interview

Anderlechts burgemeester Eric Tomas neemt afscheid: 'Ik heb nooit numero uno willen zijn'

Eric Tomas (PS), afscheidnemend burgemeester van Anderlecht, in de kanaalzone van zijn gemeente.© Ivan Put

Je hoeft geen tafelspringer te zijn om politiek carrière te maken. Dat toont afscheidnemend Anderlechts burgemeester Eric Tomas (PS) aan. Hij was eerder Kamerlid, minister, parlementsvoorzitter én burgemeester. Portret van een bescheiden burgervader, langs enkele cruciale locaties in zijn Anderlecht. “Ik wou eigenlijk schepen worden.”

De politieke carrière van Eric Tomas

  • Geboren in 1948
  • 1978: Doctor in de chemische ingenieurswetenschappen (ULB)
  • Tot 2009 Docent aan de ULB
  • 1985-1995: Kamerlid
  • 1995-2014: Brussels parlementslid
  • 1993-1995: Minister van Begroting, Cultuur en Sport van de Franse Gemeenschap
  • 1995-1999: Staatssecretaris voor Huisvesting
  • 1999-2004: Minister van Werk en Economie en Huisvesting
  • 2004-2009: Voorzitter van het Brussels parlement
  • 2009-2014: Parlementslid van de Franse Gemeenschap
  • 2012-2020: Burgemeester van Anderlecht. Hij wordt opgevolgd door Fabrice Cumps

De familiegeschiedenis van Eric Tomas leest als die van vele anderen in Brussel en omstreken. Zijn grootouders kwamen uit Anderlecht. Ze spraken Brussels en Frans. Zijn ouders verhuisden in de jaren vijftig van Anderlecht naar Dilbeek. De periode van de stadsvlucht. Op zoek naar groen en rust, maar met een blijvende hang naar dat Brussel waar ze vandaan kwamen.

Eric Tomas deed iets atypisch. Hij keerde terug. Ging weg uit Dilbeek en werd actief in de PS in de gemeente waar hij als kind al vaak kwam.

“Ik kende Anderlecht tamelijk goed. Je moet weten: er waren geen crèches in die tijd. Dus brachten mijn ouders mij bij mijn grootouders in de Porseleinstraat. Daar had mijn grootvader zijn kleermakersatelier.”

De Porseleinstraat. Het is waar onze rit door Anderlecht begint. Het 'oudste stroetje' van Anderlecht. Pittoresk met de minuscule huisjes, de kasseien en met het mooiste zicht op de Sint-Guidokerk. We staan voor nummer 36. Tomas herinnert het zich goed. Het huisje, een kamer diep, en een trap naar boven. Het atelier, de keuken, de koer en de koterijen achterin waar zijn groot­vader duiven hield. “Hier is mijn liefde voor Anderlecht ontstaan,” zegt Tomas.

Hij kwam zelf in de gemeente wonen begin van de jaren 1980. Het waren de donkere jaren van Brussel. De bevolking daalde spectaculair, de stad verloederde. Tomas beaamt: “Brussel bestond niet. De Brusselaars hadden geen politieke vertegenwoordiging, zoals Vlaanderen of Wallonië. Ze konden niet voor hun belangen opkomen.” Dat zou duren tot 1989, toen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd opgericht. “Ik heb, als Kamerlid, nog mee aan de wet geschreven. Ik was zelfs verslaggever.”

Tomas troont ons mee naar het nabijgelegen Dapperheidsplein om zijn punt te maken. Het hart van Anderlecht. Hij toont de littekens in het stedelijke weefsel na de aanleg van de metro. De mooie huizen werden afgebroken om plaats te maken voor het metrostation Saint-Guidon. Wat overblijft, is een geschonden plein.

“Het werd allemaal boven de hoofden van Brusselaars beslist. We kunnen ons dat vandaag niet voorstellen, maar de MIVB hing af van de nationale regering. Het was een nationale minister die over de metrolijnen besliste.”

Voor we in de limousine stappen naar Neerpede, onze volgende bestemming, toont Tomas ons nog snel de Sint-Guidokerk. Een gebouw dat eigendom is van de gemeente en dat de burgemeester nauw aan het hart ligt. “Het is in permanente renovatie.” Hij betreurt wel de bomen voor de kerk.

“Ze belemmeren het zicht. Een kerk moet je van ver kunnen zien. Ik vond altijd dat die bomen weg moesten, maar ik begrijp ook wel dat je dat vandaag nog moeilijk gedaan krijgt (droog lachje).”

Gebeten door politiek

Tomas vertelt tijdens het autoritje hoe hij gebeten raakte door de politiek. Niet van thuis uit, hoewel zijn vader even militeerde bij de tweetalige BSP in Dilbeek. “Het was aan de ULB dat ik politiek werd aangestoken. Ik ontmoette er Hervé Hasquin, Philippe Moureaux. Men zei me: je durft tegenstanders tegemoet te treden, je kan je dossier uitleggen. De politiek is iets voor jou.”

