reportage

Corona hertekent de Noordwijk: de kantoortoren wankelt

De Noordwijk vandaag.© Saskia Vanderstichele

Ook als we straks een vaccin hebben, zal Covid-19 zijn stempel drukken op de stad. Telewerk wordt immers een blijver, die druk zet op het kantorenlandschap en al wie vandaag van de pendelaars leeft. Nergens is dat zo duidelijk als in de Noordwijk, die de volgende jaren ingrijpend zal veranderen. “Echte bewoners, die klagen over losliggende stenen, dat is een goed teken.”

Geen tikkende klavieren, rinkelende telefoons of geflirt aan de koffieautomaat. Als we hoog in de U-toren van Proximus uit de lift stappen, heerst er een doodse stilte. Waar anders tientallen werknemers druk in de weer zijn, vinden we vandaag enkel stille getuigen van menselijk leven: een set verjaardagsballonnen, koffiemokken in lockers, een grote zak troost in de vorm van colasnoepjes.
Alle werknemers die toch nog op kantoor moeten zijn, worden verzocht om op verdieping negen te werken, lezen we op een lint dat de verdieping afsluit. Op de verdieping in kwestie treffen we welgeteld twee mensen aan.

“Een beetje eenzaam? Och, alleen de moedigen komen werken, hé?” De Franstalige David (51) grijnst en is zichtbaar in zijn nopjes met zijn gezelschap. Hij en de Nederlandstalige Kurt (42) hebben afgesproken om een pakje te overhandigen op kantoor. Het is meteen een welkome afwisseling in de sleur van thuiswerkdagen. “Natuurlijk mis ik het echte contact. On est des humains, pas des machines.”

Terwijl we praten neemt Ann (61) even verderop plaats, aan het uiteinde van het kantoor. Een keer per week moet ze wel naar Brussel afzakken. De verkeersboetes van de werknemers moeten behandeld worden. “Vijftig stuks in drie dagen tijd, maar er zijn dan ook 7.000 bedrijfswagens.” Of ze graag komt? Anns gezicht licht helemaal op. “Jaaa!”

Even later stappen ook Christiane en Lutgarde binnen. De eeneiige tweeling – ook op hun 63ste nog in identieke tenue – is bezig met een inventaris van keukenmateriaal, zo blijkt. Vijf werknemers in een toren die 50.000 vierkante meter telt, plots voelt het bijna druk aan.

1732 Proximus lege werkvloer achtergebleven ballonen Noordwijk
© Saskia Vanderstichele
| Normaal gezien heerst hier een gezellige werkdrukte, nu zijn de verjaardagsballonnen een restant van die andere tijden.

Contactkantoor

De iconische hoofdzetel van Proximus is maar een van de duizenden kantoren die vandaag nagenoeg leeg zijn in Brussel. Thuiswerk is dan ook verplicht waar mogelijk. Experts verwachten bovendien dat telewerk ook na de corona-epidemie ingeburgerd blijft. Bij Proximus is dat vandaag al beslist. “Tot nog toe konden onze mensen een tot twee dagen van thuis uit werken, dat trekken we op naar drie,” vertelt woordvoerder Fabrice Gansbeke.

Wat zal die plotse groei van het thuiswerk betekenen voor Brussel, een stad waar vandaag al bijna een van de dertien miljoen vierkante meter kantoren leegstaat? Lopen de kantoorwijken straks leeg, de monofunctionele Noordwijk op kop? Die vragen zijn extra relevant in de verlaten toren waarin we ons bevinden. Proximus liet vorige maand nog verstaan dat het zijn hoofdkwartier helemaal wil herdenken naar aanleiding van Covid-19. De huidige torens moeten op de schop en het telecombedrijf wil naar een groenere en kleinere campus in Brussel.

1732 Noordwijk Proximus Fabrice Gansbeke

“Onze toekomstige hoofdzetel moet meer een plaats worden waar we elkaar ontmoeten, voor meetings en brainstorms, of om klanten te laten kennismaken met onze producten,” legt woord­voerder Fabrice Gansbeke uit. Proximus kiest daarbij voor een weg die veel bedrijven vandaag willen inslaan: weg van de centrale hoofdzetel waar iedereen gewoon achter zijn eigen computer gaat zitten, naar een kleiner kantoormodel waar de interactie centraal staat. Een contactkantoor als het ware.

