reportage

Horecapersoneel blikt terug op lockdowns: 'De crisis heeft de pijnpunten blootgelegd'

“De horeca is met veel precaire statuten slecht georganiseerd,” zegt Menderez Dincer, die werkt in café Zebra.© Ivan Put

Na de heropening van de terrassen mag de horeca vanaf 9 juni zijn klanten nu ook opnieuw intra muros ontvangen. Daarmee eindigt de tweede coronalockdown. Dat veel uitbaters zwarte sneeuw zagen, is geweten. Maar hoe beleefde het personeel deze woelige tijden? En dan vooral de zovele jonge mensen die meedraaien in het circuit. “Ik heb geluk gehad, maar de crisis legt wel de pijnpunten in de sector bloot.”

Het laatste weekend van mei doet weken van koude en regen vergeten. Onder een stralende zon rollen de uitbaters tussen de Oude Graanmarkt en het Sint-Goriksplein hun terrassen uit. Wie kan, mag dat tot eind 2021 van Brussel-Stad over een grotere oppervlakte doen. Met haar meter vijftig laveert dienster Emma Djafer (25 jaar) vlot en gezwind tussen de tafels van Poké House in de Sint-Katelijnestraat. “De impact van de coronacrisis?” lacht ze. “De broekriem aanspannen en een hele poos weer bij mijn ouders in Frankrijk gaan wonen. Mentaal was dat vreselijk.”

Op haar achttiende koos ze ervoor haar leven uit te bouwen in België, voornamelijk in de horeca. Ze spartelde door de beide lockdowns. “Vooral de eerste was een ramp. Ik werkte met dagcontracten en viel van de ene dag op de andere op niets terug. Ik ben dan enkele maanden bij mijn ouders gaan overleven. Na wat zwartwerk in een bakkerij in Parijs keerde ik in september 2020 met 1.200 euro terug en ging ik bij de moeder van mijn vriend wonen. Daar zitten we nog altijd. Voor ambitieuzere toekomstplannen zoals samenwonen is het nog te vroeg. Onze geldreserves zijn opgesoupeerd. Ik had wel het geluk om net voor de tweede lockdown een voltijds contract bij Poké House te krijgen. Na de sluiting genoot ik dus van een maximale tijdelijke werkloosheidsuitkering. Kortom, een verhaal van geluk hebben en kunnen terugvallen op.”

Aan de top van de ranking van jong horecapersoneel dat de corona­crisis min of meer zonder kleerscheuren doorkwam, staan zij die door een voltijds contract recht hadden op bijstand. Lobke Torfs (23 jaar) was al voor het uitbreken van de pandemie voltijds aan de slag in café De Markten op de Oude Graanmarkt. “Omdat ik tijdens de eerste lockdown nog bij mijn ouders was gedomicilieerd en er ook tijdelijk introk, werd mijn appartement in Brussel als een tweede residentie beschouwd en mocht ik er niet naartoe. De huur moest ik uiteraard wel blijven betalen. Maar afgezien daarvan ondervond ik niet zoveel last.”

1757 HORECA Emma
© Ivan Put
| Emma Djafer: “De impact van de corona crisis? De broekriem aanspannen en weer bij mijn ouders in Frankrijk gaan wonen. Mentaal was dat vreselijk.”

Verderop, in café Mappa Mundi op het Sint-Goriksplein dezelfde echo uit de mond van Houda Nouri (29 jaar). “De eerste lockdown was moeilijk. Ik had slechts een deeltijds contract en erfde de huurlasten van een appartement dat ik tot dan met iemand deelde. Bij het ingaan van de tweede sluiting was mijn basis steviger. Door een voltijds contract kon ik voortaan op een steunuitkering van ongeveer 1.400 euro rekenen. Omdat ik sinds mijn zestiende altijd druk bezig was, voelde het zelfs een poos als vakantie aan.”

Maar Emma, Lobke en Houda denken wel aan hun collega's die het met veel minder moesten stellen. Want gezond kan je de horecasector niet noemen. Naast de voltijdse werknemers is er het legertje van halftijdsen, hoewel die in de realiteit soms tot veertig uur per week presteren. Enkele mensen krabbelen terug voor een interview. Of het mag plots niet van hun baas, of ze zijn bang om zich te compromitteren door het systeem kritisch aan te klagen. Noem haar Flavia, een twintiger. “Met mijn steunuitkering kwam ik er niet. Heel mijn geld­reserve is er tijdens de beide lockdowns doorgedraaid en af en toe was ik aangewezen op bijklussen in de poetssector.”

