België zonder gemeenschappen? ‘Dan verdwijnt Nederlands binnen 10 jaar uit Brussel’

© Saskia Vanderstichele
| Welke rol speelt Vlaanderen in het toekomstige Brussel?

Na de uitspraken van minister Annelies Verlinden (CD&V) woedt de discussie over de volgende staatshervorming volop. Moet het land evolueren naar een 2+2-model of een land met vier deelstaten en geen gemeenschappen? "Ik heb de indruk dat men de dingen soms heel simplistisch naar voren schuift, zonder rekening te houden met de consequenties", zegt Vlaams minister van Brussel Benjamin Dalle (CD&V). "Als men pleit voor vier deelstaten, dan moet men verduidelijken wat dat betekent wat dat voor onderwijs, cultuur, jeugdorganisaties en welzijn.”

Woensdag dropte minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V), ook bevoegd voor institutionele hervormingen, een communautair bommetje tijdens een gastles aan de UGent. In de aanloop naar 2024 pleitte Verlinden voor een grondig debat over de volgende staatshervorming, waarbij ze het 2+2-model aanhaalde. Daarin zou België bestaan uit een federale staat, die op zijn beurt bestaat uit de Vlaamse en de Waalse deelstaat, en dan nog twee deelgebieden, Brussel en Ostbelgien, met beiden een specifiek statuut.

Dat lokte in Franstalig België felle reacties uit. “Brussel beschouwen als sub-entiteit, is geen optie”, reageerde collega-regeringslid Sophie Wilmès (MR) meteen, een reactie die op bijval kon rekenen van onder meer minister van Klimaat Zakia Khattabi (Ecolo). “Brussel is en blijft een volwaardig gewest, wat er ook over gezegd wordt”, reageerde ook Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS). Voorzitter van de Brusselse PS-afdeling en fractieleider in de Kamer Ahmed Laaouej had het zelfs over “meer dan provocatieve uitspraken", volgens Brussels minister Alain Maron (Ecolo) ruikt het voorstel van Verlinden naar mottenballen."

2+2 of 4?

Wat Verlinden precies bedoelde met het 2+2-model, is niet helemaal duidelijk. De minister haalde het aan als voorbeeld tijdens de gastles, niet per se als concreet voorstel, maar nieuw is het concept ook niet. Toenmalig Vlaams minister-president Luc Van den Brande (CD&V) pleitte in 1999 al voor een staatsmodel met twee sterkere deelstaten - Vlaanderen en Wallonië - met daarnaast een specifiek statuut voor Brussel en Duitstalig België, waarbij de band tussen Brussel en Vlaanderen versterkt zou worden.

Naast 2+2 haalde Verlinden nog een ander model aan, dat met vier gelijkwaardige deelstaten. Het komt erop neer dat de gemeenschappen volgens die visie niet meer zouden bestaan. In de plaats daarvan zou België bestaan uit vier gewesten, deelstaten op gelijk niveau. Ook dat is niets nieuws. Johan Vande Lanotte (SP.A) lanceerde dat idee al in 2011 en PS-voorzitter Paul Magnette haalde dat concept eind vorig jaar opnieuw uit de doos.

Dalle: 'Simplistisch'

2+2 of 4, de bedoeling is om de Belgische staatsstructuur van drie gewesten en drie gemeenschappen onder de federale staat te vereenvoudigen. De vier deelstaten zouden dan bevoegd zijn voor zowel grondgebonden als persoonsgebonden materies, waardoor zaken als onderwijs onder Brussels bestuur zouden kunnen vallen.

“Maar dat kan nooit onze bedoeling zijn”, reageert Vlaams minister van Brussel en partijgenoot van Verlinden Benjamin Dalle. “Ik heb de indruk dat men de dingen soms heel simplistisch naar voren schuift, zonder rekening te houden met de consequenties. Als men pleit voor vier deelstaten, dan moet men verduidelijken wat dat betekent wat dat voor onderwijs, cultuur, jeugdorganisaties en welzijn.”

Dat zijn allemaal beleidsdomeinen die in Brussel gefinancierd worden vanuit de gemeenschappen, vanuit Vlaanderen voor de Nederlandstalige Brusselaars. “Maar het gaat niet alleen om de middelen, ook om het belang en de kwaliteit ervan. Zullen Nederlandstaligen nog voldoende garanties krijgen als die zaken onder Brussels bestuur vallen, als er in tweetalige zorgvoorzieningen al geen sprake is van echte tweetaligheid? Zal een mediabedrijf als BRUZZ nog blijven bestaan als dat onder Brussels bestuur valt? Ik denk het niet.”

