Energiecrisis beheerst de start van het federale politieke werkjaar

© Photonews
| Premier Alexander De Croo (Open VLD)

De federale regering en de deelstaten steken woensdag de koppen bijeen voor een Overlegcomité over de energieprijzen. Het wordt de officieuze start van wat een heet politiek najaar belooft te worden.

Met de oorlog in Oekraïne, de torenhoge energieprijzen die daar het gevolg van zijn en de impact daarvan op gezinnen en bedrijven, trapt Vivaldi het werkjaar af met het dossier waarmee ze voor de zomer geëindigd is. Een eerste Overlegcomité met de deelstaten staat al voor woensdagmiddag om 15 uur gepland.

De premier gaf eerder deze maand al een eerste schot voor de boeg tijdens een zomerstage van Voka. De komende vijf à tien winters worden moeilijk, liet De Croo zich ontvallen. "Hope for the best, prepare for the worst."

'Geen concrete maatregelen'

Het Overlegcomité van woensdag dient in de eerste plaats om de situatie te analyseren. Concrete maatregelen moeten we volgens een regeringsbron niet verwachten. "Als er al een magische oplossing was, dan hadden we die al lang beslist." De federale regering kijkt bovendien nadrukkelijk naar Europa.

Daar zou een prijsplafond op gas beslist moeten worden, opperden De Croo en minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) afgelopen weekend unisono, in combinatie met de loskoppeling van de elektriciteits- en de gasprijzen. De recordprijzen voor aardgas zetten immers via de gasgestookte centrales een turbo op de stroomprijzen.

Toch kijken sommigen ook nadrukkelijk naar de federale regering voor extra steun. Het uitgebreid sociaal tarief voor energie werd eerder al verlengd tot eind dit jaar, maar de Gezinsbond vraagt een verdere uitbreiding van het tarief en een verlenging van het verlaagd btw-tarief op gas en elektriciteit. Ook de industriële grootverbruikers vragen maatregelen: als de gasprijzen op het huidige niveau blijven of verder stijgen, zullen bepaalde bedrijven onvermijdelijk moeten overgaan tot een productiestop.

Moeilijke oefening

Hoe dan ook is het maar de vraag of de regering na de coronapandemie nog budgettaire ruimte heeft om de huishoudens en de industrie opnieuw te stutten. De begrotingsopmaak van de komende maanden belooft een moeilijke oefening te worden, met een begrotingstekort dat schommelt rond de 5 procent van het bruto binnenlands product en een schuldgraad die volgens het Planbureau op 114 procent afstevent.

Bovendien kan de coulante houding die de Europese Commissie sinds de coronacrisis aanneemt niet blijven duren. Vroeg of laat zullen de lidstaten wellicht de tering naar de nering moeten zetten om aan te knopen met het Europese stabiliteits- en groeipact waarbij de schuldgraad en het tekort respectievelijk onder de 60 en 3 procent van het bbp moeten blijven.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?