interview

Olivier Willocx (Beci) wil vooruit: ‘Ondernemers: zie ook de kansen’

Olivier Willocx: “Het is tijd dat de burger de bedrijven helpt met vers kapitaal.”© Saskia Vanderstichele

Olivier Willocx, CEO van de Brusselse ondernemersorganisatie Beci, ontmoet bedrijfsleiders die alleen maar klagen over hoe slecht de crisis is aangepakt, en andere die gefocust zijn op de toekomst. “Ik zie het verschil meteen in de resultaten van hun bedrijf. Als je alleen kunt praten over het verleden, ben je al dood. We moeten vooruit.”

Wie is Oliver Willocx?

  • Geboren in 1966
  • Woont in Schaarbeek
  • Studeerde economie aan de ULB en Europees recht in Amsterdam
  • Was van 1995 tot 1997 adviseur op het kabinet van minister Herve Hasquin (MR)
  • 1999: voorbereiding renovatie Atomium
  • Is sinds 2000 ceo van de Brusselse ondernemersorganisatie Beci

Telewerk is dezer dagen de norm en ook bij Beci ligt de werkvloer er verlaten bij. Wie uit de lift stapt, kijkt meteen aan tegen een reusachtig scherm waarop het dagelijkse verloop van de werkzaamheden van de organisatie te zien is. Het aantal binnenkomende mails, voor welke afdeling ze bestemd zijn, binnen welke tijd ze beantwoord worden, alles wordt weergegeven in kleurrijke grafi eken en diagrammen. Big Brother aan de Louizalaan 500? “Gewoon heel nuttig,” zegt CEO Olivier Willocx. “Dit is monitoring. Ik zie nu op het scherm dat de gemiddelde wachttijd voor het beantwoorden van vragen op 230 minuten ligt. Dat is te veel, dat zou naar zestig minuten moeten.”

Olivier Willocx, CEO van de Brusselse ondernemersorganisatie Beci
© Saskia Vanderstichele
| Olivier Willocx: "Natuurlijk kun je dit verlies moeilijk door de overheid laten compenseren. De Brusselse overheid kan niet aandeelhouder worden van alle hotels en cafés. Dat zou niet gezond zijn."

Hoe ervaren de ondernemers het verplichte telewerk? Het staat of valt bij vertrouwen.
Olivier Willocx: Klopt, maar dankzij de digitalisering heb je vandaag veel meer tools om je werknemers te volgen dan vroeger, zelfs al werken de mensen van huis uit. Veel bedrijfsleiders hebben momenteel wel een probleem van governance. Ze zien hun werknemers niet in levenden lijve, ontmoeten de klanten niet meer, alles gebeurt op afstand. Daardoor voelen de ondernemers hun personeel, de klanten, de markt ook minder goed aan. We ruiken het niet meer, zeggen ze.

Er wordt nochtans volop gezoomd en geskypet?
Willocx: Iedereen zit de hele dag te vergaderen voor de computer, ja. Maar bij zulke meetings mis je een deel van de informatie. Je ziet bijvoorbeeld niet of een van je medewerkers gedeprimeerd is. Bovendien valt alles wat normaal gezien voor en na een vergadering gebeurt, weg. In een land als Nederland wordt het meeste tijdens de vergadering zelf beslist, in België is dat anders, zeker bij de Franstaligen. Die verborgen dimensie is er nu niet.

Zal de crisis een blijvende impact hebben op de manier van werken van ondernemingen?
Willocx: Zeker, telewerk wordt een blijver in de meeste bedrijven, toch voor één tot twee dagen per week. Niet meer wellicht, omdat heel wat werknemers aangeven dat ze nood hebben aan sociaal contact.
Maar er zal meer veranderen. Onze verplaatsingsgedrag bijvoorbeeld. Neem de Nationale Bank, die vergadert normaal twee keer per maand in Frankfurt (bij de Europese Centrale Bank, red.). Ik hoorde al dat dat wellicht anders zal verlopen: één week per jaar ter plekke vergaderen om elkaar te leren kennen, vervolgens zes maanden op afstand en dan misschien nog eens twee dagen ginder. Naar Frankfurt reizen voor een bijeenkomst van anderhalf uur, dat zal niet meer gebeuren. Ook voor Brussel zal dat gevolgen hebben: ik vrees dat er minder zakenreizigers zullen zijn.