1757 HORECA Menderez
© Ivan Put
| “De horeca is met veel precaire statuten slecht georganiseerd,” zegt Menderez Dincer, die werkt in café Zebra.

Pompen of verzuipen

Menderez Dincer (33 jaar), een verantwoordelijke van het café Zebra op het Sint-Goriksplein, plakt er wél openlijk woorden op. “De horeca is met veel precaire statuten slecht georganiseerd. Veel jonge mensen worden slechts voor veertien of eenentwintig uur aangegeven. Voor hen was corona pompen of verzuipen. Wat doe je als je plots op een uitkering van 200 of 600 euro terugvalt? Veel personeel op dit plein deelt een appartement met anderen, omdat ze met hun schamele contracten niet verder raken.”

De uitbater van café Monk, Filip Jans, erkent het probleem. “Tachtig procent van de cafés is in handen van brouwerijen en drankhandelaars. Met hun hoge aankoopprijzen houden ze ons in een wurggreep. Ze schrijven voor wat we wel of niet mogen verkopen. De winstmarges die we daardoor uit drankverkoop boeken, zijn voor een café pur sang veel te klein om elk personeelslid een volwaardig contract aan te bieden. De lonen zijn immers de zwaarste lasten voor uitbaters. In De Monk kunnen we gelukkig terugvallen op de leefbare marges van het spaghettirestaurant. Maar dat is elders, in gewone cafés, lang niet de regel. Het resultaat? Veel contractjes met weinig sociale dekking of anders, nog erger, noodzakelijk zwartwerk.”

Pintjes uit de supermarkt

Studenten vormen nog een andere categorie onder het horecapersoneel dat werd getroffen. Voor hen geen contracten van onbepaalde duur. Wel een dagelijkse inschrijving in het digitale registratiesysteem Dimona, van de overheid. Dagarbeid dus, waardoor je niet in aanmerking komt voor tijdelijke werkloosheid. Studente Adriana Van der Auwera (22 jaar) kon onlangs aan het werk in café KFK Hope, maar werkte net voor de tweede lockdown op basis van dagregistratie in een steakhouse in Werchter. “Dat eethuis boerde nog wat verder met takeaway, maar de momenten waarop ik werd opgeroepen verwaterden. Zo viel ik geleidelijk aan op droog zaad. Ik deel een duur kot van 1.050 euro in het centrum van Brussel met een huisgenote. Mijn ouders betalen het grootste stuk, terwijl ik werk om het verschil bij te passen.”

“Mijn spaargeld is er grotendeels aan opgegaan. Een goede interimjob vinden was niet gemakkelijk. En als ik niet tijdig een studietoelage had ontvangen, dan zou ik zijn aangewezen op bedelen bij mijn familie, wat ik niet wil. De lockdown noopte me om het goedkoper aan te doen. Met vrienden pintjes uit de supermarkt drinken bijvoorbeeld, totdat de politie ons wegjoeg. De heropening van de terrassen komt geen dag te vroeg.”

Annabel Steurs (21 jaar) studeert voor juwelier-goudsmid en treedt haar bij. “Ik werkte in De Monk via de Dimonaregistratie en moest het plots zonder een vervangingsinkomen stellen. Uiteraard waren er mijn ouders, maar toch. Als ik het voorbije jaar één paar schoenen en een kledingstuk heb gekocht, dan is het veel. Snel een andere job vinden is niet vanzelfsprekend. Het moet immers matchen met de studietijden. En zo was het toch wel het onderste uit de kan halen om een deel van mijn duur schoolmateriaal en de energiefacturen van mijn kot te kunnen betalen.”

Ondertussen lijkt het oude normaal weer op gang te komen, hoewel meerdere personeelsleden aangeven dat de horeca nog niet op volle kracht draait. Vooral de werknemers met een vast contract zouden opnieuw aan de slag zijn. Studenten sijpelen slechts mondjesmaat terug. Ook de uitbaters moeten immers hun geldreserves eerst bijtanken. Of de pandemie een aanleiding wordt om de problemen structureel aan te pakken, is koffiedik kijken. “Maar het zou tijd worden,” zegt Menderez Dincer. “Er zou een globaal overleg moeten komen tussen de overheid en de sector, met de kwestie van de sociale statuten als een van de belangrijkste agendapunten.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?