© Bea Borgers
Review
Score: 3 op 5

Mette Ingvartsen transplanteert skatepark naar de scène: what you see is what you get

Michaël Bellon
24/11/2023

In Skatepark gaat een groep skaters en performers aan de rol in een theaterzaal. Evolueren zij in een utopische minimaatschappij, of draaien ze alvast rondjes in een rad om te oefenen voor later?

Grenzen slechten tussen het theater, de buitenwereld en andere disciplines is altijd al een sterkte geweest van de Deense choreografe en theatermaker Mette Ingvartsen (The extra sensorial garden, The permeable stage…). Twintig jaar geleden studeerde ze af aan PARTS, en van 2012 tot 2016 was ze artist in residence bij het Kaaitheater. Voor Skatepark haalt ze dezer dagen jonge skaters de theaterzaal binnen, meer bepaald in Théâtre National. Het Brusselse skatepark naast de Brigittinnen was daarvoor een inspiratiebron.

Al voor de voorstelling echt begint, geeft de uitgebreide groep skaters, breakers, freerunners en rolschaatsers van jetje op de ramps van het skatepark waarin de scène is omgebouwd. Toeschouwers zullen de hele avond tennisgewijs van rechts naar links en terug kijken. De snelheid, de skills, de swagger, en vooral de alertheid van de in alle opzichten diverse groepsleden om het nooit tot een botsing te laten komen, zijn indrukwekkend.


Is dit ook geen uitputtende ratrace die de jeugd alvast wat rondjes laat draaien in de loophole van het volwassen leven dat hen wacht?

Door skaters naar het theater te halen, maakt Ingvartsen bespiegelingen mogelijk over een gemeenschap waarin individualisme en het collectief samen lijken te gaan, waarin je een aanmoedigend applaus krijgt wanneer je op je bek gaat, waarin competitie ludiek en gezond blijft, het lichaam wordt gevierd, hiërarchie afwezig is, en een zeker gevoel van vrijheid lijkt te heersen. Wie daar van aan de kant toekijkend enthousiast over wordt, zal ook wel een beetje jaloers zijn.

Tegelijkertijd zijn er kanttekeningen. Is dit ook geen uitputtende ratrace die de jeugd alvast wat rondjes laat draaien in de loophole van het volwassen leven dat hen wacht (‘keep rolling!’)? Waarom is dat ‘park’ trouwens omheind als was het een reservaat? Waarom moeten die tricks worden gefilmd? Wat moeten die maskers die sommige performers dragen? Is er wel echt connectie en evolutie bij deze jongelui, die ten slotte vooral langs elkaar heen blijven sjezen? Waarom gaat van hun kledingstijl, muziek en gezang zoveel rebellie uit?

Mette Ingvartsen/Skatepark.jpeg
© Bea Borgers

Naast het rollende spektakel en de overgave van de jonge performers, is het de pompende muziekscore die vaart houdt in de voorstelling. Al wordt het natuurlijk nooit een uitzinnige rave daar in Théâtre National. Dat deze nieuwe generaties op het podium een punkattitude uitdragen, komt eerder hartverwarmend dan bedreigend over in deze knusse cultuurtempel.

Ingvartsen is ook karig met overduidelijke choreografische ingrepen. Ze gaf de sleutels van het park aan de skaters, waarvan ze de inherente choreografische kwaliteiten accentueerde. Dat houdt Skatepark ruw, en ver van de gefictionaliseerde en geromantiseerde theatertransplantaties van jongeren- en volkscultuur waarmee Arne Sierens en Alain Platel eind jaren 1990 furore maakten. What you see is what you get.

Skatepark is nog te zien tot 26/11 in Théâtre National, www.theatrenational.be, www.kaaitheater.be

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie