interview

Een jaar na de dood van Mehdi: 'Niemand is ooit met ons komen praten'

Ayoub Bouda verloor een jaar geleden zijn broer Mehdi nadat die werd gegrepen door een politiewagen.© Saskia Vanderstichele

Op 20 augustus 2019, iets voor middernacht, wordt de zeventienjarige kunstenstudent Mehdi Bouda gegrepen door een politiewagen op enkele meters van de Ravensteingalerij. De jongeman overleeft de aanrijding niet. Nu, een jaar later, organiseert zijn broer Ayoub Bouda een herdenking. Op zoek naar gerechtigheid voor zijn broer heeft hij zich moeten ontpoppen tot een activist: “Voor bepaalde mensen bestaat het vermoeden van onschuld in België niet.”

Wie is Ayoub Bouda?

  • 25 jaar oud
  • Groeit op in een gezin van vier kinderen, twee broers en twee zussen
  • Studeert lichamelijke opvoeding
  • Woont samen met zijn vriendin Maude
  • Verliest op 20 augustus 2019 zijn broer Mehdi, die gegrepen werd door een politiewagen
  • Zette in zijn zoektocht naar antwoorden en gerechtigheid zijn studies tijdelijk on hold.

Herdenking voor Mehdi Bouda

Die vindt plaats op de plaats van het ongeluk, de Kantersteen ter hoogte van de Ravensteingalerij, op 20 augustus vanaf 21.30 uur. Iedereen is welkom om een kaars te komen aansteken of om op een andere manier hulde te brengen aan Mehdi. De familie vraagt om de afstandsregels en andere coronamaatregelen te respecteren.  
 

Mehdi Bouda groeide op in Brussel, op de grens tussen Molenbeek en Koekelberg, met zijn moeder, zijn broer Ayoub en twee zussen. “Echte Brusselse jongens,” waren hij en zijn broer, altijd samen door hun gedeelde passie voor basketbal. Wie het appartement van Ayoub en zijn vriendin Maude Devulder binnenstapt, kan niet naast Mehdi kijken. Grote foto’s van hem en zijn familie, basketbaltrofeeën en talloze kunstwerken van zijn hand sieren de schappen en muren. Ayoub en Maude hebben allebei hun T-shirt van Justice pour Mehdi aan. Dat lieten ze maken naar aanleiding van de Witte Mars die ze voor hem organiseerden. In een jaar tijd evolueerde Ayoub van een totale onbekende naar een van de gezichten van het protest tegen politiegeweld in Brussel.

Hoe zijn jullie opgegroeid?
Ayoub Bouda: Mehdi en ik zijn echt jongens van Brussel. We woonden in Molenbeek, maar gingen naar school in het centrum. We waren altijd op zoek naar een goed basketbalveld. Thuis hadden we niet veel geld. We gingen ’s zomers niet op reis, en waren dus altijd in de stad. In het centrum, of op het basketbalveld in Petersbos. We waren kalme jongens en hadden nooit problemen, niet met de politie, niet met buren. Mehdi is heel jong beginnen te tekenen. Ik heb hier nog dozen met zijn materiaal staan, wel 20.000 verschillende kleuren. Zo gingen onze dagen: we gingen sporten, we kwamen thuis, ik ging even uitrusten, maar hij begon altijd te tekenen of te schilderen. Hij schakelde altijd tussen de sport en de kunst.

Voor mij is familie ook een van de belangrijkste dingen in mijn
leven, zo niet het belangrijkste. Daarom blijf ik deze strijd voeren, voor gerechtigheid, al moet ik blijven vechten tot in de oneindigheid. Ik moet alles doen wat ik kan, zoals Mehdi gedaan zou hebben voor mij.

Enkele uren voor Mehdi stierf, sprak ik nog met hem aan de telefoon om hem te zeggen dat hij naar huis moest gaan. Ik voelde en voel mij verantwoordelijk voor hem. Mensen zeggen dat zijn dood niet mijn verantwoordelijkheid is, maar toch voel ik mij soms wel zo. Mijn broer en mijn familie hebben veel vertrouwen in mij. Ik probeer ervoor te zorgen dat ik dat vertrouwen waard ben.

1718 Ayoub Boudi - pad Mehdi-Maude 4
© Saskia Vanderstichele
| Ayoub Bouda.

Dus jij voelt je wel echt verantwoordelijk voor zijn dood?
Bouda: Natuurlijk. Aan de telefoon zei hij dat hij naar huis ging. Hij zou de metro nemen, een traject dat we elke dag deden. Toch denk ik soms: ‘Had ik hem moeten ophalen? Wat als?’ Maar met ‘wat als’ schiet je niet veel op. Ik weet dat zijn dood niet mijn fout is, maar toch … Dat maakt deel uit van de rouw.

Mehdi zou weggelopen zijn van een politiecontrole aan de Kunstberg toen hij gegrepen werd door een politiewagen.
Bouda:
Ik heb mij nooit veilig gevoeld bij de politie. Al tijdens onze middelbare schooltijd stond de politie ons soms op te wachten aan de poort. We werden gecontroleerd voor de ogen van onze leerkrachten. Ik ben gecontroleerd en uitgescholden door agenten in mijn eigen straat, voor de ogen van mijn familie en buren. Onlangs nog liep ik van het sporten naar huis om aan de kou buiten te ontsnappen toen een patrouillewagen plots naast mij optrok: “Meneer, ga aan de kant van de weg staan”, “Toon ons je identiteitskaart” en “Waarom loop je zo snel?” Waarom ze mij tegenhielden? “U bent verdacht,” een andere verklaring was er niet. Ze zeiden tegen Maude: “Je hoeft niet bang te zijn. Ken je deze man?” Ik was gewoon op weg naar huis. Ze zien iemand met mijn uiterlijk lopen en denken: ‘Die gaan we controleren.’ Dat is etnisch profileren.

Heb je daarover gesproken met Mehdi?
Bouda: Ja, om hem te beschermen, maar niet vaak. Wij dachten ook dat ze ons nooit iets konden maken, want wij deden niets verkeerd. Altijd vriendelijk blijven, je identiteitskaart zonder bezwaren afgeven. Maar ik heb vrienden ook al klappen zien krijgen van de politie zonder aanleiding, ze gearresteerd zien worden zonder reden. Dat is beangstigend, zeker als minderjarige.

We spraken er niet veel over want het was onze routine, iets wat we allemaal wisten. Ik besef dat dit soort verhalen voor mensen die nooit gecontroleerd worden raar klinkt. Maar wij worden gecontroleerd voor een verkeerde blik, of omdat je niet ‘bij het profi el van de wijk past’. Bij Beekkant controleren ze alle zwarte en Arabische mensen. Alle mensen die aan een bepaald ‘type’ voldoen. Mensen gaan ervan uit dat het niet erg is om gecontroleerd te worden, want ‘je hebt toch niets te verbergen’. Maar als je constant als ‘verdacht’ en ‘gevaarlijk’ beschouwd wordt, dan weegt dat op je veiligheidsgevoel. Voor bepaalde mensen bestaat het vermoeden van onschuld in België niet. Je bent verdacht door hoe je eruitziet en wij zoeken nu uit hoe we dat kunnen bewijzen.

1718 Ayoub Boudi - Mehdi-Maude 2
© Saskia Vanderstichele
| Ayoub Bouda (met Maude Devulder): “Waarom moeten wij ons ontpoppen tot activisten, marsen organiseren en actief zijn op sociale media, gewoon om een minimale hoeveelheid informatie te bemachtigen over onze eigen bloedverwant?”

Het duurde tot 11 uur de volgende dag vooraleer de politie Mehdi’s moeder kwam verwittigen dat haar zoon overleden was.
Bouda: Ook al kenden ze zijn identiteit. Om 8 uur ’s ochtends de volgende ochtend belde een vroegere buur van me. Hij zei dat er een journalist aan zijn deur was geweest met vragen over Mehdi. Vreemd, maar ik dacht dat het gewoon een misverstand was. Ik had een examen die ochtend. Toen ik thuiskwam, kreeg ik het telefoontje van mijn moeder met het nieuws.

Maude Devulder: Het was verschrikkelijk, van het ene op het andere moment viel hij neer op de grond, compleet in shock. Hij schreeuwde en schreeuwde. Ik begreep niet wat er aan de hand was.

