Enfant Terrible: Christine Waignein, ijsbereidster

© Saskia Vanderstichele

Christine Waingnein (45) komt uit Ieper en woont sinds 1999 in Brussel. Ze studeerde Romaanse Talen. Nadat ze veertien jaar bij een grootbank gewerkt had, ging ze in 2013 aan de slag als zelfstandig ijsbereidster. Ze woont in Sint-Gillis met haar man en twee dochters.

Op een ochtend zei ik tegen mijn man: ‘Ik ga ijs maken.’ Ik had ontslag genomen bij KBC Securities, waar ik verantwoordelijk was voor de Franstalige marketing van een platform voor particuliere beleggers. Ik miste iets in mijn job en ik wilde niet zo’n collega worden die elke dag klaagt.

Ik wilde als zelfstandige werken en iets concreets doen. In de voetsporen van mijn mama, die lingerie verkocht, en mijn papa, die in europalletten deed. Mijn ouders zijn vrij jong gestorven. Dat deed me inzien dat ik mijn plannen niet mocht uitstellen. Op reis in Italië kwam ik in een winkel waar ze gelato su stecco (ijs op een stokje, red.) verkochten. Aangezien ik graag kook, kreeg ik een zot idee. Ik eet nochtans zelf liever een pannenkoek (schaterlach).

Ik wil iets aanbieden dat lekker is, maar niet ongezond. Ik gebruik daarom goede producten en geen brol. Bijvoorbeeld echte melk van bij ons en geen melkpoeder. Mijn fruit koop ik meestal op de biovroegmarkt in Mechelen. De pistachepuree importeer ik rechtstreeks uit Sicilië. Kleurstoffen en bewaarmiddelen zijn taboe. Ik voeg zo weinig mogelijk suiker toe, zodat het ijs niet te zoet en te kleverig is.

Mijn sorbetijs is geschikt voor veganisten en mensen met lactose-intolerantie, en ik heb ook al roomijs gemaakt op basis van verse sojakaas. Mijn klanten zijn er supergelukkig mee. Ik hou het betaalbaar voor de buurtbewoners met 2 euro voor een mini-ijsje en 3 euro voor een maxi-ijsje.

Eerst wou ik mijn zaak Friskot noemen, maar frisco is in België een gedeponeerd merk. Toen vond ik een woord met dezelfde betekenis in een Waals-Frans woordenboek. De ijsjes deden hun intrede in de bioscoop in de jaren twintig toen Nanook of the North, een Amerikaanse documentairefilm over de Eskimo’s, in de zalen speelde. Vandaar de naam esquimau in het Frans voor een frisco en nanouk in het Waals. De prent was toevallig net te zien in Bozar, begeleid door livemuziek. Ik ben gaan kijken. Het voelde als een gunstig voorteken.

Ik ben blij dat ik alles van a tot z zelf kan doen: producten kiezen en verwerken, ijs verkopen op markten en events, facturen opstellen, de machine schoonmaken. Het is helemaal mijn ding, ik ben Madame Nanouk. Ik kan mijn creativiteit kwijt in nieuwe recepten. Abrikoos-basilicum, kardemom, groene tomaat, kriekbier, noem maar op. Alleen smurfenijs maak ik niet. Daarvoor moet ik eerst smurfen vinden (lacht).

Intussen heb ik niet alleen een ijskarretje, maar ook een atelier dat twee dagen per week open is en een stagiaire die me helpt. De voorbije maanden waren erg druk. In de winter heb ik tijd om te herbronnen en na te denken. Ik wil met Nanouk klein blijven om mijn vrijheid te behouden. Er komt dus geen ijssalon.

In Brussel is iedereen anders. Daardoor kun je jezelf zijn. Die verschillende culturen en talen zijn een enorme rijkdom. Ik herinner me nog de reactie van mijn zus op een klasfoto van mijn dochter: ‘Het is net een reclameaffiche van Benetton.’

Ik woon al bijna twintig jaar in Sint-Gillis en die diversiteit valt me niet meer zo op. Als ik iets zou willen veranderen aan de stad, is het de mobiliteit. Ik ga te voet en leveringen doe ik met de scooter. Ik heb mijn kinderen hun hobby’s in de buurt laten doen, zodat ik ze niet met de wagen moest brengen. Onze auto staat meestal in de garage. Ja, ik ben nogal een groene madam (lacht).

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?