Eric Tomas (PS), afscheidnemend burgemeester van Anderlecht
© Ivan Put.
| De skipiste van Neerpede, eigendom van RSCA. Eric Tomas: “De verhouding tussen de gemeente en RSCA is altijd moeilijk geweest.”

“Voor mij was er geen andere partij mogelijk dan de PS. Ik had wel voeling met het liberalisme, maar zag hoe de liberalen dat in de praktijk brachten. Daar kon ik me niet in vinden. Ik heb altijd de sociale ongelijkheid willen bestrijden. Ik heb me altijd links gevoeld.”

Tomas stapte in 1982 in de gemeentepolitiek. “Ik wou schepen worden. Het heeft nooit mogen zijn (lacht).”

Tomas trad wel een mooi gevulde politieke carrière tegemoet, hoewel hij nooit hard in de kijker liep. Vivons cachés, vivons heureux, zei hij daar nog onlangs over.

Eric Tomas (PS), afscheidnemend burgemeester van Anderlecht

Als je aan een politicus vraagt welke functie ze het liefst hebben bekleed, antwoorden negen op de tien 'burgemeester'. Omwille van de reële macht, omwille van het aanzien, omdat ze dicht bij de mensen staan. Tomas ziet het verrassend anders. “Het liefste was ik voorzitter van het parlement,” antwoordt hij zonder blikken of blozen.

“Omdat je je politieke overtuiging het best tot uiting kan brengen, je eigen partij kan ondersteunen en tegelijk de democratie kan dienen. Als parlementsvoorzitter ben je de go-between tussen de regering, de oppositie en de meerderheid. Dat deed ik echt graag. Het klopt dat je als burgemeester meer in de kijker loopt. Als ik in de supermarkt mijn boodschappen doe, vind ik het fijn dat mensen naar me knikken. Maar doen ze dat niet, dan vind ik dat net zo goed.”

Die bescheidenheid typeert Tomas. Hij beaamt. “Ik heb nooit de nummer één willen zijn. Ik was altijd nummer twee. Letterlijk. Of het nu op de lijst na Philippe Moureaux, Magda De Galan of Charles Picqué was. Het interesseert me niet om haantje-de-voorste te zijn. Dat ik ooit minister ben geworden, is eerder toevallig, al heb ik wel altijd hard gewerkt.”“Die periode als minister was lastig. Ik stond er als PS'er tamelijk alleen voor, in een regering onder MR-voorzitterschap, in een rechtse setting. Het was een permanent gevecht.”

Eric Tomas (PS), afscheidnemend burgemeester van Anderlecht in de Porseleinstraat
© Ivan Put
| Eric Tomas (PS), afscheidnemend burgemeester van Anderlecht in de Porseleinstraat, met de Sint-Guidokerk op de achtergrond.

Neerpede

We zijn intussen in Neerpede aangekomen. De Olympische Dreef. Een vreemd stukje Brussel. Het autoverkeer op de Ring raast onophoudelijk voorbij. Even verder ligt het golfterrein van Brussel en het bucolische landschap van Pede dat overgaat in het Pajottenland. Maar er ligt ook een skipiste met borstels, het voetbal­opleidingscentrum van RSCA, een atletiekpiste en een hockeyterrein.

Tomas toont ons de feestzaal waaraan volop wordt gebouwd, in een ruilovereenkomst met eersteklasseclub RSCA. In 2014 beslist en nu in aanbouw. Dat is naar Brusselse normen tamelijk snel. “Er is plaats voor zeshonderd man,” zegt Tomas trots. “Ze is goed bereikbaar, maar vooral: we hadden geen degelijke feestzaal in Anderlecht. De zaal zal dienen voor pensenkermissen, voor theater, et cetera.” Later komen er nog een sportzaal en een petanquezaal.

Eric Tomas (PS), afscheidnemend burgemeester van Anderlecht in de Porseleinstraat
© Ivan Put
| De pittoreske Porseleinstraat. Eric Tomas: “Hier, in het atelier van mijn grootvader, ontstond mijn liefde voor Anderlecht.”

Kortom, Neerpede als plek voor sport en vertier, wat ons naadloos brengt bij … RSCA. Tomas is een zelfverklaard Anderlechtfan. “Ik ga niet naar alle matchen, neen, maar ik pluis de kranten wel uit als het over de Sporting gaat. Het is de enige club die me interesseert.”

Wat niet wil zeggen dat het op wieltjes loopt tussen Anderlecht & Anderlecht, tussen de club en de gemeente. “Die spanning is er altijd geweest,” relativeert Tomas. “De club is niet tevreden omdat ze belastingen moet betalen, maar wij hebben die inkomsten nodig om de politie te betalen. En de buurtbewoners klagen over overlast. Maar toch willen we de club graag op ons grondgebied houden.”