Bouda: Toen we aankwamen, was de politie al vertrokken. De agenten hebben mijn moeder, zonder haar te verwittigen, een foto van zijn lijk getoond om hem te identificeren. Dat was het eerste moment dat ze wist dat hij dood was, toen ze die foto lieten zien. Ongewassen. Ondertussen vroegen andere agenten aan mijn toen elfjarige zusje om een foto van Mehdi te gaan halen. Toen ze terugkwam met de foto zeiden ze, in haar bijzijn: “Ja, hij is het.” Ze zijn allebei nog altijd enorm getraumatiseerd door dat bezoek. Zo erg dat ze allebei intensieve psychologische bijstand nodig hebben. Mijn moeder was in shock en smeekte de agenten om mij en mijn vader te bellen, maar ze weigerden. Dat moest ze zelf doen.
Ze zijn er niet langer dan een uur geweest. Dat is de enige keer dat iemand van de politie met ons is komen spreken. We wisten toen alleen dat hij was omgekomen bij een auto-ongeluk. Niet dat het een politiewagen was die hem had aangereden. We hebben zijn spullen teruggekregen in het mortuarium. Behalve zijn gsm. Die hebben we tot op de dag van vandaag niet ontvangen.

Ik denk soms dat de agenten bang waren. Dat ze daarom zo snel mogelijk zijn vertrokken, voor de rest van de familie aankwam. Omdat ze geen dialoog of geen gesprek wilden aangaan. Dat er geen omkadering was, geen slachtofferhulp, geen ondersteuning, dat is een trauma dat nooit meer weggaat. Niemand is ooit met ons komen praten. Niet de betrokken agenten of de korpschef, maar vooral ook niet de burgemeester, die toch de facto de baas is van de politie. Niemand.

Hoe zijn jullie te weten gekomen dat de politie betrokken was?
Bouda: We voelden dat er iets niet klopte. Vrienden zijn de dag nadien vragen gaan stellen op de plaats van het ongeval. Zo zijn we te weten gekomen dat het een politiewagen was die hem had aangereden. En via de media en sociale media. Mensen stuurden ons video’s en artikels. Toen zijn we met de Instagram-pagina ‘Justice pour Mehdi’ gestart, op zoek naar informatie. Stonden de sirenes aan? Stonden de zwaailichten aan? Getuigen en video’s spraken de versie van de feiten volgens de politie tegen.

Mijn broer is slecht behandeld met de dood tot gevolg, maar ook na zijn dood. Hoe kan het dat een journalist om 8 uur ’s ochtends voor de deur stond van ons oude adres? Nog voor wij op de hoogte waren? De eerste persberichten hadden al van alles te zeggen: over de omstandigheden, implicaties over drugsgebruik, dat hij was gaan lopen. Van alles over het slachtoffer, en niets over de bestuurder die hem had aangereden. Dat was een manier om hem te ontmenselijken, en mensen reageerden er ook zo op, alsof hij geen mens, geen slachtoffer was. Zou dat zo geweest zijn als het niet de politie was geweest die hem had aangereden? Is dat hoe het onderzoek verloopt: zullen we eerst kijken naar welke blaam we op het slachtoffer kunnen leggen in plaats van een onderzoek te voeren naar wie hem heeft aangereden? Nog geen 24 uur na zijn dood stonden sociale media en artikels bol van allerlei aannames over mijn broer. Met echt verschrikkelijke en hatelijke reacties.

Mensen begrijpen niet dat politiegeweld niet alleen over fysieke daden gaat, zoals het aanrijden van Mehdi. Maar ook over de manier waarop familieleden en de persoon zelf worden behandeld na de dood. De manier van communiceren door politie en parket, en het gebrek aan dialoog, informatie, omkadering en excuses wegen enorm zwaar. Daarom denk ik dat de politie er meer op uit is om zichzelf te beschermen dan om achter de waarheid aan te gaan.

1718 Ayoub Boudi - Mehdi-Maude 1
© Saskia Vanderstichele
| Ayoub Bouda met een foto van zijn broer Mehdi.

Hoe zijn jullie dan meer te weten gekomen over het onderzoek?
Bouda: Maandenlang wisten we niets. Niemand is ons ooit iets komen uitleggen. Pas na de Witte Mars voor Mehdi hebben onze advocaten meer inzicht gekregen in het onderzoek. Zo zijn we te weten gekomen dat de sirene niet aanstond.