De post-Covideconomie zal ook veel meer digitaal zijn. Zijn we daar klaar voor?
Willocx: In maart waren we zeker niet klaar. Je moest toen vaststellen dat heel wat publieke instellingen wel geïnvesteerd hadden in een mooie locatie, maar niet in digitalisering. Actiris bijvoorbeeld zit in een prachtige toren, maar op digitaal vlak is er nog veel werk aan de winkel. Er waren aan het begin van de crisis zelfs geen computers voor de medewerkers om van huis uit te werken.
Ondertussen hebben de overheid en de privésector wel computers en ander materiaal gekocht om op afstand te werken. Maar dat is niet voldoende. Digitalisering is niet het vroegere papier of de vroegere manier van lesgeven projecteren op een scherm. Een digitale cursus is niet een mevrouw in een nette tailleur die voor een powerpoint staat. Toch gebeurt het nog veel te vaak zo. Ik krijg voort durend voordrachten of lessen van vijftig ononderbroken minuten voorgeschoteld, terwijl mensen zich maar vijf minuten kunnen concentreren. Je moet werken met capsules van vijf, zes minuten.

Olivier Willocx, CEO van de Brusselse ondernemersorganisatie Beci

Hoe is uw eigen gedrag als homo economicus de afgelopen maanden gewijzigd?
Willocx: Normaal reis ik heel vaak, nu zat ik veel thuis en heb ik, als een eekhoorntje, gespaard. Ik merk dat ik me nu bij elke potentiële aankoop afvraag: heb ik dat eigenlijk wel nodig? Voorts moest ik mijn professionele afspraken anders vormgeven. Vroeger was het evident om elkaar op restaurant te zien. Ondertussen spreek ik ook af in het Zoniënwoud.

Het einde van de crisis is nog lang niet in zicht. Hoe gaan de ondernemingen om met alle beperkingen, tegenslagen en onzekerheid?
Willocx: Heel verschillend. Op elke bijeenkomst is twintig, dertig procent van de ondernemers constant negatief, alleen maar klagen over hoe slecht de crisis de voorbije maanden is aangepakt. Wie wil overleven, moet een mentale shift maken. Wat kan ik wél doen? Ondernemers die daarin slagen, draaien vandaag redelijk goed. Daarom zeg ik: stop met klagen en ga vooruit. Klagen levert niets positiefs op. We moeten ermee leren leven dat het nog heel lang kan duren. Ook ik ben uiteraard niet blij met de huidige situatie. Maar ik heb voor mezelf uitgemaakt dat het zeker nog aanhoudt tot juni 2021. Ik zit dus niet te hopen dat het in januari beter zal gaan. Ik pas me aan aan de nieuwe realiteit.

Olivier Willocx, CEO van de Brusselse ondernemersorganisatie Beci
© Saskia Vanderstichele
| Olivier Willocx, CEO van de Brusselse ondernemersorganisatie Beci, spoort Brusselse bedrijfsleiders aan vooruit te gaan.

Als je je café, restaurant of winkel al voor de tweede keer in acht maanden moet sluiten, is het moeilijk om optimistisch te blijven.
Willocx: Volledig akkoord, maar de zaken zijn zoals ze zijn. Zelfs dan moet je proberen om toch aan het werk te blijven. Flexibiliteit is essentieel. Restauranthouders zullen misschien zes maanden iets anders moeten doen: afhaal, leveren bij bedrijven. Voor sommige ondernemers zal het zelfs gunstig uitpakken omdat ze grotere marges kunnen nemen. Ik heb restaurantuitbaters ontmoet die in september al een betere omzet hadden dan het hele vorige jaar. Omdat ze op een andere manier gewerkt hadden, zeven dagen per week open, met minder personeel en zonder vakantie te nemen in de zomer.

Maar een sector als de nachtclubs, welke shift moeten zij maken?
Willocx: Daar heb ik geen antwoord op. Mijn boodschap geldt voor tachtig procent van de bedrijven, niet voor iedereen.
De federale en Brusselse regering hebben enkele honderden miljoenen euro’s uitgetrokken voor steun aan de bedrijven, de werknemers, de zelfstandigen.

De Brusselse regering komt ook met een relanceplan van 120 miljoen euro. In welke mate is de Brusselse economie daarmee geholpen?
Willocx: Het verlies van eigen vermogen van de Brusselse bedrijven bedroeg al 3,3 miljard euro na de eerste coronagolf, na de tweede komen we wellicht uit op 5 miljard. Wat is dan 120 miljoen? Natuurlijk kun je dit verlies moeilijk door de overheid laten compenseren. De Brusselse overheid kan niet aandeelhouder worden van alle hotels en cafés. Dat zou niet gezond zijn. Ik denk dat het tijd is dat de burger helpt en vers kapitaal inbrengt. Er zijn zeker veel Brusselaars verarmd door de crisis, maar anderen hebben gespaard. Je zou 5.000 euro kunnen investeren in een restaurant in de buurt. De mogelijkheid van crowdfunding bestaat al, maar er moeten andere systemen komen om dit soort investeringen aan te moedigen.

De economische steunmaatregelen wegen zwaar op de Brusselse overheidsfi nanciën. Dit jaar loopt het tekort op tot anderhalf miljard.
Willocx: Daarom vind ik ook dat de overheid niet moet proberen om alle ondernemingen te redden. Moet je bedrijven die vorig jaar al in slechte gezondheid verkeerden, redden op kosten van de gemeenschap? Sowieso hebben we, met de uitbreiding van het telewerk, minder restaurants nodig in Brussel, twintig procent minder wellicht. Als je alle etablissementen door de crisis sleurt, zullen er te veel zijn in verhouding tot het aantal klanten dat overblijft.

