Analyse

Vijf redenen waarom 80.000 Brusselaars maar geen werk vinden

Ellen Debackere
© BRUZZ
16/06/2022

Meer dan 80.000 Brusselaars zoeken werk, en toch zijn er meer dan 10.000 openstaande vacatures in het Brussels gewest. De arbeidsmarkt gedraagt zich niet volgens een eenvoudige rekensom. Meer nog: de mismatch op de Brusselse arbeidsmarkt werd er de laatste dertig jaar enkel groter op. Waarom speelt er zo'n tekort aan personeel? BRUZZ ziet vijf belangrijke uitdagingen.

Eind mei registreerde Actiris 83.526 niet-werkende werkzoekenden in Brussel. Op hetzelfde ogenblik telde de Brusselse arbeidsbemiddelaar 13.625 openstaande vacatures. Dat is wellicht een onderschatting, want bedrijven zijn niet verplicht om hun vacatures bij Actiris aan te geven. Volgens statistiekbureau Statbel – waar dan weer mogelijk sprake is van een overschatting ­– stonden in het midden van het eerste kwartaal van 2022 in Brussel in totaal 25.600 vacatures open.

De Brusselse job-vacaturegraad – het percentage van de bestaande jobs die niet ingevuld zijn – bedroeg 3,7 procent in het laatste kwartaal van 2021. Daarmee zit Brussel onder Vlaanderen (4,7 procent), maar sterk boven het Europese gemiddelde (2,6 procent). Op landniveau kennen enkel Duitsland, Oostenrijk, Nederland en Tsjechië meer krapte dan Brussel als gewest.

Vacatures arbeidsmarkt werkloosheid illustratie 2_(c)_Brecht Vandenbroucke.jpg

De laatste lijst met knelpuntberoepen van Actiris dateert van eind 2020, maar hij verandert doorgaans amper, bevestigt de arbeidsbemiddelaar. “Het overgrote deel van de knelpuntberoepen is structureel: men blijft mensen zoeken in de IT-sector, de bouw en het onderwijs. Veel knelpuntberoepen hebben daarnaast te maken met vergrijzing of verjonging. Sectoren als de ouderenzorg of de verpleging zitten al jaren in de lift. Maar Brussel is ook een gewest dat blijft verjongen waardoor er meer scholen en dus ook leerkrachten en opvoeders nodig zijn,” klinkt het.

Tegelijk zoeken heel wat Brusselaars werk. Dat doen ze in verschillende sectoren – ook in sectoren waar naarstig gezocht wordt naar werknemers. Zo geeft 15 procent van de werkzoekers aan in de sector van de 'Veiligheid, schoonmaak, milieu' terecht te willen komen of er al ervaring mee te hebben. Veertien procent zoekt een baan in de administratieve sector, elf procent in het transportdomein. Waarom is er sprake van zo'n nijpend personeelstekort terwijl tegelijkertijd zoveel mensen op zoek zijn naar werk?

1. Te lage scholingsgraad

Volgens Jan Gatz, woordvoerder bij Actiris, speelt de scholingsgraad een belangrijke hindernis om de Brusselse jobs tot bij de bevolking te brengen. “In Brussel vragen zes op zeven vacatures mensen die midden- of hooggeschoold zijn, terwijl bij de werkzoekenden de overgrote meerderheid geen of maximaal een middelbaar diploma bezit. Dit is dé grote mismatch op de Brusselse arbeidsmarkt en die is de laatste twintig tot dertig jaar enkel scherper geworden. Het aantal jobs voor hooggeschoolden is de laatste tijd enkel toegenomen terwijl het aantal jobs voor laaggeschoolden afgenomen is. Een gevolg van de kenniseconomie.”

“De kenniseconomie zorgt ervoor dat het aantal jobs voor laaggeschoolden enorm afneemt”

Jan Gatz, woordvoerder Actiris

Een blik op de cijfers van Actiris bevestigt de paradox: eind mei maakten hooggeschoolden (bachelor- of masterdiploma) slechts 13,9 procent van het totaal aantal Brusselse werkzoekenden uit. Maar de vraag naar hoogopgeleide arbeidskrachten is hoog en neemt enkel toe: in twintig jaar tijd steeg de vraag met 66 procent. Slechts één vacature op de zeven vraagt nog om geen of weinig scholing.

Toch is niet overal het diploma de spelbreker, zucht Hichame El Ouakili, algemeen directeur van DH Field Services, een bedrijf actief in de telecommunicatie en IT-sector. Het bedrijf heeft in Brussel op dit moment twintig openstaande vacatures en is dringend op zoek naar helpende handen voor onder andere de uitrol van glasvezel via Proximus, een van hun klanten. “Welk profiel we zoeken? Ze moeten alleen gemotiveerd zijn. Al de rest – de volledige opleiding – verzorgen we zelf. Een diploma is niet nodig. Maar sommige vacatures staan al drie jaar open,” zegt El Ouakili. “We vragen nochtans niet veel.”

