review

'Pacifiction': tussen antithriller en onvoorspelbare koortsdroom

© Sister Distribution
Onze score

De Spaanse regisseur Albert Serra maakt zijn reputatie van radicale formalist helemaal waar met Pacifiction. Tegelijk een paranoïde tropenthriller en de antithese ervan. Surft u mee?

Met ongrijpbare films werkte de Catalaan Albert Serra zich de voorbije tien jaar op tot een idool van verstokte cinefielen. La mort de Louis XIV was een majestueuze uitbeelding van het theatrale levenseinde van de Zonnekoning. Liberté dompelde de kijker urenlang onder in een libertijnse bosorgie in het Frankrijk van voor de revolutie.

Zelfs volgers van Serra zullen zich tijdens Pacifiction vroeg of laat afvragen: waar zit ik nou eigenlijk naar te kijken? Met een kamerbrede grijns slaat de anarchistische, zacht provocerende filmfantast je uit je lood zodat je daarna openstaat voor iets nieuws.

Pacifiction heeft geen begin, midden en einde maar een begin, begin en begin. Een verbazende Benoît Magimel speelt de Hoge Commissaris van Tahiti. Als professionele praatjesmaker wimpelt hij moeiteloos inheemse activisten af die vermoeden dat er opnieuw kernonderzeeërs voor de kust liggen. Maar vervolgens pikt hij alsmaar meer signalen op dat er inderdaad iets niet pluis is zijn Verrottend Paradijs. Tot een climax komt het nooit.

De thriller blijkt een antithriller die afdrijft in een zwoele, hypnotiserende, volstrekt onvoorspelbare koortsdroom. De beeldkracht en de esthetiek fascineren: soms beeldschoon, soms trashyer dan een in exotische clichés zwelgende postkaart.

Voor cinefielen start het filmjaar met een fameuze trip.

Pacifiction loopt vanaf vandaag in de cinema's

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?