De eerste aan wie justitie verantwoording moet afleggen, zijn wij, de familie van het slachtoffer. Niet aan elkaar, niet aan de media, niet aan het publiek. Maar die stap heeft niemand ondernomen. Sinds de Witte Mars heeft Justice pour Mehdi meer aandacht gekregen. Zowel mijn moeder als mijn zus heeft daar gesproken. Maar het was heel zwaar om al dat leed naar buiten te brengen. Bovendien waren we ook bang. Een mars organiseren betekent samenwerken met de politie en we wisten niet hoe dat zou verlopen. Wij waren geen activisten, maar we zijn het noodgedwongen geworden door omstandigheden waar we nooit om hebben gevraagd. Maar wat we wilden, hem humaniseren en hem eren, daar zijn we in geslaagd. Waarom moeten wij ons ontpoppen tot activisten, marsen organiseren, actief zijn op sociale media, gewoon om een minimale hoeveelheid informatie te bemachtigen over onze eigen bloedverwant? Je zou denken dat er hier in België omkadering is voor slachtoffers. Maar ik heb één ding geleerd: als de politie verantwoordelijk is, sta je er alleen voor. Vanuit de overheid hebben we nooit enige steun gekregen, maar ook niet van al die burgerbewegingen tegen auto- ongelukken bijvoorbeeld, terwijl Mehdi ook het slachtoffer is van een auto-ongeval.

Wat deed het nieuws over de dood van Adil met jullie?
Bouda: Nog geen uur na zijn overlijden begonnen de berichten binnen te stromen. Mensen kennen ons ondertussen. Alles kwam terug: hoe ze praten over jongeren, het feit dat de media meteen zijn naam kenden en wat hij wel of niet zou hebben gedaan. We wilden met de familie praten om hen te adviseren en hun te geven wat wij niet hadden gekregen. Maar dat kon niet door corona. Ondertussen hebben onze beide families elkaar ontmoet. Ik hoop dat op een dag de verschillende families van Adil, Akram, Mawda en Moïse Bangoura kunnen samenkomen. Wij zijn de enigen die elkaar begrijpen.

1718 Ayoub Boudi -cover Mehdi-Maude 3
© Saskia Vanderstichele
| Ayoub Boudi: “Doordat vrienden een dag later vragen gingen stellen op de plaats van het ongeval, zijn we te weten gekomen dat het een politiewagen was”

We worden nog altijd heel veel gecontacteerd door jongeren die hun eigen ervaringen met de politie delen. Ik ben geen jurist, ik kan hun alleen zeggen dat ze een klacht moeten indienen. Maar er is geen echte structuur voor slachtoffers van politiegeweld. Er zou een cel moeten worden opgericht die losstaat van de politie en mensen kan begeleiden naar een advocaat, naar psychologische hulp en naar het ziekenhuis. Zodat die persoon, zelfs als er geen juridische stappen te ondernemen zijn, zich niet in de steek gelaten voelt. Want politiegeweld heeft het nare gevolg dat het slachtoffer zich daarna nergens meer veilig voelt, dat hij of zij zich niet langer deel voelt van deze samenleving. Je wordt buiten onze maatschappij geplaatst. En waarom? Door onze huidskleur. Ze behandelen ons als tweederangsburgers. We moeten voor alles dubbel zo hard werken, zelfs in de dood.

Als ik een advies kan geven aan de regering: omkader slachtoffers van politiegeweld beter en spreek met hen. Zowel psychologisch, medisch, administratief als juridisch. Wat wij nu moeten doen, is traumatiserend. En je hebt onze contactgegevens: laat iets van je horen, ga met ons in gesprek en wees oprecht.

Geloof je nog in gerechtigheid?
Bouda: (Denkt na) Ik kan alleen maar hoop hebben. Maar als je alles ziet wat er is gebeurd, moet ik toegeven dat het moeilijk is. Misschien hoop ik meer dat de waarheid naar boven komt, of er nu al dan niet gerechtigheid op volgt. Ook al is het een jaar geleden, voor mij is mijn broer nog niet gestorven. Ik vergeet soms dat hij weg is. En dan krijg ik plots weer een klap in mijn gezicht. Dit jaar staat mijn leven op pauze. Ik heb mijn studies zelfs tijdelijk stopgezet, op zoek naar antwoorden. En het weinige dat ze kunnen doen om ons leed te verzachten, doen ze niet. Maar ik ga zo ver als ik kan om toch die gerechtigheid, een rechtvaardige beslissing van het gerecht, te bereiken. De dag dat ik mijn broer terugzie, als God het wil, wil ik kunnen zeggen dat ik alles voor hem heb gedaan wat ik kon doen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?