2. Matige talenkennis

Naast een diploma lopen aanwervingen vaak vast op het gebrek aan talenkennis of ervaring. “Er bestaan heel wat jobs die erg specifieke skills vereisen,” vertelt professor arbeidseconomie Stijn Baert (UGent). “Denk maar aan bepaalde functies in de bouw waarvoor je een machine moet kunnen besturen.”

Ook de aangeboden talenkennis volstaat vaak niet. Dat voelen ze ook bij de Brusselse bouw- en vastgoedgroep Besix. Op dit moment biedt Besix 35 openstaande vacatures aan in de hoofdstad. “Een paar jaar geleden zou ik gezegd hebben dat vooral bouwkundig ingenieurs of ingenieur-architecten het moeilijkst te vinden zijn in Brussel. Maar vandaag is de markt zo gespannen dat ook boekhouders of goede directie-assistenten moeilijk te vinden zijn,” vertelt Yannick Van Aelst, senior recruiter bij Besix. “De grootste hindernis in Brussel is de tweetaligheid. Wij zoeken vaak zelfs drietaligheid omdat we bij veel internationale projecten betrokken zijn. Tweetalig administratief personeel is niet meer zo makkelijk te vinden.”

“Slechts zeven procent van de werkzoekenden heeft een goede kennis van de andere landstaal”

Jan Gatz, woordvoerder Actiris

“De helft van de vacatures in Brussel vraagt inderdaad kennis van zowel Frans als Nederlands, en soms ook Engels,” weet Gatz van Actiris. “Maar slechts een op vijf werkzoekenden heeft een basiskennis van de andere landstaal. Amper zeven procent heeft een goede kennis van de andere landstaal. Dat is een oud zeer en we proberen hier met Actiris hard aan te werken.” Slechts 4 tot 5 procent van de werkzoekenden bij Actiris heeft overigens een dossier in het Nederlands.

“Brussel is de enige echt grote stad van dit land en trekt daardoor veel hooggeschoolden aan, maar ook veel precariteit,” aldus Gatz. “Een op de zes ingeschrevenen bij Actiris heeft een heel beperkte of zelfs geen kennis van het Nederlands of Frans. Die mensen kunnen eigenlijk in geen van beide taalgroepen ingeschreven worden. Die mensen proberen we zoveel mogelijk te ondersteunen en aan te moedigen om zo snel mogelijk een taalopleiding te volgen.”

3. Gebrek aan motivatie

Arbeidsvoorwaarden die niet stroken met de verwachtingen van werknemers vormen een andere hindernis. Werk dat in minder aangename omstandigheden moet worden uitgevoerd in ruil voor een salaris dat de inspanning niet voldoende dekt, trekt minder mensen aan, weet Baert. “Denk maar aan de schoonmaaksector.”

Van alle werkzoekenden is bijna de helft, of zo'n 49 procent, al meer dan twee jaar werkloos. Gatz geeft aan dat die situatie vaak het gevolg is van een samenloop van hindernissen. “Het gaat vaak niet enkel om een gebrek aan diploma of talenkennis. Een alleenstaande mama met drie kinderen kan bijvoorbeeld moeilijk tijdens stipte kantooruren werken of in een bedrijf met avondshifts. Vaak is het een combinatie van problemen die niet altijd arbeidsgerelateerd zijn. Het is geen eenvoudig verhaal.”

“Het systeem stimuleert niet voldoende om aan het werk te gaan”

Hichame El Ouakili, eigenaar DH Field Services

Voor Hichame El Ouakili van DH Field Services speelt nog een ander element een rol. “Met de arbeidsvoorwaarden is in mijn bedrijf niets mis. Starters krijgen hier 1.800 euro netto en na drie maanden zitten ze al aan 2.000 euro netto. Ze krijgen een gsm en soms zelfs een bedrijfswagen. Ik zie maar één probleem en dat is dat de motivatie bij sommige mensen ontbreekt. Het systeem stimuleert niet voldoende om aan het werk te gaan. Mijn jobs zijn voor iedereen toegankelijk omdat wij zelf de opleiding voorzien. We geven mensen hier bovendien de kans op een vaste job met stabiliteit voor de komende tien tot vijftien jaar.”

4. Niet mobiel genoeg

Naast een fenomeen als mobiliteitsarmoede vormt mobiliteit ook op andere manieren een hindernis bij het invullen van vacatures of het vinden van werk. “In Brussel is er veel concurrentie tussen bedrijven onderling en Vlamingen naar Brussel trekken is niet meer zo evident,” klinkt het bij Besix. “Die krijgen ook lokaal mooie aanbiedingen en hebben geen zin om nog anderhalf uur in de file te staan. En dat terwijl er in Brussel net veel vraag is naar Nederlandstalige profielen.”