“RSCA hoort bij Anderlecht. Het is ons paradepaardje. Het is goed voor de lokale commerce. Alle plannen om een stadion elders te bouwen zijn trouwens mislukt. RSCA heeft niets in handen. Dus denk ik dat we terug moeten naar de consensus die we in 2013 gevonden hebben: een stadion aan het Astridpark met een extra voetbal­tribune. Jammer genoeg is RSCA niet altijd duidelijk over wat het zelf wil.”

Kanaalzone

We springen in de limousine naar een andere uithoek van Anderlecht: de Kanaalzone. We proberen Tomas zijn visie op de toekomst van het Brussels Gewest te ontfutselen, maar dat gaat moeizaam. Tomas ziet een verdeeld Brussel met een rijk, blank zuidoosten en een armer multicultureel noordwesten en een Kanaal dat beide delen doormidden klieft, maar met echte oplossingen voor een beter evenwicht komt hij niet. Hij stelt wel voor om sociale woningen te bouwen in die rijkere gemeenten.

Ook op het vlak van mobiliteit hangt hij een eerder traditionalistisch PS-gedachtegoed aan. Hij loopt niet warm voor rekeningrijden zolang er geen volwaardige alternatieven zijn. “We moeten de mensen niet op kosten jagen. Wie in de Rand woont, kan moeilijk in Brussel raken zonder wagen,” zegt hij.

En in de dieselban in 2030 gelooft hij al helemaal niet. Tomas: “De elektrische motor brengt geen soelaas. De batterijen zijn vervuilend, de grondstoffen komen uit Afrika en elektriciteit opwekken is vandaag ook zelden CO2-neutraal. Ik ben ervan overtuigd dat we in 2050 nog altijd met de benzinewagen door de stad rijden,” voorspelt hij.

Voor Eric Tomas kan de automobiel hoe dan ook weinig verkeerd doen. Hij komt pas echt goed op dreef als hij vertelt over zijn Ford Anglia die hij in studententijd kocht. Vandaag is het een collector's item. “Ik hou van auto's, dat is waar. Ik zal er nu meer tijd voor hebben.”

Eric Tomas (PS), afscheidnemend burgemeester van Anderlecht
© Ivan Put
| Eric Tomas (PS), afscheidnemend burgemeester van Anderlecht, aan het kanaal.

Nautilus en City Dox

We staan op de Pont Marchant aan het Kanaal. Het eindpunt van onze rit door Anderlecht. De helwitte gloednieuwe appartementsblokken steken af tegen de grijze lucht. Ze geven het oud-industrieel gebied van het Kanaal in korte tijd een heel andere aanblik. De blokken hebben namen als Nautilus en City Dox. Een beetje verder, aan Biestebroek komen later hoge woontorens.

“Hier woonde tot voor kort niemand. In tien jaar tijd zullen er vijftien- tot twintigduizend bewoners bijkomen,” zegt Tomas. “Dat is zoveel als een forse Waalse of Vlaamse gemeente. Zo'n stijging is een mooie duw in de rug voor de gemeente, maar je moet als lokaal bestuur ook wel denken aan de voorzieningen: scholen, crèches, rusthuis, et cetera.”

Laanan

Afsluitend willen hem nog vragen wat er misliep met Fadila Laanan. Het is misschien de enige smet op zijn rijkgevulde carrière. De PS in Anderlecht raakte in een hopeloze ruzie verzeild, waarbij Laanan, toch PS-staatssecretaris op dat moment, weigerde genoegen te nemen met een derde plaats.

City Dox kanaal
© Georges De Kinder
| Het nieuwe appartementsgebouw van City Dox, aan het kanaal Brussel-Charleroi, waar in een ijltempo nieuwe woningen worden gebouwd. “Vroeger woonde hier niemand,” zegt Eric Tomas.

Het ging om meer dan over de kieslijst. In de achtergrond speelde de opvolging als burgemeester. Tomas hield voet bij stuk: niet Laanan zou hem opvolgen als burgemeester, maar Fabrice Cumps, zijn trouwe kabinetschef van vroeger, en schepen van Financiën. “Het zijn niet de makkelijkste momenten geweest,“ zegt Tomas hierover.

Heeft het kaltstellen van Laanan iets te maken met de strijd die momenteel binnen de PS woedt tussen de Belgen met een migratieachtergrond en de rest? Tomas: “Zeker niet. Mustafa Akouz bijvoorbeeld is een gewaardeerd schepen sinds 2006. Maar het klopt wel dat de PS op een bepaald moment het debat zal moeten voeren over de laïcité. We zien ook un repli identitaire, een terugplooien. Dat is niet goed voor de stad, en zeker niet voor de politiek. Ik heb het altijd gezegd: als politicus moet je voor iedereen werken en niet alleen voor de gemeenschap die je denkt te vertegenwoordigen.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?