bijgedachte

'Verplichte inburgering vijf keer uitstellen, doet de reputatie van Brussel geen goed'

© BRUZZ

Brussels minister Alain Maron (Ecolo) heeft verplichte inburgering nu al voor de vijfde keer uitgesteld. Maar dat hij zelf niet zo te vinden is voor dit model, mag geen reden zijn om het telkens weer voor zich uit te schuiven.

Jaren heb ik in de inburgering gewerkt en ik was altijd tegen een verplichting. Totdat ik in Vilvoorde een cursus Maatschappelijke Oriëntatie in het Thais moest geven, met tolk uiteraard. In die oriëntatielessen ging het over werk, gezondheid, wonen en – heel populair bij nieuwkomers – het koningshuis. Voor de cursisten, allemaal vrouwen, waren de lessen zowat de enige uitjes in de week. Na de les werden ze meteen opgehaald door morsige mannen op motoren. Was deze cursus niet verplicht, dan bleven die vrouwen thuis, zei de tolk.

Inburgering is in Vlaanderen al verplicht sinds 2004, in Wallonië sinds 2016. In 2017 stemde ook het Brussels parlement in met een verplichting. Op 1 april 2022, bijna vijf jaar later, is die verplichting nog altijd niet van kracht. De maatregel is voor de vijfde keer uitgesteld. Bevoegd minister Alain Maron (Ecolo) haalde in het parlement de oorlog in Oekraïne als excuus aan. De vorige keer was het de covidcrisis, en daarvoor heette het dat het ICT-systeem nog niet op punt stond. Het zou niks verbazen mocht tegen de nieuwe deadline van 1 juni de hond het huiswerk hebben opgegeten.

De oppositie kan er nog mee lachen, al is het groen. “Dit is een slechte grap geworden,” zegt Brussels parlementslid Gilles Verstraeten (N-VA), die aangeeft moedeloos te worden van de hele saga. “Voor het kabinet-Maron is dit duidelijk geen prioriteit.” Ook meerderheidspartij One.brussels ziet intussen met lede ogen de trein der traagheid verder denderen. Een trein die de reputatie van het Brussels Gewest weinig goed doet.

Volgens Verstraeten toont de covidcrisis nochtans duidelijk waarom zo’n inburgering nodig is. Een pak mensen liet zich in Brussel niet vaccineren, en toonde zich weinig geïnformeerd. “Verplichte inburgering zorgt voor een aanknopingspunt,” zegt hij. “Zo kunnen ze uit hun eigen etnisch-culturele referentiekader breken.”

Of zestig uur maatschappelijke oriëntatie en een taalcursus daartoe volstaan, is nog maar de vraag. Maar het is een aanzet. En dat vindt ook Ecolo. Dat de groenen in 2017 tegen de verplichte inburgering hebben gestemd, heeft dan ook niet zozeer met de verplichting zelf te maken, maar eerder met de organisatie van de cursussen. Ze hekelden het feit dat de gemeenschappen de cursussen zouden organiseren, en niet het Gewest. Dat inburgeraars daardoor een taalrol moeten kiezen om zich te integreren, noemden zij ‘absurd’. Zij zagen veel liever één cursus georganiseerd door het Gewest, waar je dan nog voor Nederlands of Frans kon kiezen.

Op zich is die wens begrijpelijk, maar de discussie is voorbij, het parlement heeft gestemd. Dan voert een minister uit wat het parlement, en dus het volk, beslist heeft.

Intussen stoomt de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) de gemeenten klaar, die niet meteen staan te springen om er die extra administratieve last bij te nemen van wie waar welke cursus volgt. Er moeten nu opleidingen gegeven om met het IT-systeem te kunnen werken en omzendbrieven worden verstuurd waarin de richtlijnen uit de doeken worden gedaan. Dat dat allemaal nog niet gebeurd was, werd de vorige keer al als reden aangehaald waarom de verplichte inburgering, bijna vijf jaar na de stemming in het parlement, moest worden uitgesteld. Eens zien of de nieuwe deadline van 1 juni nu wel gehaald wordt.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?