interview

Fatima Zibouh: 'Discriminatie is als een tweede huid'

Fatima Zibouh in het Actirisgebouw, waar ze de antidiscriminatiedienst leidt.© Saskia Vanderstichele

Opgroeien deed ze in een arbeidersgezin in Molenbeek. Als vrouw met hoofddoek werd discriminatie al snel 'een tweede huid', zoals ze het zelf stelt. Het hield Fatima Zibouh niet tegen om uit te groeien tot een 'bekende Brusselès', die naast een waslijst aan activiteiten ook de antidiscriminatiedienst van Actiris leidt. “Ik heb geleerd dat wanneer een deur dichtgaat, er altijd een andere is die opent.”

Wie is Fatima Zibouh?

  • 38 jaar
  • Geboren in Sint-Agatha-Berchem
  • Woont in Molenbeek
  • Studeert politieke wetenschappen (ULB), en mensenrechten (UCL)
  • Doctoreert rond het politiek engagement van minderheden, onder meer in cultuur
  • Leidt de dienst antidiscriminatie van Actiris sinds 2018
  • Medeoprichster van de Brusselse vrouwentop W100
  • Coauteur Demain Bruxsel (door denktank Aula Magna)

Met de W100 lanceerde ze vorig jaar een Brusselse vrouwentop. Ze schreef mee aan het manifest Demain Bruxsel, een toekomstvisie voor het gewest door Aula Magna. En zonder haar hadden Mohamed El Bachiri en David Van Reybrouck elkaar nooit ontmoet en Een Jihad van Liefde geschreven.

Fatima Zibouh is een duizendpoot die vaak achter de schermen mensen bijeenbrengt en ijvert voor een Brussel dat al zijn inwoners omarmt. Want daar zijn we nog niet. “Misschien moeten succesvolle mensen wat meer kennis delen,” zegt de politicologe daarover.

Als Zibouh Café Caberdouche aan het Vrijheidsplein binnenkomt is een halve vraag over haar afkomst genoeg voor een klaterend verhaal over de familiegeschiedenis. Over de grootouders die uit Tafersit in de Rifstreek naar Brussel kwamen, over hoe het dorp de helft van zijn bewoners naar Europa en vooral Molenbeek zag vertrekken.

Of over haar vader die momenteel fondsen werft om in het dorp van oorsprong een busje te financieren dat er meisjes naar school moet brengen. “Binnen migrantengemeenschappen is er enorm veel informele solidariteit.”

Fatima Zibouh 3 BRUZZ ACTUA 1694
© Saskia VAnderstichele
| Fatima Zibouh: "Je mag niet onderschatten wat de impact is van uitspraken als die van Theo Francken, als hij zich afvraagt wat de economische meerwaarde is van de Marokkaanse migranten."

Als dochter uit een Marokkaans arbeidersgezin ging u naar de universiteit. Was dat een grote stap in uw familie?
Fatima Zibouh: Jazeker. Ik was de eerste en lang ook de enige van zestig kleinkinderen die naar de universiteit ging. Ik ben daardoor een soort inspiratiebron geworden in de familie en ik probeer anderen ook te helpen. Mijn ouders hebben me ook altijd gesteund. Ik herinner me nog hoe mijn vader me hielp aan de keukentafel met mijn huiswerk.

Mijn moeder, die zelf nooit naar school is gegaan, weigerde dan weer dat ik haar hielp in de keuken. 'Jij gaat naar je boeken om te leren.' Dat was haar manier om me vooruit te helpen in het leven, om mij te zien doen wat ze zelf nooit kon. Het resultaat is dat koken niet mijn sterkste punt is (lacht). De eerste keer dat ik een boek publiceerde, heb ik het dan ook aan mijn moeder gegeven.

Dailly Schaarbeek markt diversiteit samenleving hoofddoek
© PhotoNews
| Fatima Zibouh: “Binnen migrantengemeenschappen is er enorm veel informele solidariteit.”

U bent nu verantwoordelijke van de antidiscriminatiedienst van Actiris. Was u zelf ooit slachtoffer?
Zibouh: Discriminatie is iets dat je als een tweede huid draagt als je een migratieachtergrond hebt, vrouw bent of een hoofddoek draagt. Je leert ermee te leven. Je moet twee keer zo hard werken, je hebt geen recht op fouten, het is moeilijker om aanvaard te worden zoals je bent. Maar uiteindelijk put ik er ook kracht uit. Ik citeer vaak een zin van de rapper Kery James: 'We gaan twee keer zoveel inspanningen moeten doen, maar we gaan ook twee keer zoveel verdienste hebben.'

