaanse, de apothekeres van Congolese en de rechter van Tunesische afkomst. De twee slechteriken zijn een reus van Marokkaanse afkomst en een blonde Vlaamse reus met een vikingkop, gespeeld door Tibo Vandenborre.”

Twee sleutellocaties in de film zijn de koeltoren van de elektriciteitscentrale in Drogenbos en de door het Atomium gedomineerde Heizelvlakte. “'Heb jij serieus aan het Atomium gefilmd? Het is daar toch spuuglelijk,' zeiden mijn vrienden. Vanuit urbanistisch oogpunt is die toeristenplek inderdaad een catastrofe. Al die gekke parkings zijn lelijk. Maar grafisch is de site heel dankbaar voor film. Toen ik het bassin vond waarin je het Atomium weerspiegeld ziet, dacht ik: wauw, wat een decor voor een film noir.”

Met opzet verzon de regisseur-­scenarist namen voor metrohaltes. “Halte Heizel is halte Atomium geworden. Ik weet dat Brusselaars dat maar raar zullen vinden. Maar ik bedank de MIVB nadrukkelijk niet. Ik heb niet in de Brusselse metro mogen filmen. Ze vonden het scenario te duister. 'We wensen niet in verband gebracht te worden met een film die zo hard is.' Ik mocht zelfs niemand filmen die een metrohalte binnenwandelt. Waar slaat dat op? Brussel heeft nog een censuurdienst: de MIVB! Als een filmscenario niet past bij het plezante beeld dat de MIVB van zichzelf wil creëren, krijg je een nee. Bedenkelijk.”

1805 giordanogederlini2
Giordano Gederlini: 'De MIVB vond mijn film te donker. Hij paste niet bij het vrolijke imago dat ze wil uitstralen. Bedenkelijk.'

In Barcelona kon de ploeg wel twee nachten in de metro filmen. “We hadden maar drie, vier uur. Het was gekkenwerk. De hele opnameperiode was zwaar. We waren de eerste filmproductie na de eerste lockdown. Dat bracht veel gedoe en extra kosten met zich mee. De coronaprotocollen waren een serieuze beperking. Tijdens elke buitenopname kregen we bezoek van de politie, die was gealarmeerd door buurtbewoners. Gelukkig was de hele ploeg na maanden inactiviteit héél gemotiveerd. Die energie en urgentie voelt de kijker hopelijk.”

De voorbije jaren maakte Gederlini vooral opgang als scenarist. “Op de middelbare school in Parijs ben ik met een vriend een filmclub begonnen. Dat was de eerste klik. Verschillende vrienden kozen voor een gespecialiseerde filmschool zoals La Fémis, ik ging na een universitaire filmopleiding liever snel aan de slag in het filmmilieu. Ik ben een handige jongen en zette mijn eerste stappen in de decoratieploegen. Met de hulp van een netwerk aan bevriende producenten, acteurs en technici draaide ik op jonge leeftijd mijn eerste kortfilms.”In 2002 had hij al een eerste langspeelfilm klaar: Samouraïs. “Sindsdien weet ik wat het is om een film te zien mislukken. Ik was een verwoed fan van manga en werd gevraagd voor een martialartsfilm. Ik probeerde actie en komedie te mengen, maar het opzet was van in het begin verkeerd en dat krijg je niet meer recht. Het heeft jaren geduurd voor ik weer zin had om achter de camera plaats te nemen.”

entre_la_vie_et_la_mort_marine_vacth.jpg
Marine Vacth als politieagente in 'Entre la vie et la mort'.

Amerikaanse remake
Zijn scenario voor een oorlogsfilm in Afrika met Gérard Depardieu werd nooit verfilmd, maar ging wel over de tongen. Via de Belgische coproducent leerde hij de Belgische kunstenaar Nicolas Provost kennen en hielp hem aan het scenario voor The invader, een visueel verbluffende Brussel-film over een vluchteling met een bejubelde ouverture op Lampedusa. “Ik werkte ook jaren met de Brusselse regisseur Micha Wald op een project dat het jammer genoeg niet gehaald heeft. Meer geluk had ik toen François Troukens (de ex-gangster die filmregisseur werd, red.) hielp met het scenario voor Tueurs.”

Vier jaar geleden kreeg de ingeweken Brusselaar de wind in de zeilen. Van zijn hand was het scenario voor Duelles. Die hitchcock­iaanse burenruziefilm van Olivier Masset-Depasse krijgt eerstdaags een Amerikaanse remake met filmsterren Jessica Chastain en Anne Hathaway in de rollen van Veerle Baetens en Anne Coesens. Gederlini werkte ook aan het scenario van Les misérables, de bejubelde film over de explosieve situaties in de banlieue van Parijs waarmee debutant Ladj Ly in de prijzen viel op het Festival van Cannes. “Dat was een ongelofelijk avontuur. Ik bezocht ook de sets van Duelles en Les misérables en dat gaf me zin om na al die jaren toch terug weer te regisseren.”

ENTRE LA VIE ET LA MORT
25 & 26/6 op BRIFF (release in zalen: 13/7)

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?