Interview

VUB-historicus Bart Lambert: 'Zonder pest en cholera nu geen Anspachlaan'

Bettina Hubo
© BRUZZ
18/12/2021
© Saskia Vanderstichele | Historicus Bart Lambert (hier op de Adolphe Maxlaan): “Eind 19e eeuw werd de Zenne overwelfd, daarboven kwamen de brede, centrale lanen.”

Brussel werd ook in het verleden getroffen door pandemieën, van de Zwarte Dood tot de Spaanse griep. Van de pesthuisjes en leprozerieën die het stadsbestuur bouwde om de epidemieën in te dijken staat niets meer overeind. “Het meest zichtbare overblijfsel is het onzichtbare, de Zenne die nu onder de grond zit,” zegt VUB-historicus Bart Lambert.

Wie is Bart Lambert?

  • Geboren in Brugge in 1981
  • Studie en doctoraat geschiedenis aan de UGent, specialisatie Middeleeuwen
  • Post-doc aan de universiteit van York
  • Doceert sinds 2018 Laatmiddeleeuwse geschiedenis aan de VUB
  • Woont in Jette

Al vlug na de uitbraak van corona werden in de media parallellen getrokken met de verwoestende pestepidemie in de veertiende eeuw, de Spaanse griep begin vorige eeuw en andere pandemieën. “Maar de informatie was niet altijd correct was en de vergelijkingen liepen soms mank,” zegt Lambert. “Bij onze studenten voelden we de nood om er meer over te weten, met de juiste bronnen. Vandaar dat ik sinds dit jaar een gloednieuw vak geef in de master geschiedenis: Pandemics in history.”

Door welke grote plagen zijn onze contreien getroffen?
Bart Lambert: In de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne periode had je hier elke tien, vijftien jaar wel een uitbraak van een besmettelijke infectieziekte. Enerzijds was er de pest, waarschijnlijk overgewaaid vanuit wat we nu China noemen. De eerste, meteen ook zwaarste pestgolf, later aangeduid als Zwarte Dood, trof onze contreien in de veertiende eeuw. Daarna flakkerde de epidemie telkens weer op, tot in de zeventiende eeuw. Vier eeuwen lang dus werden de mensen geteisterd door de pest. Daarnaast waren er regelmatig uitbraken van dysenterie, tuberculose, tyfus en cholera.
Een reeks cholera-epidemieën maakte ook in de negentiende eeuw nog heel veel slachtoffers in ons land. En dan was er begin twintigste eeuw, na WOI, natuurlijk de Spaanse griep.

“In de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne periode had je hier elke tien, vijftien jaar wel een uitbraak van een besmettelijke infectieziekte”

Bart Lambert, historicus (VUB)

De Zwarte Dood spreekt nog altijd het meest tot de verbeelding. Weet men concreet hoe die huisgehouden heeft in Brussel?
Lambert: Hoe verder terug in de tijd, hoe problematischer het bronnenmateriaal. Van de eerste pestuitbraak, rond 1349, zijn geen sterftecijfers bekend voor Brussel, voor de hele Nederlanden niet.
Het leek er eerst dan ook op dat de Nederlanden de dans ontsprongen waren. Maar uit ander bronnenmateriaal leiden we af dat dat niet klopt. Er zijn indicaties dat er in Brussel pogroms waren, dodelijke aanvallen op de Joodse gemeenschap, die kunnen worden gelinkt aan de onzekerheid rond de pest. De Zwarte Dood was iets nieuws. Mensen gingen verklaringen zoeken en legden de schuld bij wie ze niet goed kenden, namelijk de Joodse gemeenschap. Joden werden ervan beschuldigd dat ze de pest hadden binnen­gebracht door waterputten te vergiftigen.

Dat er zo weinig informatie is over die periode heeft vermoedelijk ook te maken met het feit dat de Nederlanden veel minder economisch ontwricht raakten door de pest dan bijvoorbeeld Engeland. Het was hier een hele verstedelijkte, dynamische samenleving, met veel migratie vanuit het platteland. Daardoor raakten arbeids­tekorten als gevolg van de pest snel opgevuld.

Is er meer bekend over de latere pestgolven in Brussel?
Lambert: Er zijn de heldenverhalen over de franciscanermonnik Diederik van Munster. Daaruit kunnen we afleiden dat er in 1489 een zware pestuitbraak was. Volgens de overlevering verzorgde de monnik de zieken op de Grote Markt en gaf hij de stervenden er de laatste sacramenten. Dertigduizend doden zouden er toen gevallen zijn in de stad, maar dat cijfer moet je met een korrel zout nemen. Het kan opgeschroefd zijn om de heldendaden beter in de verf te zetten.