Olivier Willocx, CEO van de Brusselse ondernemersorganisatie Beci
© Saskia Vanderstichele
| Olivier Willocx: "Bedrijven beseffen dat ze in deze afstandseconomie hun interne en externe communicatie moeten verbeteren."

Door de crisis zullen veel mensen hun baan verliezen. Waar zullen zij nog werk vinden?
Willocx: Ik denk dat wij als patronale organisatie een zware fout gemaakt hebben door ons veel te weinig met het onderwijs te bemoeien. Het allergrootste probleem in Brussel zijn de verkeerd opgeleide middelbare scholieren. Nog steeds studeren heel wat jongeren af in de richting kantoor. Daar heeft niemand nog behoefte aan. Die mensen vinden geen job. Idem voor assistent- boekhouders en andere beroepen zonder enige creativiteit. Die zijn in gevaar, omdat de machine het sneller en soms ook beter doet. Anderzijds is er niemand te vinden voor de bouwsector. Als Brussel de transitie wil maken naar een groenere economie, dan zijn er heel veel bouwvakkers nodig om al die milieuvriendelijke gebouwen op te trekken. Die zijn er niet. Wat moeten we doen, elk jaar een paar duizend Chinezen laten overkomen?

Ook is er blijkbaar nog steeds een groot tekort aan informatici. Beci werkt mee aan een internationaal programma, waarbij bedrijven een beroep kunnen doen op ICT’ers uit Senegal en Nigeria.
Willocx: Klopt, iedereen is vandaag op zoek naar goede ICT’ers. De internationalisering van de diensten zal alleen maar groeien. Ook is er grote vraag naar communicatiespecialisten. Bedrijven beseffen dat ze in deze afstandseconomie hun interne en externe communicatie moeten verbeteren.

Traditioneel stonden de files en andere mobiliteitsperikelen in Brussel altijd hoog op jullie prioriteitenlijstje. Sinds het begin van de crisis is het verkeer veel minder dense. En de overheid heeft aanpassingen gedaan, zodat fietsers en voetgangers meer ruimte kregen. Tevreden?
Willocx:
Dit is voor ons dubbel. Enerzijds moet het leven in de steden, zeker nu, aangenamer worden gemaakt en de fiets kan daarbij helpen. Ook ik vind dat het tijd is voor een omschakeling. It’s time for a change. Maar hoe doe je dat? Fietspaden aanleggen is prima, maar doe het doordacht, niet op één plek, waarna je verder moet over straat. Dat is gevaarlijk. Voorts stellen we vast dat mensen in Covidtijd bang zijn voor het openbaar vervoer en dat de fiets niet voor iedereen een alternatief is. Sommigen hebben de auto nodig en voor hen is er te weinig respect. Neem de afsluiting van Ter Kamerenbos. Het verkeer daar wat beperken, kan voor ons best, maar zoals nu is het totaal absurd. In het park is minder volk dan vroeger. Families met jonge kinderen die er met de wagen heen gingen, raken er niet meer. En vele vrouwen durven er niet meer te joggen nu de sociale controle door voorbijrijdende automobilisten weggevallen is. Intussen slibt de Waterloosesteenweg dicht.

Dan is er nog het plan voor een Brusselse stadstol en kilometerheffing.
Willocx:
Wij zijn voor een verschuiving van een belasting op het bezit van een auto naar een belasting op het verbruik. Maar die verschuiving moet gebeuren op Belgisch niveau, niet alleen in Brussel. Anders komt het neer op een bijkomende taks voor de pendelaars en riskeren we een verplaatsing van de economische activiteiten buiten Brussel. Het is een cadeau aan Leuven, Vilvoorde en Mechelen. Vreemd dat Voka in Vlaanderen niet sterker aandringt op die shift.

Sinds deze week gelden nog strengere maatregelen. Ook de meeste winkels zijn dicht. Maar het is geen algemene lockdown zoals in het voorjaar.
Willocx: Neen, verplaatsingen zijn nog mogelijk en dat maakt een enorm verschil voor de economie. Er blijft activiteit. Een nieuwe algemene lockdown zou een catastrofe zijn. We kunnen de economie niet om de zoveel maanden platleggen. Het probleem is namelijk: hoe start je alles daarna weer op? Het zou ook heel erg zijn voor onze jonge twintigers. Die mopperen nu misschien dat ze niet op café kunnen gaan en een deel van hun jeugd missen. Maar veel erger voor hen is dat de schuld van de Belgische staat gigantisch uitdijt bij elke nieuwe lockdown en dat ze die nog tientallen jaren zullen mogen afbetalen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?