interview

Rudi Vervoort: 'Ik hoef niet in de geschiedenisboeken'

Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President.© Bart Dewaele

Waar zit Rudi Vervoort (PS) tijdens deze coronacrisis? En waarom slaagt Brussel er maar niet in om een eigen veiligheidsbeleid te voeren? De kritiek op de Brusselse minister-president is niet mals. Maar Vervoort verlegt de discussie liever naar de thema's die er voor hem écht toe doen: de armoede, de werkloosheid en het woonbeleid. “Soms is het goed om uit de bubbel van de sociale media te stappen.”

Wie is Rudi Vervoort?

  • Geboren in 1958 in Sint-Agatha-Berchem
  • Zoon van Nederlandstalige vader en Franstalige moeder
  • Studeert rechten aan de ULB
  • Schepen in Evere tussen 1993 en 1998
  • Sinds 1998 burgemeester van Evere
  • Brussels parlementslid sinds 1999
  • 2012-2013: voorzitter Brusselse PS
  • Sinds 2013 minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Minister-president Rudi Vervoort is niet de man van het hoge woord. Hij blijft liever in de schaduw. Typerend was de Nationale Veiligheidsraad van 24 april. Elke regeringsleider nam het woord. Maar Vervoort zweeg.

Toch is er niemand binnen de regering die hem afvalt. Het is zijn stijl, zo klinkt het bij zijn collega’s. Hij analyseert meer dan dat hij zich positioneert. Hij werkt hard, is consensueel en loyaal aan de meerderheid. Een kopstuk van de PS noemde Vervoorts karakter ooit ‘oecumenisch’.

Het is diezelfde milde Vervoort die we interviewen op het terras van de Merlo aan de Vismarkt. Een minister-president die van monkelen zijn handelsmerk heeft gemaakt ook. De regeringsleider tuit dan de lippen en er verschijnen pretlichtjes in zijn ogen. “Ik ben Elio Di Rupo niet, ik wil niet in de geschiedenisboeken.”

Hoe beleefde u de coronacrisis?
Rudi Vervoort: Iedereen binnen de regering heeft die op zijn manier beleefd, maar er treedt vandaag toch een soort vermoeidheid op. Het was heftig. Zowel fysiek als psychisch. We zijn ook maar mensen. Ik denk dat we allemaal aan rust toe zijn.

Waar hebt u op gewogen in de Veiligheidsraad?
Vervoort: Ik heb er mee voor gezorgd dat die lockdown niet té streng is, zoals in Frankrijk. We konden toch moeilijk de bewoners van het dichtbevolkte Sint-Joost vragen om binnen een straal van een kilometer van hun huis te blijven? Dat er zo geen perimeter kwam, daar heb ik op gewogen. Er waren ook oeverloze discussies binnen de Veiligheidsraad of je nu met de wagen naar een park mocht rijden. Ik heb er echt voor gepleit dat de lockdown ook rekening hield met de ouderen, de jonge kinderen en hun ouders, en mensen met een handicap.

Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President
© Bart Dewaele
| Rudi Vervoort over de kritiek op zijn corona-aanpak: “Zeggen dat de Brusselse regering aan de kant is blijven staan, klopt niet.”

Over mensen met een handicap ging het over het algemeen weinig in de media.
Vervoort: Nochtans is het voor hen een enorm moeilijke periode. Neem alleen maar het mondkapje. Een verplichting ligt voor sommige mensen met een handicap heel moeilijk, omdat ze het niet begrijpen of het gewoon niet verdragen. We zullen hier een oplossing voor moeten vinden, bijvoorbeeld op het openbaar vervoer.

Heeft de federale regering het achteraf gezien goed gedaan?
Vervoort: Iedereen heeft gedaan wat ie kon. Ik denk niet dat het vandaag een moment is om hierover te polemiseren. Natuurlijk kon het beter, maar niemand had gedacht dat we in een dergelijke crisis terecht zouden komen. We zijn vandaag in een andere wereld, hé.

Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President
© Bart Dewaele
| Rudi Vervoort: "We mogen best trots zijn op de daling van de jeugdwerkloosheid."

Maar in de communicatie liep het toch geregeld mis?
Vervoort: Wat altijd zal blijven hangen, is het verhaal van de maskers. Ik denk dat we er ook vandaag nog niet helemaal uit zijn. De gemeenten hebben het over het algemeen dan weer wél goed gedaan. Het is dan ook makkelijker om 20.000 maskers te bestellen dan 20 miljoen.

Elke crisis is een opportuniteit. Sommigen vinden dat u sterker uit de hoek had moeten komen als minister-president. Net als tijdens de aanslagen dook de vraag geregeld op: waar is Vervoort?
Vervoort:
Brussel besteedt per inwoner het meest van alle regeringen aan maatregelen om de crisis te bezweren. Dus zeggen dat de Brusselse regering aan de kant is blijven staan, klopt niet.

We doelen meer op het leiderschap als minister-president.
Vervoort:(onverstoorbaar) Wij zitten in een federale fase waarbij de beslissingen op dát niveau worden genomen. Daarnaast hebben we economische en sociale maatregelen genomen. Net zoals de andere gewesten.

Het verwijt is dat u te weinig het Brussels Gewest belichaamt en niet op het voorplan komt. Toen we deze week aan de Brusselse ontbijttafel vroegen wie Rudi Vervoort is, kon niemand antwoorden.
Vervoort:
(laconiek) Dat betekent vooral dat u uw professionele zaken niet mee naar huis neemt, niet?

Daar hebt u een punt.
Vervoort:Maar ik ken het verwijt. Tijdens die ene bewuste Nationale Veiligheidsraad heb ik als enige regeringsleider het woord niet genomen. Hoe is dat gegaan? Iedereen mag zijn zeg doen vanuit zijn eigen bevoegdheden. Het enige wat ik kon zeggen was al door Elio Di Rupo (Waals minister-president, red.) gezegd. Waarom zou ik dat herhalen? Dat had ik ook vooraf met hem afgesproken. Ik weet dat Elio graag het hoge woord voert.

Neen, ik heb niet dezelfde ambities als Elio. Je ne vise pas à entrer dans la postérité, moi. Ik ben er niet op uit om in de geschiedenisboeken te komen.

Laat staan dat ik aan de kinderachtige discussies wou meedoen, zoals we gezien hebben tussen Jan Jambon (N-VA) en Pierre-Yves Jeholet (MR) over de opening van de scholen. Toen dacht ik écht: kan de speeltijd nu ophouden?

Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President

U hebt drie maanden geregeerd met volmachten. Dat is uniek in het Brussels Gewest. Was dat comfortabel?
Vervoort: Eerder integendeel. De ministers moesten tegen een nog hogere tijdsdruk werken, en tegelijk in het parlement uitleg komen geven. De volmachten waren vooral nodig, vanuit praktisch oogpunt. Maar we zijn nooit buiten de contouren van de democratie getreden.

U ligt onder vuur omdat het regionale veiligheidsbeleid niet van de grond komt, wat ook weer bleek tijdens de coronacrisis. In sommige gemeenten waren mondmaskers verplicht, in andere niet.
Vervoort: Het hangt samen met de kritiek over mijn leiderschap. En het komt vooral van de Vlaamse partijen. Men kijkt altijd naar Brussel, maar in heel België hebben de burgemeesters tal van verordeningen van openbare orde uitgevaardigd. Ze hebben daar ook het recht toe.

Als we naar de cijfers kijken, blijkt dat in Wallonië 162 burgemeesters een verbodsbepaling hebben uitgevaardigd. In Brussel waren er drie dergelijke beslissingen (verplichte mondmaskers in winkelstraten van Woluwe en in de winkels van Sint-Joost, red.). En ze hebben de bevolking niet meteen gechoqueerd.

Ik ben zelf ook gaan kijken (tuit geamuseerd de lippen). We kunnen niet zeggen dat de maatregel overal even strikt is opgevolgd. Ze hadden meer een sensibiliserende werking.

Het gaat ook over het algemene veiligheidsbeleid. Het crisiscentrum van Veiligheid en Preventie aan Congres is bijvoorbeeld nog altijd niet klaar.
Vervoort: De inhuldiging is voor binnenkort. We zullen van daaruit alle grote crisissen en evenementen kunnen opvolgen, samen met de brandweer, de politiezones. De protocollen hierover zijn klaar. Er zal eenheid van commando zijn.

Maar er is nog maar één zone bereid om mee te werken.
Vervoort: Dat gaat over het delen van de camerabeelden. Daar is inderdaad nog werk aan de winkel. We zullen de zones nog moeten overtuigen. De burgemeesters vrezen dat het een eerste stap is in de fusie van de politiezones. Wat, vergeet dat niet, kan doorgevoerd worden met een gewone meerderheid in het federaal parlement. Wat is de taak van het Gewest? Zorgen dat de krachten gebundeld worden. Samenwerken. Dat is het beste antwoord op de persistente vraag vanuit Vlaanderen om de zes politiezones te fuseren.

Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President
© Bart Dewaele
| Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President: "Het is makkelijker om 20.000 maskers te bestellen dan 20 miljoen."

Waar komt die vrees bij de politiezones om te fuseren vandaan? Wij hoorden dat de vijf zones vrezen dat ze slechts een aanhangsel zullen worden van de grootste politiezone: Brussel-Elsene.
Vervoort:
Dat speelt mee. Hoe zou je zelf zijn? Je bent korpschef en zou plots de tweede viool moeten spelen. Natuurlijk wil je niet in dat verhaal meestappen.

Dat alles wekt toch de indruk dat een gewestelijk veiligheidsbeleid niet van de grond komt?
Vervoort: Ik kan de burgemeesters ook niet verplichten. Daar komt nog bij dat de preventie en veiligheidsaspecten van de zesde staatshervorming niet door iedereen op dezelfde manier worden begrepen. Nederlandstalige partijen zeggen me dat ik dit en dat moet doen, maar dat staat helemaal niet in de wet.

Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President
© Bart Dewaele
| Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President.

Hoe ziet dat regionaal veiligheidsbeleid er dan ideaal uit?
Vervoort: We moeten over het hele grondgebied Brussel, dat niet homogeen is, de gemeenschappelijke prioriteiten kunnen vastleggen op het vlak van preventie en veiligheid. Een transversaal beleid met andere woorden, waarin we de krachten bundelen en door bijvoorbeeld één aankoopcentrale voor alle politiezones de kosten kunnen drukken. Veel verder kunnen we niet gaan. We
moeten ook de scheiding der machten respecteren. Als minister- president kan ik het parket geen orders geven.

De burgemeesters vrezen ook dat een fusie van de politiezones zal leiden tot een fusie van de gemeenten. U bent van dat laatste geen voorstander.
Vervoort: De gemeenten behoren tot het DNA van dit land. Ik heb ook niet het gevoel dat de bevolking wakker ligt van een fusie van de gemeenten.

Is dit de burgemeester die spreekt of de minister-president?
Vervoort: Beiden.

Tijdens de coronacrisis kwamen de groene bevoegdheden sterk naar voren: de fietspaden, de parken. Stoort u dat niet als socialist?
Vervoort: De echte mobiliteitsdiscussie komt er in september. Ik denk dat het goed is om meer openbare ruimte vrij te maken tijdens de vakantie. Maar als de epidemie neerwaarts blijft evolueren en het verkeer weer op gang komt, komt onvermijdelijk de vraag of de sluiting van het Ter Kamerenbos en de nieuwe fietsassen nog realistisch zijn.

U stelt ze dus ter discussie?
Vervoort: Er moet vooral een overleg komen. Het is niet omdat maatregelen goed zijn, dat ze niet overlegd moeten worden. Niet iedereen beleeft de exit op dezelfde manier en niet iedereen is zomaar bereid om zijn mobiliteitsgedrag te veranderen. Er is een draagvlak nodig. Ook dat is democratie. De stad maak je niet alleen door fi etspaden aan te leggen en aan stadslandbouw te doen. Er is meer nodig. Wie met vijf in een appartementje van vijftig vierkante meter woont, heeft wel andere zaken aan zijn hoofd. Dat zijn ook de mensen die minder toegang hebben tot de media, niet aanwezig zijn op de sociale media, minder invloedrijk zijn. Hen mogen we niet vergeten.

Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President
© Bart Dewaele
| Rudi Vervoort (PS), Brussels Minister-President: "De coronacrisis heeft die kloof tussen rijk en arm nog eens versterkt."

Waar is de vergeten groep dan wél mee bezig?
Vervoort: Of er brood op de plank is, of ze wel op vakantie kunnen gaan, hoe ze kunnen zorgen dat hun kinderen niet afhaken op school, of ze nog werk zullen hebben. Het zijn niet de mensen die zeggen: ik neem mijn elektrische fiets en we kunnen weer verder. De coronacrisis heeft die kloof tussen rijk en arm nog eens versterkt.

Die spanning merk je ook in de discussies over de Richtplannen van Aanleg (RPA’s). Bijvoorbeeld als het over de Josaphatsite gaat, waar buurtbewoners meer groene ruimte vragen, en minder woningen. Terwijl de woningnood hoog is.
Vervoort: Klopt. Er wordt nu gevraagd om een deel van de woningen op te offeren in het belang van de biodiversiteit. Maar over die groene ruimte bestaan verschillende lezingen. Natuurbeschermers vinden dat die ruimte niet toegankelijk mag zijn voor het publiek. Anderen vinden dan weer dat er juist meer park moet bijkomen. Er is nu in 45 procent betaalbare woningen voorzien op Josaphat. Ook die zijn belangrijk.

1667 KANAL
© Heleen Rodiers
| Rudi Vervoort: "Waar ik het meest trots op ben, is misschien nog Kanal. Toen ik begon in 2013 stond een Museum voor Moderne Kunst in mijn plannen en het zal nu ook gerealiseerd worden."

Zijn er geen grenzen aan het bouwen? Vandaag worden de laatste open ruimtes volgebouwd. Tegelijk blijkt uit een studie dat er elk jaar een procent groen verdwijnt.
Vervoort: We hebben andere cijfers. Ik betwist ook dat Brussel geen groene stad is. Het volstaat om vanuit de hoogste verdieping van de Madoutoren naar Sint-Joost te kijken. Er is heel veel groen in de binnenblokken.

De forse bevolkingsstijging van de laatste decennia vertraagt intussen.
Vervoort: Maar er is wel een stijging. Dus moeten we woningen blijven bouwen, al was het maar om de kwaliteit van de woningen te verbeteren. Daarnaast is er het debat van de ontdichting. In buurten met een te hoge bevolkingsdichtheid zal er in de toekomst minder gebouwd worden. Buurten met een lage dichtheid kunnen wel woningen bij krijgen. Zo kunnen we de bevolkingsdichtheid beter spreiden. En waar de overheden eigenaar zijn van het terrein kunnen er ook betaalbare woningen bijkomen. Daar hebben wij de sleutel in handen. Tot slot zullen we misschien ook merken dat door corona de leegstand in de kantoorsector stijgt. Ook daar is een kans om extra woningen te creëren, al is die reconversie moeilijker dan het lijkt.

Over de federale formatie horen we dat vooral de Brussels PS-afdeling gekant is tegen een regering met de N-VA. Waarom?
Vervoort: Dat klopt niet. Ook in Wallonië is er tegenstand. Het probleem wat mij betreft is dat de N-VA zich niet echt Brusselfriendly opstelt. Het hele verhaal van het confederalisme is niet aan ons besteed. Vergeet niet dat een coalitie PS/N-VA ook door de partijafdelingen moet worden goedgekeurd. Ik ben niet zeker dat dat in Brussel zal lukken. Voor Ecolo geldt trouwens hetzelfde.

U bent zeven jaar minister-president. Waar bent u het meest trots op?
Vervoort: Als burgemeester kan je echt iets op het terrein veranderen. Dat is als minister-president moeilijker, al hebben we wel stenen verlegd met de wijkcontracten en mogen we ook best trots zijn op de daling van de jeugdwerkloosheid.

Maar waar ik het meest trots op ben, is misschien nog Kanal. Toen ik begon in 2013 stond een Museum voor Moderne Kunst in mijn plannen en het zal nu ook gerealiseerd worden. We hebben allemaal nood aan cultuur. Cultuur is iets blijvends en zeker op die plek, tussen twee heel verschillende oevers is het een mooi project. Dus ja, Kanal ligt me nauw aan het hart.

En waar hebt u het meest spijt van?
Vervoort: (richt zich tot zijn twee woordvoersters) Wat moet ik daarop antwoorden? Dat het zo enorm lang duurt voor je hier een nieuwe wijk kan opstarten. Neem de Josaphatsite, die kochten we in 2000 en 20 jaar later zitten we nog in de planfase.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

--- OPROEP. Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en maak kans op een waardebon. Meer info en inschrijven

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?