Hoe werd u zelf gediscrimineerd?
Zibouh: Een voorbeeld van vele: ooit kreeg ik na een lange aanwervingsprocedure bij de overheid te horen dat ik dé geknipte kandidaat was en kon tekenen, maar dat ik natuurlijk mijn sluier moest uitdoen op het werk. Dat was een echte shock, ik werd niet als volledige persoon aanvaard. Het voelde als agressie en ik krijg nog tranen in mijn ogen als ik eraan terugdenk. Dat soort ervaringen heeft me erg gevoelig gemaakt voor alle vormen van uitsluiting. Maar het heeft me ook geleerd dat wanneer er een deur dichtgaat, er altijd wel een andere weer opent.

Fatima Zibouh leidt de antidicriminatiedienst van Actiris

Een betere misschien ook. U ging doctoreren aan de universiteit.
Zibouh: Ja, zelfs al was dat nooit mijn plan geweest. Ik vond het al een hele prestatie dat ik een universitair diploma had gehaald, want het was niet makkelijk. Ik heb mijn eerste jaar overgedaan en tijdens elke vakantie bijgestudeerd, terwijl anderen op stap gingen. Dat moest wel, want ik begreep een hele tijd amper iets van wat de proffen zeiden. Nu probeer ik dus dat doctoraat af te krijgen. Mijn vader wou altijd al een kind dat dokter werd. Arts zal ik nooit zijn, maar nu zal hij toch een doctor hebben.

Is discriminatie echt zo'n probleem dat een eigen dienst binnen Actiris nodig is?
Zibouh: Jazeker. Tachtig procent van de werklozen is van buitenlandse origine, dat is enorm. En geen enkel EU-land heeft minder mensen van buitenlandse afkomst op de arbeidsmarkt. Met onze dienst ontvangen we niet alleen klachten, maar zoeken we ook oplossingen.

Mensen zoeken ons in de eerste plaats op omdat ze eindelijk werk willen vinden, niet omdat ze een organisatie willen laten bestraffen. Ik zie elke dag mensen die volledig ontmoedigd zijn, hun zelfrespect kwijt zijn en hier vaak ook in tranen zitten. Afrikanen bijvoorbeeld die veel in hun studies geïnvesteerd hebben, tweehonderd cv's verstuurd hebben en geen antwoord krijgen.

Fatima Zibouh leidt de antidicriminatiedienst van Actiris
© Saskia Vanderstichele
| Fatima Zibouh leidt de antidicriminatiedienst van Actiris.

Wat hebben de jaren bij de antidiscriminatiedienst u geleerd?
Zibouh: Ten eerste dat discriminatie een echt en structureel fenomeen is. Ten tweede dat het ons allemaal kan overkomen. Het is lang niet alleen een kwestie van mensen met een huidskleur of andere origine. Het gaat ook over ziek, zwanger of ouder worden, over seksuele geaardheid, overtuigingen ...

In een superdiverse stad als Brussel hebben we ook allemaal verschillende identiteiten, waardoor mensen vaak op verschillende manieren tegelijk gediscrimineerd worden. Een vrouw met migratieachtergrond én hoofddoek in een eenoudergezin bijvoorbeeld. Een derde zaak die me steeds meer opvalt, is hoe belangrijk inclusie op de arbeidsmarkt is voor de sociale cohesie. Een job betekent niet alleen dat je bijdraagt tot de economie, maar het is ook een plek waar je mensen ontmoet. En ten slotte nog dat discriminatie geen fataliteit is, maar dat er oplossingen bestaan.

Kunt u één voorbeeld geven van een oplossing die Actiris vond?
Zibouh: Ja, een van de mensen die we op dit moment zien, is een zwarte dertiger met een Congolees artsendiploma en twee bijkomende masterdiploma's. Hij was volledig ontmoedigd en zat in een depressie, want zijn diploma wordt hier niet erkend en hij vond geen werk. We hebben hem eerst opnieuw zelfvertrouwen moeten geven, want daar moet je een minimum van hebben om werk te vinden. Als mensen te bang worden om geen job te vinden, zie je dat ook aan hun lichaamstaal. We begeleiden hem nu naar een job in een farmaceutisch bedrijf.

Welke soort discriminatie is het frequentst?
Zibouh: Een precies beeld daarvan zullen we pas later dit jaar hebben. Maar op basis van wat we nu al zien: overgekwalificeerde Afrikanen, vrouwen met een hoofddoek, de 55-plussers en mensen met een handicap.