1732 Noordwijk uitzicht Proximus toren
© Saskia Vanderstichele
| De voormalige WTC-torens zijn gestript en worden ZIN, een van de drie gebouwen waar de Vlaamse overheid zijn werknemers concentreert.

In het geval van het telecombedrijf betekent dat het einde van de huidige twee torens, die ontworpen zijn door architectenbureau Jaspers-Eyers. Samen zijn ze goed zijn voor 101.000 vierkante meter kantooroppervlakte. Ook voor corona was dat gewoon al veel te veel, geeft de woordvoerder toe. “Covid-19 heeft vooral een beweging die al bezig was bespoedigd. Behalve thuiswerk moedigen we mensen ook aan om in onze lokale hubs te werken, dichter bij huis. Dat is duurzamer.”

1732 Noordwijk Proximus tweelingen Christiane en op werkvloer
© Saskia Vanderstichele
| Christiane en Lutgarde, de eeneiige tweeling – ook op hun 63ste nog in identieke tenue – is bezig met een inventaris van keukenmateriaal.

De duotoren is vandaag niet enkel bovenmaats, met zijn 32 jaar geldt hij bovendien al als hoogbejaard. Voor een buitenstaander blijft het soms hoofdschudden, maar kantoorgebouwen halen soms zelfs hun dertigste verjaardag niet. Op de hoek van Kleine Ring en Albert II-laan werd het Boudewijngebouw van de Vlaamse Gemeenschap – ook bekend als 'de schans' omwille van het schuine dak – al na 27 jaar dienst gesloopt. Opvolger Quatuor is ondertussen bijna af. Zowel Quatuor als zijn voorganger is trouwens ook van de hand van Jaspers-Eyers.

Waar de nieuwe hoofdzetel komt en hoe die er zal uitzien, dat wordt pas later beslist. Maar dat Proximus in de Noordwijk blijft, vlak bij het station, lijkt wél een uitgemaakte zaak. Verschillende scenario's liggen daarbij op tafel: huren op een nieuwe locatie, nieuwbouw op de huidige of een zware renovatie van één van de twee torens. De oppervlakte van één toren zou vandaag immers al volstaan.

Het voorbeeld van Proximus toont hoe corona vandaag vooral een versneller is van processen die al bezig waren, vindt Brussels bouwmeester Kristiaan Borret. “Dat geldt voor de kantoren, maar ook voor fenomenen als meer fietspaden en groen in de stad. Dat waren al stedenbouwkundige evidenties voor corona, maar de urgentie is nu nog eens gegroeid.”

1732 Noordwijk passage en proximustower
© Saskia Vanderstichele
| De centrale inkomgang van Proximus: anders druk als een stationshal, vandaag verlaten.

Kiezen tussen drie bakkers

Maar verwacht de bouwmeester een leegloop van de wijk? “Grote voorspellingen wil ik niet doen, wie die zes maanden geleden had gedaan over het verloop van de Covidcrisis was wellicht ook op zijn bek gegaan.” Toch denkt Borret dat de leegstand wat zal groeien en ontwaart hij voor het eerst ook wat onzekerheid. 'Gaan we wel een vette vis vinden voor dat hele gebouw?' dat hoor je steeds vaker. De toekomst is meer aan multitenant, verschillende huurders onder een dak. Vanbuiten ziet dat er niet per se anders uit, maar voor een stad is die diversiteit al een stap vooruit tegenover grote mastodonten van één bedrijf.”

Als pendelaars vaker thuiswerken, kan dat gevolgen hebben die de kantoormarkt overstijgen. Wie in Brussel woont voor zijn job, maar amper nog twee keer per week op het appel moet zijn, zou weleens kunnen verhuizen naar een rustigere, groene en minder dure omgeving. Dreigt er straks dan geen stadsvlucht?

“Sommige mensen zullen misschien wel die stap zetten,” geeft Borret toe. “Maar ik ben een optimist en geloof dat steden aantrekkelijk zullen blijven. Kijk naar Detroit, zelfs die leeggelopen stad trekt nu weer volop aan. De voorzieningen, de cultuur, het vertier, die zal je nog steeds in de stad vinden. Zoals een vriend van me ooit zei: 'Stedelijkheid, voor mij is dat kunnen kiezen tussen drie bakkers.' En als we in de toekomst minder bewoners hebben die er tegen hun zin wonen en meer die er echt willen zijn, is dat misschien ook niet zo erg.”

