Hoe Brussel zich kan aanpassen aan de klimaatopwarming

Voor grote parken als dat van Vorst is amper nog plaats. © Stéphane Mignon

De huidige/voorbije hittegolf maakt nog maar eens duidelijk hoe slecht de stad is aangepast aan extreme weersomstandigheden. We zetten een aantal maatregelen op een rij die Brussel leefbaar moeten houden in tijden van klimaatopwarming.

Hitte-eiland. Als u het woord nog niet kende, dat kwam daar de voorbije dagen ongetwijfeld verandering in. De term dook tijdens de hittegolf geregeld op om te verwijzen naar het hitteversterkende effect dat steden hebben: de materialen van onze huizen, straten en pleinen slaan warmte op en geven die weer af waardoor ze het sowieso al snikhete weer nog eens een stuk ondraaglijker maken. Het fenomeen zorgt er bijvoorbeeld voor dat de stedelijke nachten vaak nog ondraaglijk warm blijven, waardoor mensen amper aan recupereren toekomen.

Wat kunnen we eraan doen? Het kersverse Brusselse regeerakkoord licht al een tip van de sluier. De nieuwe ploeg wil koelte-eilanden creëren in de stad met groen en water. Er moet ook meer aandacht komen voor hittereflecterende materialen.

Maar er valt veel meer te zeggen over hoe Brussel zich kan aanpassen aan een trend die alleen maar extremer zal worden.

  • Meer groen

De eerste maatregel klinkt misschien als een evidentie, maar is dat vandaag niet in Brussel. De focus van het beleid lag de voorbije decennia vooral op het creëren van zo veel mogelijk woningen om aan de bevolkingsgroei tegemoet te komen. Dat roer moet nu snel omgegooid worden. Nieuwe woningen zijn nog wenselijk, maar enkel als er tegelijk ook omvangrijke kwalitatieve groenruimtes worden bijgecreëerd.

eilandjes_speelplaats
© Lutgardiscollege

“Ook voor stedenbouwkundigen is die omslag wennen,” zegt Brussels bouwmeester Kristiaan Borret. “Het is pas de voorbije twee-drie jaar dat het besef echt doordringt dat we het anders moeten gaan aanpakken. Dat verklaart ook waarom nogal wat recent aangelegde pleinen of openbare ruimtes nog zo weinig groen hebben. Die plannen zijn vaak een hele tijd eerder al opgesteld. Tien jaar geleden vond ik dat zelf ook geen prioriteit.”

Een van die stenen pleinen is bijvoorbeeld het Sint-Gillisvoorplein, waar een petitie van de buurt nodig was om uiteindelijk vijf bomen te plaatsen op het grootste deel van het plein. “Maar bij het Marie Jansonplein er vlak naast zal dat al anders zijn,” weet Borret. Daar is dat vergroeningsidee wél al geïntegreerd en krijgt het plein bijna een boskarakter.”

Meer groen aanleggen kan op verschillende niveaus. Grote parken zijn uiteraard een prima idee, maar veel plekken om ze aan te leggen zijn er niet meer in Brussel. ““Aan het Weststation is het voor mij dan ook belangrijker om een nieuw park te maken dan andermaal veel nieuwe woningen,” legt Borret uit.

Bouwmeester Kristiaan Borret

Op wat kleinere schaal zal Brussel de volgende jaren veel meer groene verbindingen moeten aanleggen. De Groene Wandeling, een wandel- en fietsparcours aan de buitenrand van het gewest, is daar nu al een voorbeeld van.

Maar ook in de veel hetere binnenstad blijft er potentieel voor zulke verbindingen. “Tussen het Ninoofsepoortplein en de Slachthuizen van Anderlecht willen we bijvoorbeeld zo’n groene verbinding over de kleine Zennebedding realiseren. Een deel van het struik- en boomgewas is er nu trouwens al. Een ander deel volgt. De D’Ieterengarage aan de Bergensesteenweg zal bijvoorbeeld op termijn verdwijnen en plaats maken voor die groene as.”

Speelplaatsen ontharden

Minstens even belangrijk zijn groene ingrepen op microniveau. “In Nederland werkt men bijvoorbeeld met tiny forests, een van oorsprong Japans concept,” vertelt Julie Mabilde van het team van de Vlaamse bouwmeester. Tiny forests zijn dichtbegroeide minibosjes ter grootte van een tennisbaan, waar buurtbewoners in contact kunnen komen met de natuur.

Ook groendaken en het vergroenen van speelplaatsen zijn zulke kleine maar bijzonder efficiënte maatregelen, weet bouwmeester Borret. “Het Gewest lanceerde recent een oproep voor de ontharding en vergroening van speelplaatsen. Zo’n maatregel is relatief eenvoudig en snel te realiseren.”

tuintjes Rozenstruik Kathleen Horicks BRUZZ ACTUA 1671
© Saskia Vanderstichele
| Ook erg lokale ingrepen maken een groot verschil.
  • Minder auto’s

Er waren al heel wat redenen om het aantal auto’s in de stad terug te schroeven: verkeersveiligheid, luchtkwaliteit en leefkwaliteit zijn de belangrijkste. Maar minder auto’s en rijstroken betekent ook dat er meer plaats komt voor het groen uit de maatregel in punt 1. “Je moet die nieuwe groene ruimte natuurlijk wel ergens halen,” zegt Mabilde.

