Straathoekwerker: ‘Alsof iedereen weggegomd is, behalve de thuislozen’

© Saskia Vanderstichele
| Straathoekwerker Bert De Bock.

Al zeventien jaar is hij straathoekwerker in Brussel, en nog nooit maakte hij zo'n crisis mee. Voor Bert De Bock is alles sinds de coronapandemie veranderd, maar tegelijkertijd ook hetzelfde gebleven. “We zien nog steeds mensen. Maar het is de eerste keer dat we op zo'n schaal honger waarnemen.”

Wie is Bert De Bock?

  • Geboren in 1976 in Beveren-­Waas
  • Studeert filosofie in Antwerpen en Leuven
  • Start in 2003 als straathoekwerker in Brussel
  • Begint in 2008 te werken voor vzw Diogenes
  • Getrouwd, vader van drie dochters

Het leek alsof hij meteen prijs had. De coronapandemie was nog maar net in ons land, of Bert De Bock (43) moest noodgedwongen even thuisblijven met de inmiddels alom bekende symptomen. “Dat was heel lastig. Maar met mij gaat het, in vergelijking met de mensen op straat, goed.”

Geboren in Beveren-Waas, trekt De Bock op achttienjarige leeftijd naar Antwerpen en Leuven om er filosofie te studeren. Na enkele tussenstops – De Bock werkte onder meer in het 'gendertolerante', Leuvense café Oase – belandt hij in 2003 als straathoekwerker in Brussel. Sinds 2008 bouwt hij voor vzw Diogenes mee aan langetermijn­oplossingen voor de Brusselse daklozen. Daar verschoof de focus zodra het coronavirus toesloeg, naar crisismanagement. Een tendens waarvoor we moeten opletten, aldus De Bock.

“Het is normaal dat we nu even moeten inzetten op voorzien in hun basisbehoeften,” zegt De Bock. “Onthaalhuizen nemen zo goed als geen nieuwe gasten meer op, en er zijn sinds de crisis veel nieuwe doelgroepen bijgekomen. Maar we moeten opletten op termijn niet in die crisisaanpak te blijven hangen. Wij werken immers vooral aan bewustzijn en oplossingen op langere termijn.”

Geen rust meer

De coronamaatregelen hebben verregaande gevolgen voor iemand voor wie de straat zijn kantoor is. “We zien nog steeds mensen natuurlijk. Maar het gevoel van openbare ruimte is vandaag totaal anders. Het is alsof iemand een grote gom heeft genomen, iedereen weggegomd heeft, maar enkel de thuislozen is vergeten.”

Volgens De Bock kwamen hij en zijn collega's op die manier ook terecht in de strijd om die openbare ruimte. “De daklozen mogen niet meer op één plek blijven. Als de politie komt, moeten ze zich verplaatsen. Ze worden steeds opgejaagd, moeten als het ware onzichtbaar zijn.”

Straathoekwerker Bert De Bock

“Dat voelen zelfs wij, straathoekwerkers. Je kan niet meer stilzitten op een bankje om je boterhammen op te eten. Je moet heel de tijd in beweging blijven. Voor wie op straat leeft, zijn er geen rustpunten meer.”

De crisis hakte ook op andere domeinen stevig in op het leven op straat. “Mensen konden vóór de crisis terecht in sociale restaurants, of bij georganiseerde voedselbedelingen. Maar toen heel wat initiatieven aan het begin van de crisis de deuren sloten, hebben we voor het eerst op grote schaal echt honger gezien.”

Om het virus een halt toe te roepen, wordt van mensen geëist om afstand van elkaar te houden. Niet evident wanneer je in je werk net nabijheid wil creëren. “In het begin wil je natuurlijk afstand scheppen. Wij zien zo'n veertig tot vijftig mensen per dag. Als je dan niet oplet, word je een wandelende besmettingshaard. Het feit dat je dan mondmaskers en handschoenen moet dragen, helpt om die afstand te creëren.”

Straathoekwerker Bert De Bock
© Saskia Vanderstichele
| Voor Bert De Bock is de figuur van Don Quichot toepasselijk: “Soms proberen we tegen beter weten in te veranderen wat onveranderlijk lijkt.”

“Mensen op straat zijn niet dom, ze appreciëren ook dat je dat doet. Hoewel de helft van je gezicht bedekt is, vind je na een tijdje toch steeds nieuwe manieren om te communiceren.”

De Bock ziet dat de crisis ook enkele positieve veranderingen met zich meebrengt. Hij wijst op de verschillende solidariteitsacties die ontstonden, en het feit dat er hotels werden geopend om daklozen op te vangen.

“Sinds het begin van de crisis zijn we er bovendien in geslaagd om maar liefst achttien mensen in een woning onder te brengen. Omdat thuislozen de enige mensen zijn die nog overblijven in de openbare ruimte, wordt er meer aandacht aan hen besteed. Ze zijn zichtbaarder.”

Zara Home en alle kledingwinkels gesloten op de Louizalaan als gevolg van de regeringsmaatregelen voor het indijken van het coronavirus (covid-19)
© PhotoNews
| Bert De Bock: "Omdat thuislozen de enige mensen zijn die nog overblijven in de openbare ruimte, wordt er meer aandacht aan hen besteed. Ze zijn zichtbaarder.”

Vreemde sfeer

Maar ondanks de positieve initiatieven merkt De Bock dat er nog steeds heel wat mensen op straat leven, en dat daar ook heel wat nieuwe gezichten zijn bijgekomen. “Veel mensen die voordien zwartwerkten, kwamen op straat terecht. De gezondheidscrisis lijkt geestelijke gezondheidsproblemen bovendien te versterken. De combinatie van al die nieuwe mensen leidde tot een gespannen en vreemde sfeer op straat.”

Bovendien wijst De Bock erop dat van heel wat administratieve procedures momenteel de pauzeknop werd ingeduwd, en heel wat diensten niet meer rechtstreeks toegankelijk zijn. “Het is nog veel moeilijker geworden dan het al was voor mensen om hun basisrechten te verwerven.”

Volgens De Bock is een van de structurele oorzaken van dakloosheid het feit dat basisrechten worden gekoppeld aan een adres. “Als je je thuis verliest, ben je ineens alles kwijt.” De Bock hoopt dan ook dat we lessen zullen trekken uit deze crisis. “Het zou goed zijn mocht een aantal beschermingsmechanismen, zoals bijspringen in de kosten voor energie of huur, of gedwongen uitzettingen tegengaan, ook na de coronapandemie behouden worden. Daar kan de politiek zeker nog een rol in spelen.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

--- OPROEP. Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en maak kans op een waardebon. Meer info en inschrijven

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?