1732 Noordwijk Lege inkomhal Herman Teirlinckgebouw
© Saskia Vanderstichele
| Thuiswerk of niet, het Herman Teirlinckgebouw moet blinken.

Het optimisme van de bouwmeester geldt al zeker voor de Noordwijk. Die mag vandaag dan een stedenbouwkundige miskleun zijn, het Gewest heeft er veel touwtjes in handen. “Dit is dé wijk par excellence waar je zal zien hoe corona de stad verandert. Kijk naar ZIN, de opvolger van de WTC-torens, waar de Vlaamse overheid intrekt. Dat wordt een gemengd project met kantoren, maar ook een hotel en woningen voor een korter verblijf. Ook het echte wonen zullen we versterken in de wijk. Mensen moeten er een appartement kunnen kopen voor zichzelf. Want dat zijn de bewoners die zich echt bekommeren om een wijk, dan pas zal er echte verandering zijn. Mensen die klagen over losliggende stenen of vuile trottoirs, dat is eigenlijk een heel goed teken.”

Pendelen naar keuken en toilet

“Met jou is mijn kloppend hart helemaal terug.” Het grote bord aan de ingang van het Herman Teirlinckgebouw op Thurn & Taxis, dat de diensten van de Vlaamse overheid huisvest, staat er wat lullig bij. Bedacht als verwelkoming aan het einde van eerste golf, maar vandaag alweer voorbijgestreefd door een nieuwe lockdown.

1732 Noordwijk werkvloer proximus Kurt (rechts) en David (links)
© Saskia Vanderstichele
| David (links) en Kurt (rechts) op de negende verdieping van een van voor de rest lege Proximustoren:

Toch vinden we binnen enkele kloppende harten. Dat van de poetsvrouw die een amper gebruikte trap schoonmaakt. En die van Sabrina, Gert en Julie. De drie collega's van het facilitair bedrijf hebben op het werk afgesproken voor een face-to-facebespreking. Omdat het efficiënter is, maar ook omdat informeel contact zoveel meer deugd doet dan de zoveelste schermvergadering.

Het kantoor als ontmoetingsruimte, hier wordt het al in de praktijk gebracht. “Zo kan ik tenminste de fiets nog eens nemen,” vertelt Sabrina. “Dat is eens iets anders dan een verplaatsing naar het toilet of naar de keuken.” Een collega wijst er fijntjes op dat ze er net voor pleitte om de koffiemachine dichter te plaatsen. “Toen waren dertig stappen al te veel.” Grapjes en prikjes, ook dat gaat in een zoomvergadering een pak moeizamer.

De Vlaamse overheid zit qua thuiswerk op dezelfde golflengte als Proximus. Telewerken wordt uitgebreid, kantoren worden plekken waar mensen samenkomen. De Vlaamse kantoorplannen in Brussel worden er amper door gewijzigd. “We hebben onze oppervlakte de voorbije zes jaar al meer dan gehalveerd,” legt administrateur-­generaal Frank Geets van het agentschap Facilitair Management uit. “Het plan blijft om de diensten vooral in drie grote gebouwen te bundelen: ZIN, het onlangs gerenoveerde Consciencegebouw en het Teirlinckgebouw.”

Een laan om wakker te kussen

Thurn & Taxis is natuurlijk de Noordwijk niet meer. Maar als het Gewest zijn toekomstplannen verwezenlijkt, zullen de twee wel een stuk dichter naar elkaar groeien. Behalve de vermenging van functies die Borret al vermeldde, staat er ook een tram in de steigers, die via Suzan Danielbrug en de Bolivarlaan naar het Noordstation zal rijden. “Die laan wordt in de toekomst de hoofdas van de wijk en wordt ook veel groener,” zegt de bouwmeester. “Die straat ligt vandaag te wachten om wakker gekust te worden.”

De gewestplannen kunnen ook op de instemming van de immosector rekenen. Want die merkt vandaag wel degelijk een zekere weerstand om te huren in de monofunctionele en onaantrekkelijke Noordwijk. “De leegstand is er vandaag nog geen groot probleem, we komen net uit een historisch goede periode, in heel Brussel trouwens,” zegt Erik Verbruggen van Jones Lang Lasalle. “Maar we voelen wel dat een aantal bedrijven er van hun kantoren af willen. Het Gewest moet zeker doorzetten met zijn plannen.”

De geringe leegstand waar Verbruggen over spreekt, is vooral voelbaar in de centrale zakenwijken van de hoofdstad. In de buitenwijken, op autolocaties die vaak ver van het openbaar vervoer liggen, zijn kantoren veel minder in trek. Het is hier, in onder meer de Woluwes, dat kantoren in sneltempo worden omgevormd tot woningen. “Ik heb weet van tientallen aanvragen voor zulke omvormingen op dat soort plekken,” zegt Borret.

1732 Noordwijk Kristiaan Borret

Van de Noordwijk een gemengde wijk maken, met meer bewoners, het is niet alleen belangrijk om leegstand te bestrijden. “Waar ik me vandaag het meest zorgen om maak, is de impact van het thuiswerk op al die zaken die leven van de pendelaar,” zegt de bouwmeester. “De cafés, de restaurants en allerlei andere handelszaken. Een kantoorjob die verplaatst wordt, verdwijnt niet, maar de baan in de broodjeszaak om de hoek misschien wel. En voor retail komt daar de groei van de e-commerce nog eens bij.”

Ophaalbrug van Proximus

Corona zou zo weleens het onevenwicht op de Brusselse jobmarkt, waar vandaag al te weinig jobs voor laaggeschoolden zijn, nog kunnen versterken. “Daarom is het zo belangrijk om niet alles op de dienstensector te zetten en bijvoorbeeld productie nog in de stad te houden.”

Hoe hard die impact op de handelszaakjes rondom de kantoorkolossen kan zijn, zien we met eigen ogen bij broodjeszaak Point Chaud in het CCN-gebouw naast het Noordstation. Jordan (18) en Abyan (19) wachten er op klanten. “De impact van de lockdown is hier kolossaal. Op normale dagen draaien we bijna 4.000 euro omzet, vandaag is dat amper 1.000 euro. Van de vijf mensen die hier normaal werken, zijn dat er nu nog drie. We verkopen een koffie, we poetsen wat en wachten.”

1732 Noordwijk Point Chaud Jordan(links) en Abyan (rechts)
© Saskia Vanderstichele
| Hoe hard die impact op de handelszaakjes rondom de kantoorkolossen kan zijn, zien we met eigen ogen bij broodjeszaak Point Chaud in het CCN-gebouw naast het Noordstation. Jordan (18) en Abyan (19) wachten er op klanten.

Een gemengde Noordwijk zal ook voor de Points Chauds van deze stad goed nieuws zijn, denkt de bouwmeester. Al zal de broodjeszaak zelf in zijn huidige vorm niet meer blijven bestaan. Het CCN-gebouw waar Jordan en Abyan vandaag met de vingers draaien, verdwijnt straks immers voor nieuwe torens.

“Stedenbouwkundig is het CCN dan ook een ramp,” vindt Borret. “Het is het gebouw bij uitstek dat afstand neemt van de stad, met zijn busstation in plaats van een echte gelijkvloerse verdieping en zijn hoge en slecht leesbare ingangen. We willen die link met de stad herstellen.

Wat voor het CCN geldt, is ook waar voor veel van de kolossen in de wijk, zegt de bouwmeester. “Neem de Proximustorens, die ogen vandaag als een burcht, met hun slotgracht en een hoofdingang als een ophaalbrug. We willen de relatie tot de begane grond opnieuw herstellen, met een echte vermenging van functies: winkels, horeca en zelfs wonen op de benedenverdieping. Zo krijg je een echt straatleven zoals de stadsactiviste Jane Jacobs dat al in de jaren 1960 beschreef. Als we daarin slagen, zeggen we over een paar jaar misschien wel: 'Dank u, corona.'”

Pascal Smet, staatssecretaris voor Stedenbouw: ‘Laatste deel Albert II-laan omvormen tot park’

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?