reportage

Foorkramers bouwen met bang hart Zuidfoor op: ‘We overleven dit enkel dankzij elkaar’

De Luikse Nathalie Van Vugt baat attractie Rotor uit: "Zelfs als we dit jaar mogen blijven staan, zal dat nog geen Zuidfoor zijn zoals andere jaren.” © BRUZZ

Over een kleine week lokken vrolijke muziek en de geur van smoutebollen jong en oud opnieuw naar de Zuidfoor. Maar voor dat vertier kan plaatsvinden, is het ploeteren en zweten geblazen voor de foorkramers. “En hopen dat het deze keer niet voor niets zal zijn. Want dat kunnen we geen tweede keer aan.”

Wie een dezer dagen langs de Zuidlaan slentert, ziet op de middenberm langzaam maar zeker de eerste attracties en eetkramen tevoorschijn komen. Een stroom van foorkramers en bijhorende woon- en vrachtwagens pendelen tussen Arts et Métiers en de Hallepoort. “Een babbeltje? Sorry, het werk moet echt af, ik sta hier al tien seconden te lang stil”, verontschuldigen ze zich gehaast. “Maar kom volgende week zeker terug! We kunnen de steun gebruiken.”

Vaste klanten, vaste steun

Enthousiasme heerst er zeker, maar er valt ook veel ongerustheid van de gezichten af te lezen. “Het verloopt allemaal wat stroef. Iedereen moet er nog inkomen, geloof ik, na meer dan een jaar stilstaan”, vertelt Virginie Simon van eetkraam Simon P, waar je oliebollen, frieten, churros en andere kermisvettigheden kan smullen. Na initieel groen licht werd de Zuidfoor vorige zomer immers op het nippertje afgelast.

“Wij hadden geluk dat we ons eetkraam thuis in Geldenaken konden installeren en zo wat konden verdienen. Daarnaast zijn we ook naar een drietal dorpen in de buurt kunnen afreizen. Enkele vaste klanten van de Brusselse foren zijn ons daar zelfs een bezoek komen brengen: echt een hart onder de riem.”

Virginie Simon van eetkraam Simon P
© BRUZZ
| Virginie Simon van eetkraam Simon P.: "Eigenlijk vergt wat wij foorkramers doen echte moed.”

Toch betekende het coronajaar nog steeds zwaar verlies voor het familiekraam. “En dan moet je weten dat andere kramers het nog veel moeilijker hadden”, zucht Simon. “Het is geen beroep voor iedereen: je werkt tijdens één seizoen de uren die iemand anders op een heel jaar draait. En dan komt daar nog eens deze crisis bij. Eigenlijk vergt wat wij doen veel moed.”

De eerste foor in Oudergem eind juni gaf haar opnieuw wat goede moed. “Het is zalig om iedereen terug te zien, collega’s en klanten. Iedereen was echt in zijn element”, glundert ze. “De familiale sfeer en solidariteit maken veel van het afgelopen jaar goed. Maar nu is het vooral hopen op een goed verder verloop.”

Twijfels over het kermisbestaan

Die hoop lijkt bij de Luikse Nathalie Van Vugt van attractie Rotor stilletjesaan uit te doven. Vijfentwintig jaar geleden nam ze het werk van haar moeder over, nu denkt ze af en toe aan ophouden. “Ja, dat is emotioneel best zwaar”, bevestigt ze, “maar op een bepaald moment moet je ook realistisch zijn. Zelfs als we dit jaar mogen blijven staan, zal dat nog geen Zuidfoor zijn zoals andere jaren.”

Om haar gedachten te verzetten en een plan B achter de hand te houden, begon Van Vugt tijdens de foorstop met een opleiding als voedingscoach. “Ik had al snel door dat de situatie er niet goed uitzag voor foorkramers. En daarbij deed het me goed om iets om handen te hebben. Normaal gezien sta ik ook op de kermis in Antwerpen, Luxemburg en Luik. Dit jaar was het onderhouden en afwachten.”

zuidfoor nathalie van vugt
© BRUZZ
| "Tijdens de lockdown begon ik met een opleiding. Een emotionele beslissing, maar op een bepaald moment moet je realistisch zijn."

Haar zoon zou ooit de zaak overnemen, maar zoekt ondertussen werk in het buitenland. “Niemand in mijn familie heeft zich geloof ik ooit vragen gesteld over het foorbestaan. Het is een manier van leven die we van generatie op generatie doorgeven.” Over de toekomst mag ze dan wel twijfels hebben, Van Vugt is vastberaden om ook deze Zuidfoor mensen plezier en herinneringen te bezorgen. "Dat is onze wereld, onze voornaamste job, al zitten we zelf in de miserie. De show moet altijd doorgaan.”

Een groot solidariteitsdorp

Geboren en getogen Brusselaar Jean Bodet maakt zijn nieuwe, Roemeense werkkrachten wegwijs bij zijn pastakraam Pasta Fresca. “Morgen starten we met opbouwen, maar de meeste van mijn mensen spreken amper Frans, Nederlands of Engels. Ik had heel goede helpers, maar die zijn tijdens de lockdown op zoek gegaan naar ander werk. Laten we hopen dat het goedkomt.”

Bodet en zijn zonen vormen de achtste en negende generatie foorkramers in de familie. “Ik ben in dit leven geboren, en ben zelf uitbater sinds 1977. Toen kwamen we nog naar de foor met paradetenten en podiumshows." Dat de Zuidfoor voor hem als thuiskomen is, druipt ervan af. “Het meest speciale aan het gebeuren? De periode! Juli en augustus, dat zijn de allerbeste foormaanden.”

Jean Bodet foorkramer pasta fresca
© BRUZZ
| Brusselaar Jean Bodet van Pasta Fresca: "Je deelt met wie het moeilijk heeft, en de volgende maand deelt die persoon met jou. Zo gaat dat bij ons."

Zijn brede, zelfzekere glimlach kan niet verbergen dat ook hij zijn hart vasthoudt de komende weken. “Natuurlijk heb ik schrik; wat als we weer last minute alles moeten opkramen? Dat wordt gewoonweg een financiële ramp. De steun die we krijgen, is amper voldoende om te overleven.”

Dat Bodet tot nu toe weinig foorkramers kent die failliet gingen, heeft volgens hem alles te maken met het solidariteitsgevoel onder de collega’s. “Je deelt met wie het moeilijk heeft, en de volgende maand deelt die persoon met jou. Zo gaat dat hier op de kermis: wij zijn een groot dorp, een grote familie.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?