Fatima Zibouh leidt de antidicriminatiedienst van Actiris
© Saskia Vanderstichele
| Fatima Zibouh: "Mensen die slagen in het leven focussen zich vaak op hun previleges en denken er niet snel aan hun knowhow of welvaart te delen."

Enkele weken geleden toonde een studie van de Nationale Bank dat de tweede generatie van migranten uit de Maghreb het amper beter doet op de arbeidsmarkt dan de eerste, terwijl migranten uit Europa, maar ook het Midden-Oosten wel snel vooruitgang boeken. Hoe verklaart u dat?
Zibouh: Dat is een goede vraag. Er is een heel grote reproductie van de ongelijkheid bij Noord-Afrikanen, dat zie ik ook in mijn eigen familie. De problemen in het onderwijs zijn ook erg groot, met veel schooluitval binnen de gemeenschap. Maar een echt antwoord moet ik schuldig blijven.

Ligt het aan de culturele bagage die de ouders kunnen meegeven?
Zibouh: Dat denk ik niet, heel veel ouders in de Marokkaanse gemeenschap geven erg veel om de opleiding van hun kinderen, betalen vaak privéleraars voor bijlessen met geld dat ze amper hebben. Ik heb wel de indruk dat er nogal wat fatalisme is onder Brusselse jongeren. 'Wij zullen toch geen werk vinden.' Het ontbreekt hen vaak aan inspiratie. Misschien moeten we meer doen met rolmodellen.

De migrantengroepen uit Zuid-­Europa, zoals Grieken, Spanjaarden en Portugezen, versmelten na enkele generaties vaak met de rest van de stad. Bij migranten uit de Maghreb ligt dat anders. U zegt zelf: 'Ik kom uit Tafersit', hoewel u al derde generatie bent. Waarom?
Zibouh: (denkt even na) Het is maar een hypothese: binnen Europa hebben migranten mogelijk het gevoel dat ze tot een grote gemeenschappelijke groep behoren, met de joods-christelijke traditie als gemeenschappelijke noemer. Je zal dat ook met de Roemenen en de Polen zien.

Fatima Zibouh 5 BRUZZ ACTUA 1694
© Saskia VAnderstichele
| Fatima Zibouh ledit de antidiscriminatiedienst van Actiris: "Een job betekent niet alleen dat je bijdraagt tot de economie, maar het is ook een plek waar je mensen ontmoet."

Maghrebijnse Brusselaars hebben dan weer het gevoel dat ze niet als volwaardige Belgen beschouwd worden. Dat gevoel wordt versterkt door veel uitlatingen over de Marokkaanse gemeenschap en de islam. Je mag niet onderschatten wat de impact is van uitspraken als die van Theo Francken, als hij zich afvraagt wat de economische meerwaarde is van de Marokkaanse migranten. Terwijl de helft van de Brusselse ondernemers migratieroots heeft. Het antwoord daarop is vaak dat mensen zich terugplooien op zichzelf.

Zoveel Brusselaars als u zijn er niet: een brugfiguur tussen de academische wereld en de Molenbeekse wijken en de moslimgemeenschap. Waarom? Uw vriend Mohamed El Bachiri is dat sinds de aanslagen ook geworden, in Vlaanderen heeft hij bijna het statuut van een rockster.
Zibouh: Ongelofelijk, nietwaar? We vatten dat succes nog altijd niet, want in Franstalig België wordt hij veel minder herkend.

Misschien heeft het met de invloed van Frankrijk op Franstalig België te maken? Daar heerst meer de traditie van: 'We zijn een natie en praten niet over verschillende afkomst of geloof.'
Zibouh: Dat zou best kunnen. Maar het klopt dat er niet zoveel brugfiguren zijn. Waarom? Ik stel vast dat mensen die slagen in het leven zich vaak op hun privileges focussen en er niet snel aan denken om hun knowhow of welvaart te delen. Terwijl je net zoveel krijgt door te geven.

Het antidiscriminatieloket van Actiris is telefonsich te bereiken op het nummer 0800 35 089 en per mail via infodiscriminatie@actiris.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Oproep: Lees of reageer je wel eens op online comments, op nieuwssites of social media? Wil jij bijdragen aan een constructief online debat? Doe dan nu mee met het RHETORiC-onderzoek en ontvang een waardebon. Meer info en inschrijven.

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?