'Nederlandstaligen zullen de prijs betalen'

Dat het schrappen van de gemeenschappen een ramp zou betekenen voor Nederlandstalige Brusselaars, denkt ook oud-minister Hugo Weckx (86). Hij was jarenlang het boegbeeld van de Nederlandse Commissie voor de Cultuur, de voorloper van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), en riep de bevoegdheid Brusselse Aangelegenheden in het leven binnen de Vlaamse regering. In de vorige eeuw zette hij ook het Nederlandstalig onderwijs op de kaart.

“Ik heb de tijd gekend na de Tweede Wereldoorlog waarin het Nederlandstalig onderwijs in Brussel achteruitging. Elk jaar verloren we een honderdtal leerlingen. We zijn dat beginnen promoten onder het motto dat je meertalig wordt in het Nederlandstalig onderwijs, want ook Frans werd behoorlijk gegeven”, vertelt Weckx. “Tien jaar later begonnen meer en meer leerlingen zich in te schrijven en het Nederlandstalig onderwijs staat intussen bekend als goed onderwijs. Vandaar dat taalgemengde gezinnen hun kinderen steeds meer naar het Nederlandstalig onderwijs sturen.”

Als de gemeenschappen niet meer zouden bestaan, vreest Weckx voor het einde aan dat verhaal. “Als het onderwijs Brussels wordt, dan zullen Nederlandstaligen als eerste de prijs betalen. Dan verdwijnt het Nederlands binnen tien jaar uit Brussel, zeker als ik zie dat Engels al de tweede communicatietaal in Brussel is geworden”, zegt Weckx verder. “Ik heb de geschiedenis van dichtbij meegemaakt. Het systeem waarbij gewesten en gemeenschappen gescheiden zijn, is er net gekomen voor de Nederlandstaligen hier.”

Belang en meerwaarde van Brussel

Toch lijkt het idee van een land met vier deelstaten, zonder gemeenschappen, steeds meer aan populariteit te winnen aan Vlaamse zijde. Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert steunde het voorstel van Magnette. Naast N-VA en Vlaams Belang reageerde alleen CD&V toen afkerig op een voorstel waar Annelies Verlinden nu wel voor open lijkt te staan. “Het is een kwalijke evolutie die haaks staat op alle verworvenheden die Vlamingen in Brussel bereikt hebben”, zegt oud-VRT-journalist en politiek analist Daniel Buyle.

Hij ziet twee tendenzen bij politieke partijen, waarvan er eentje een rol speelt aan beide kanten van de taalgrens. “Je ziet al lang dat er bij de meeste partijen geen belangstelling meer is voor Brussel. Er is wel de Fédération Wallonie-Bruxelles (de Franse Gemeenschap, red.), maar de liefde voor Brussel is er niet meer. Ook in Vlaanderen erkent men de meerwaarde niet die Brussel betekent”, zegt Buyle.

Dat SP.A-voorzitter Conner Rousseau in Terzake zei dat hij nog niet over Brussel had nagedacht, lijkt in die context exemplarisch te zijn, al is hij zonder twijfel niet de enige (Vlaamse) politicus die nog niet goed weet wat er met Brussel moet gebeuren bij de volgende staatshervorming.

Maar Buyle ziet nog een andere tendens binnen Vlaamse partijen. “Voor partijen die meer Vlaamse autonomie willen, is Brussel de facto het blok aan het been. Als dat de prijs is die we moeten betalen, is het maar zo, lijkt het.” Buyle vreest dat sommige Vlaamse partijen Brussel zullen loslaten in ruil voor meer autonomie.

Of het einde van de gemeenschappen meteen ook het einde van het Nederlands in Brussel zou betekenen, wil Buyle niet zeggen. “Maar zelfs de meest optimistisch denkende Brusselaar weet dat dat uiteindelijk niet goed afloopt”, aldus Buyle. “De banden tussen Brussel en Vlaanderen doorknippen - want dat is wat dat zou betekenen - zou er bovendien toe leiden dat de geldstroom uit Vlaanderen stopt. Of Brussel dan genoeg geld in de pot heeft om Nederlandstalig onderwijs en cultuur te financieren, betwijfel ik.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?