Bij de Brusselse hulpverleners: ‘Een deel van mijn hoofd zit in Marokko’

77b6ece5-img20230911112424.jpg
© KH/BRUZZ
| Het inzamelcentrum in de Merinosstraat in Sint-Joost.
© KH/BRUZZ
| Het inzamelcentrum in de Merinosstraat in Sint-Joost.

Inzamelacties, giften en jongeren die straks ter plaatse gaan helpen: de aardbeving in Marokko zorgt voor een golf van solidariteit in Brussel.

Het inzamelpunt in de Merinosstraat in Sint-Joost is nog maar twee uur open, maar de zaal is al goedgevuld met hulpgoederen. Grote stapels kleren vooral, maar ook dekens, schoenen, luiers en zelfs flesjes voor babymelk. Gemeentepersoneel en vrijwilligers zijn druk in de weer om alles te verpakken en naar een opslagplaats elders te brengen.

Mhalla Sounia (24) is net samen met haar moeder een lading komen afleveren. “Vooral slaapzakken, een matras en kussens. De getroffen streken liggen vooral in de bergen en daar begint het straks koud te worden. Of we familie hebben in de streek? Neen, maar het is ons land en als er zoiets gebeurt il faut bouger quoi.”

Dat Mhalla geen familie heeft in de regio van de aardbeving is geen toeval. Net zoals het grootste deel van de Brusselaars met Marokkaanse wortels komt ze uit het Noorden van het land, uit de regio rond Tanger. De ramp deed zich echter veel zuidelijker voor, in de streek van het Atlasgebergte ten zuidwesten van Marrakech. Het is een streek die voor Brussels regisseur Jawad Rhalib deel uitmaakt van ‘Le Maroc inutile’, een gebied waar de centrale regering maar weinig naar omkijkt.

Dat ze gewoon iets moesten doen, vond ook de vzw Héritage de femmes, die de inzamelactie waar we langsgaan organiseert, samen met de gemeente Sint-Joost. “We hielpen ook al bij de aardbeving in Turkije of bij de overstroming in Pepinster,” legt Fatima Maher uit. “In dit geval komt daar nog eens bij dat we al projecten in de getroffen streek deden, zoals het boren van waterputten. De hulp gaat nu in de eerste plaats naar een tiental dorpen waar we direct contact mee hebben.”

Naast gewone burgers doen hier ook handelaars een duit in het zakje. “Mensen brengen bijvoorbeeld een hele lading nieuwe schoenen langs,” zegt burgemeester Emir Kir (onafhankelijk), die present tekent in het inzamelcentrum.

Kleding of niet?

Het inzamelcentrum in Sint-Joost is maar één van de vele acties die in Brussel op touw worden gezet voor de slachtoffers van de aardbeving. Vanaf dinsdag opent ook een groter inzamelpunt in Anderlecht. Niet één gewestelijk centrum, maar een initiatief van de zes socialistische burgemeesters, waar ook Sint-Pieters-Woluwe maandag nog bij aansloot. Andere gemeenten zoals Oudergem bereiden een eigen inzamelactie voor.

In tegenstelling tot Sint-Joost vraagt men in Anderlecht expliciet om géén kleren te geven. Het Rode Kruis wijst er ook op dat ongevraagde kledingzendingen voor logistieke problemen kunnen zorgen ter plaatse. Zamelt Sint-Joost dan onnodige spullen in? “De prioriteit van de hulpverleners ter plaatse is nu vooral geld om bijvoorbeeld voedsel te kunnen kopen ter plaatse en daarnaast ook medisch materiaal,” legt Maher uit. “Maar uit ervaring weten we dat na enkele dagen toch de vraag komt om kleren te sturen. Bij de Turkse aardbeving was dat ook zo. En als het toch niet nodig blijkt, geven we ze wel aan een goed doel.”

14a7db14-img20230911114704.jpg
© KH/BRUZZ
| Gemeentepersoneel brengt ingepakte spullen naar een opslagplaats.

Opmerkelijk: vaak zijn het jongerenorganisaties die de handen uit de mouwen steken. Zo haalden het Centre des Jeunes in Anderlecht en Atlas Charity op 24 uur al 15.000 euro op voor de slachtoffers van Al Haouz, waar het epicentrum van de beving lag. Ook hier hadden de organisaties al nauwe banden met de getroffen streek voor de catastrofe.

De jongeren van de Le Foyer des Jeunes in Molenbeek, plannen dan weer een reis om zelf te gaan helpen bij de wederopbouw tijdens de herfstvakantie. Een gelijkaardig plan rijpt nu bij de vzw Carpe Diem, vertelt voorzitter Abdessame Es-Salmi. “We bekijken nog met lokale partners of dat lukt. Ondertussen is een deel van mijn hoofd echt in Marokko. Ik heb er zelf geen naasten verloren, maar mensen die ik ken wel.”

Het laatste meel

Dat geld storten het nuttigst is, daar is iedereen het over eens. Tegelijk blijken Brusselaars vaak terughoudend om centen te spenderen zonder zekerheid over de bestemming ervan. “Daarom werken we bij de gemeente Oudergem met betrouwbare partnerorganisaties ter plaatse,” legt Said Benallel uit, die de internationale samenwerking in de gemeente coördineert.

Ook hier blijkt opnieuw: de Brusselse hulp is er vaak een die via bestaande solidariteitskanalen gaat. “We hebben al jaren een partnerschap met de gemeente Ait Zineb, Vorige week was er nog een delegatie in Oudergem, nu blijkt plots dat er vijf mensen overleden zijn. Dus zamelen we geld in en willen we ook goederen sturen, in voertuigen die we toch al gingen doneren aan Ait Zineb.”

Terug naar Jawad Rhalib. De Brusselse regisseur draaide tot de dag voor de aardbeving een documentaire over een afgelegen dorp in de streek. Acht kinderen blijken nu overleden, één van de slachtoffers filmde hij de dag voor de ramp nog. Ook Rhalib zet nu een steunactie op voor ‘zijn’ dorp. “Dat is nodig want de mensen daar hebben echt nog niets gekregen. “Het eten is bijna op, ze bakken nu brood met hun laatste beetje meel.”

Beelden van de na de catastrofe in het dorp in de Hoge Atlas waar Rhalib tot de dag voordien had gefilmd.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?