Op een algemener niveau is een afname van het aantal auto’s natuurlijk ook gewoon goed voor het klimaat. Als alle steden het autoverbruik zouden halveren zou de impact op de klimaatopwarming al relevant zijn.

  • Waterbuffering

Klimaatverandering houdt meer in dan frequente hittegolven. We moeten ons de volgende jaren ook voorbereiden op meer hevige neerslag. Dat kan onder meer door een deel van onze hermetisch afgesloten straten doorlatend te maken. In het recente vademecum voor de aanleg van gewone straten stelt het team van de Brusselse bouwmeester zo voor om de parkeerstroken uit te voeren in natuursteen met doorlatende voegen. De winst is dubbel: de riolering en waterzuivering slaan niet tilt door een overvloed aan water én het water in de ondergrond zorgt ook nog eens voor een verkoelend effect.

Een andere manier om het water te beheersen komt uit – hoe kan het ook anders – Nederland. Daar kennen ze ondertussen ‘waterpleinen’, die vol lopen bij hevige regen en bij droog weer een doodgewoon plein zijn, legt Julie Mabilde uit. Rotterdam heeft bijvoorbeeld zo’n plein dat afwisselend een waterpartij of voetbalveldje is.

Waterplein Rotterdam
Een waterplein in Rotterdam: voetballen bij droog weer, naar het water turen bij hevige neerslag.
  • Een beter stratenpatroon

Groene en doorlatende straten zijn belangrijk, maar ook de bouwhoogte en oriëntatie van de straten kunnen klimaatvriendelijk zijn. In smalle maar hoge straatcanyons blijft zowel de hitte als de vervuiling bijvoorbeeld lang hangen.

“Bij de aanleg van nieuwe straten moet je daarmee rekening houden, net zoals de dominante windrichting een rol speelt,” zegt Mabilde. “In de buurt van het kanaal kan je dan weer proberen om straten op de koelte die het kanaal genereert aan te sluiten.”

  • Warmte-reflecterende materialen

Bijna alle straten en ook veel pleinen zijn vandaag uitgevoerd in donkere materialen. Kijk maar naar het grootste deel van het Rogierplein. Zo’n plek warmt nog sneller op dan stenen vlaktes die in lichtere tinten zijn uitgevoerd. Die laatste verdienen de voorkeur bij nieuwe ontwerpen. Al hebben lichte tinten ook nadelen: het intensieve stedelijke gebruik maakt ze snel vies. Dat wordt bijjvoorbeeld zichtbaar aan datzelfde Rogierplein, waarvan de rand in witte – en lokaal erg bevlekte - steen is uitgevoerd.

Wellicht luidt de oplossing ook hier vaak ‘ontharding’: kies voor minder steen en meer groen.

Lichte tinten kiezen is overigens niet enkel een goed idee bij straatbedekking. “Ook platte daken kan je maar beter wit of zilverkleurig schilderen, maar groendaken zijn natuurlijk beter” weet Borret. Bij een warmte-opstoot vorig jaar al riepen wetenschappers van het KMI op gebouwen in de stad consequent wit te schilderen.

SENNETT Noordwijk BRUZZ ACTUA 1637
© ID Dieter Telemans
| De Noordwijk: veel glazen dozen met airco.
  • Weg met de glazen kantoortoren

Die nieuwe kantoortorens die de voorbije jaren ontstonden deden vaak denken aan grote glazen dozen. Binnen is het er lekker koel dankzij een krachtige airco, maar de buitenlucht wordt ondertussen wel flink opgewarmd door diezelfde airco, die ook nog eens aan de klimaatopwarming bijdraagt. Vooral in steden als New York is dat hitte-door-airco-effect duidelijk voelbaar. Brussel is met zijn verplichte passiefbouwnorm (ook voor kantoren) op dat vlak al een heel stuk opgeschoten.

  • Eigen schaduw en buitenluiken

“Een techniek die in de Zwitserse architectuur vaak ziet, is de ‘eigen schaduw’,” legt Borret uit. “Daarbij zorgen bijvoorbeeld grote balkons, rasters of klimplanten ervoor dat er een zonnewering rond de gevel ontstaat. Ook dat kan helpen om de hitte buiten te houden. De huidige regelgeving is daar nog niet echt op voorzien. Balkons over de hele lengte van de gevel mogen nu bijvoorbeeld nog niet, terwijl dat uit het perspectief van de klimaatopwarming net een uitstekend idee is.”

Nog zo’n maatregel die de warmte kan buitenhouden zijn buitenluiken. Veel stadsbewoners trokken de voorbije dagen de gordijnen dicht tegen de hitte. Dat helpt wat, maar lang niet zoveel als echte houten luiken of rolluiken, die het raam aan de buitenkant afsluiten.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?