Ook het onderwijs in Brussel lijdt onder die uitdaging. Een heel groot deel van de leerkrachten in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel pendelt naar de hoofdstad. Nu scholen extra personeel kunnen aanstellen om de leerachterstand door corona op te halen, grijpen heel wat leerkrachten de kans om dichter bij huis te gaan werken.

“Als Brussel zijn onderwijsprobleem wil oplossen, zal het Brusselse jongeren moeten klaarstomen”

Christophe Vanroelen, arbeidssocioloog VUB

Volgens arbeidssocioloog Christophe Vanroelen (VUB) is het vooral de Brusselse paradox, waarbij de hoofdstad hoofdzakelijk hooggeschoolde dienstenjobs aanbiedt, terwijl werkzoekers voornamelijk laaggeschoold zijn, die hier aanleiding toe geeft. “Dat leidt ertoe dat veel mensen uit Vlaanderen hier les komen geven. Het onderwijs is een hoogwaardige dienstensector. Als Brussel zijn onderwijsprobleem wil oplossen, zal het gewest moeten investeren in het klaarstomen van Brusselse jongeren voor jobs in het onderwijs. Dat lijkt me de enige oplossing.”

Omgekeerd probeert Actiris Brusselaars ervan bewust te maken dat er ook jobs buiten Brussel bestaan. “Soms liggen er op vijf of tien kilometer buiten Brussel wel kansen te grijpen, jobs die minder en minder aanwezig zijn in Brussel zelf,” zegt Gatz. “Maar die mentale klik om ook buiten Brussel te zoeken, is er niet automatisch. Iemand die in Schaarbeek woont, zal niet vanzelf werk gaan zoeken in Vilvoorde of Grimbergen terwijl de afstand misschien even groot is. Op dat vlak denken Brusselaars nog te territoriaal.”

5. Te grote inactieve groep

Tot slot bevinden heel wat mensen zich buiten de arbeidsmarkt. Ze zijn inactief of anders actief en zoeken geen baan. Stijn Baert: “Slechts enkele Europese landen tellen meer inactieven dan België. Dat wil zeggen dat werkgevers uit een veel kleinere vijver moeten vissen.”

In Brussel is bijna een op vier van de 25- tot 64-jarigen inactief. Het Europese gemiddelde bedraagt 19,7 procent. “In het bijzonder is de inactiviteit onder 25- tot 64-jarigen met een niet-EU-nationaliteit hoog in Brussel,” verduidelijkt Baert. “43,1 procent van hen is noch aan het werk, noch op zoek naar een baan.”

“De degressiviteit van de werkloosheidsuitkering werkt onvoldoende, en de activering wordt niet voldoende aangemoedigd”

Stijn Baert, arbeidseconoom

Volgens Vanroelen focuste het beleid van oudsher vooral op het activeren van werkzoekenden omdat een heel deel van hen ook een uitkering krijgt. Omdat de babyboomers nu massaal op pensioen gaan en de volgende leeftijdsgroepen minder groot zijn – waardoor de beroepsbevolking in absoluut aantal afneemt – moet het beleid ook focussen op inactieven. “Dat is een erg heterogene groep. Sommigen krijgen een leefloon, sommigen zijn arbeidsongeschikt, sommigen kiezen er gewoon voor om niet te werken en bijvoorbeeld als huisvrouw aan de slag te gaan en anderen zijn dan weer actief in bijvoorbeeld minder formele circuits.”

“Omdat het financiële sanctie-instrument om mee te dreigen hier in vele gevallen ontbreekt, moeten beleidsmakers het over een andere boeg gooien. In plaats van de duimschroeven aan te draaien moet er aan de aanbodzijde gewerkt worden, namelijk het creëren van inhoudelijk en materieel meer interessante jobs. Als een huisvrouw die zou werken op het einde van de maand de rekening maakt, en ze verliest meer geld aan vervoer en kinderopvang, hoeft het niet te verbazen dat ze thuis blijft om het zelf te doen. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt is deze spanning natuurlijk het grootst.”

Om de mismatch op de arbeidsmarkt weg te werken, is opleiding volgens Baert het cruciale punt. “Daarnaast moet het systeem van de werkloosheidsuitkeringen ook transparanter. De degressiviteit die er deel van uitmaakt, werkt onvoldoende en activering wordt niet voldoende aangemoedigd. Bovendien moet werken ook drastisch meer interessant gemaakt worden en moet het meer lonen. Tot slot moeten de poorten van de inactiviteit beter bewaakt worden, in het bijzonder de poort tot vervroegd pensioen.”
“Actiris heeft de laatste jaren succes geboekt in het activeren van jonge werkzoekenden,” aldus Baert. “Op inactieve mensen werd minder ingezet, maar de hefbomen daarvoor liggen vooral op federaal niveau. Werkloosheidsuitkeringen aanpassen en werk meer laten lonen kan je niet enkel op gewestniveau doen.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Economie , Samenleving , vacatures , werkloosheid , arbeidsmarkt , personeelstekort , Actiris

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni