Vice-gouverneur: 'Geen wonderoplossing om tweetaligheid bij gemeenten te verbeteren'

© Peter Dhondt-BRUZZ
| Nog niet aan alle gemeenteloketten word je vlot in het Nederlands geholpen.

De Brusselse vice-gouverneur Jozef Ostyn heeft in een speciale hoorzitting in de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) toelichting gegeven bij zijn laatste jaarverslag. Daaruit blijkt dat nog altijd maar één op de vijf aanwervingen bij Brusselse gemeenten of OCMW’s tweetalig is. De N-VA dient nu een resolutie in bij de VGC. Zij willen meer toezicht en sancties op de bestuurstaalwet.

Het jaarverslag van vice-gouverneur Ostyn gaat over 2019 en werd eigenlijk al een half jaar geleden voorgesteld. Woensdagvoormiddag kwam Ostyn het rapport voorstellen in een samenwerkingscommissie van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, waar ook de commissie Brussel van het Vlaams Parlement aan deelnam.

Iedereen die in een Brusselse gemeente of OCMW aan het werk gaat, moet volgens de bestuurstaalwet tweetalig zijn. Dat wil zeggen dat ze bij hun aanwerving in het bezit moeten zijn van een brevet dat hun kennis van de andere landstaal aantoont. Uit het rapport van de vice-gouverneur bleek dat in 2019 maar in 20 procent van de gevallen zo te zijn. “Gemiddeld lag dit percentage in de afgelopen 10 jaar rond de 23 procent", zei Ostyn. Ostyn schorste uiteindelijk 1.829 aanwervingen in 2019, maar geen enkele gemeente gaf er gevolg aan. De aangeworven medewerkers bleven dus gewoon aan het werk.

Eedaflegging van Annabel Tavernier (N-VA) in het Vlaams Parlement op 18 juni 2019

Omwille van deze cijfers dient de Brusselse N-VA-fractie nu een resolutie in bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Ze vragen dat het College van de VGC zal aandringen bij de Brusselse regering om haar controlerecht op de taalwetgeving bij Brusselse gemeenten en OCMW’s sterker uit te oefenen. Dat wil zeggen dat de Brusselse regering eentalige aanwervingen bij de gemeenten of OCMW's zouden kunnen vernietigen.

‘Meer sancties’

In de hoorzitting waren alle partijen het erover eens dat de bestuurstaalwet in zijn huidige vorm moet blijven bestaan en dat die taalwetgeving altijd gerespecteerd moet worden door de lokale besturen.

“Pijnlijk genoeg kunnen we op basis van de cijfers enkel vaststellen dat er nog altijd een markant gebrek aan respect heerst voor de taalwetgeving”, zei Vlaams parlementslid Annabel Tavernier (N-VA). “Het is schuldig verzuim van de gemeenten dat men de schorsingen van de vice-gouverneur gewoon naast zich neerlegt. En het is ontoelaatbaar dat het werk van de gouverneur niet wordt ondersteund door de Brusselse regering of de Nederlandstalige schepenen in onze gemeenten.”

Zowel haar collega’s van de N-VA als het Vlaams Belang pleitten voor meer sancties voor gemeenten die de taalwetgeving niet respecteren. Ze willen bovendien dat de bevoegdheid van de vice-gouverneur uitbreidt zodat hij ook tweetaligheid in openbare ziekenhuizen en politiekorpsen mag controleren en sanctioneren indien nodig.

Opleiding on-the-job

De leden van Groen, One.Brussels en Open VLD – die in Brussel in de meerderheid zetelen – gingen akkoord dat de taalwetgeving in alle geval gerespecteerd moet blijven. Ze noemden het rapport van de vice-gouverneur “zeer waardevol". Wel vragen zij meer zicht op de oorzaken van het gebrek aan Nederlandstalige ambtenaren in Brussel.

Stijn Bex, kandidaat Vlaams Parlement voor Groen

“Zijn er zoveel schorsingen omdat Nederlandstalige kandidaten de selectie niet halen, of simpelweg omdat er te weinig kandidaten zijn die het Nederlands machtig zijn?”, vroeg Vlaams parlementslid Stijn Bex van Groen. “Gaat het om onwil of om een probleem op de arbeidsmarkt?” Hij vroeg zich af of het niet beter is om alsnog een Franstalige kandidaat aan te werven indien er niemand anders beschikbaar is. “Anders zou er toch ook een probleem zijn op vlak van dienstverlening?”

Dezelfde vraag kwam van Hannelore Goeman (One.Brussels), die voorstelt om de vereiste van individuele tweetaligheid te vervangen door tweetaligheid van de dienst. Verder noemt zij taalopleidingen on-the-job cruciaal. “En misschien zijn er wel nieuwe manieren om tweetaligheid te meten. Op dit moment kijken we naar Selor-attesten, maar je zou ook praktijktesten kunnen organiseren aan gemeenteloketten.” Zo belde BRUZZ vorig jaar bij wijze van test naar verschillende gemeentediensten. In 13 van de 17 gevallen werd onze redactie redelijk vlot geholpen in het Nederlands.

CD&V-parlementslid Bianca Debaets wees zelf naar haar voormalige coalitiepartners in Brussel. "Eerder stelde one.brussels-sp.a al voor om ook andere gebruikstalen aan te bieden aan de loketten, maar op die manier dreigen we uiteraard nog verder af te drijven van een correcte tweetalige dienstverlening aangezien ambtenaren op die manier nog minder gestimuleerd zullen worden om Nederlands te leren. Nochtans moeten we er net alles aan doen om ervoor te zorgen dat ambtenaren voldoende Nederlandskundig zijn om onthaal en hulpverlening in de eigen taal te kunnen aanbieden aan de bevolking, zeker op medisch vlak. Door andere talen toe te voegen, geef je het signaal dat het Nederlands daarvoor niet belangrijk genoeg zou zijn.”

VGC-raadslid Khadija Zamouri (Open VLD) stelde voor om de Selor-taaltesten, die essentieel zijn om een taalbrevet voor een openbare functie te krijgen, aan het eind van het secundair onderwijs aan te bieden. “Niet als een soort examen, maar wel om alle jongeren ervan bewust te maken dat tweetaligheid een troef is”, aldus Zamouri. “Veel jongeren zijn zich niet van die realiteit bewust.”

'Onderwijs versterken'

In zijn repliek zei de vice-gouverneur dat hij dat laatste een goed idee vindt. “Ik heb daar al vaak voor gepleit. Je kan inderdaad ook inzetten op taalopleidingen bij het Huis van het Nederlands of on-the-job, maar dat is remediëren na de feiten”, zei Ostyn.

Ostyn vraagt om een globale aanpak tussen de verschillende overheden in ons land. “De finaliteit van bestuurstaalwetgeving is niet om zoveel mogelijk aanwervingen te vernietigen, maar wel om ervoor te zorgen dat mensen tweetalige dienstverlening krijgen”, zei Ostyn in de hoorzitting. “De versterking van het onderwijs is dan een belangrijk deel van de oplossing.”

Volgens de meest recente BRIO-taalbarometer uit 2018 spreekt namelijk nog minder dan 10 procent van de Franstalige schoolverlaters goed Nederlands. Dat is half zo weinig als twintig jaar daarvoor.

Of de Brusselse regering werkelijk meer aanwervingen moet vernietigen, zoals de N-VA vraagt, bevestigt Ostyn dus niet. “Het is niet zo dat ministers nooit reageren op mijn jaarverslag of nooit met mij overleggen over wat we hieraan zouden kunnen doen”, zei Ostyn nog.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?