1780 Pandemien Bart Lambert smalle doorgangen
© Saskia Vanderstichele | Bart Lambert: “Heel lang oogde Brussel als een wirwar van dichtbevolkte steegjes.”

Over de laatste pestgolf, die van 1667 tot 1670, weten we het meest. Er zijn documenten bewaard waaruit blijkt dat het Brusselse stads­bestuur een pestmeester aanstelde die zieke mensen moest isoleren. Ze werden in pesthuisjes ondergebracht en hun eigen, besmette huizen kregen een duidelijk merkteken. Voorts verbood het bestuur de verkoop van kolen en andere groenten omdat die de ziekte zouden bevorderen en vroeg ze een arts, Louis Overdatz, een boekje te schrijven met tips om gezond te blijven. Daarin typische voorschriften uit die tijd, zoals de raad om vrolijk gezelschap op te zoeken, want een vrolijk gemoed leek de beste remedie tegen de pest.
Het stadsbestuur nam de epidemie serieus, maar toch stierven ruim vierduizend van de tachtigduizend inwoners, één op de twintig.

1780 Pandemien Bart Lambert Brede lanen
© Saskia Vanderstichele | Historicus Bart Lambert (hier op de Adolphe Maxlaan): “Eind 19e eeuw werd de Zenne overwelfd, daarboven kwamen de brede, centrale lanen.”

Qua mortaliteit zijn de vroegere pandemieën inderdaad niet te vergelijken met de huidige corona­crisis.
Lambert: In de huidige crisis zitten we aan vijf miljoen doden wereldwijd, op een wereldbevolking van bijna acht miljard. De Zwarte Dood maakte 75 tot 200 miljoen slachtoffers, op een wereldbevolking van vierhonderd miljoen. Zowat de helft van de bevolking die toen gekend was, ging eraan.
Ook het dodental van de Spaanse griep was gigantisch, 25 tot 50 miljoen slachtoffers in twee jaar, op een wereldbevolking van 1,8 miljard.

Ander groot verschil, de stand van de geneeskunde. Een maand na de eerste melding van Covid-19 hadden wetenschappers het virus al volledig in kaart gebracht. Dat was ooit anders.
Lambert: Klopt, corona is de eerste grote pandemie waarbij de oorzaak, een virus, en de manier van overdracht al heel snel duidelijk was. En er is een vaccin. Bij de vorige grote pandemie, de Spaanse griep, wisten de artsen nog heel weinig over het virus en hoe het overgedragen werd.
Ten tijde van de Zwarte Dood was er nog veel minder inzicht. Dat de ziekte door met pestbacillen besmette vlooien werd overgedragen, werd pas eeuwen later duidelijk. Niemand begreep wat er gebeurde en men dacht al gauw aan een straf van God. Vandaar ook de aanvallen op niet-christenen.
In de westerse geneeskunde bleven de artsen tot in de negentiende eeuw geloven in de miasmatheorie: de epidemieën zouden zich verspreiden via bezoedelde, stinkende lucht. Maar ondanks dat gebrekkige inzicht nam men wel maatregelen die effectief waren en vandaag nog steeds gelden. Men ging besmette mensen afzonderen, in quarantaine plaatsen. Daardoor werd de pandemie ingedijkt.

Die maatregelen betekenden ook ingrepen in het stadsweefsel.
Lambert: Ja, in Brussel werden, waar nu de Jacqmainlaan uitkomt op de Kleine Ring, pesthuisjes neergezet. Voor de pest uitbrak, gebeurde hetzelfde met lepralijders. In de twaalfde eeuw was er een leprozerie op de plek van het huidige Sint-Pietersziekenhuis, buiten de stadsomwalling, zodat de melaatsen de anderen niet konden besmetten.
In andere Europese steden werd het soms grootser aangepakt. Daar werden hele aparte wijken neergezet. Zo verrees er begin vijftiende eeuw in Venetië een nieuwe wijk op een eiland, het Lazzaretto. Op een eiland kan je besmette mensen makkelijk isoleren en ook binnenkomende reizigers afzonderen voor je ze de stad binnenlaat.

Op preventieve maatregelen, ingrepen die moesten voorkomen dat een pandemie uitbreekt, was het nog een hele tijd wachten?
Lambert: Pas in de negentiende eeuw zou er echt iets gebeuren. Dat had natuurlijk te maken met het heel beperkte inzicht in de ziekte, maar ook met het feit dat er weinig druk was op het stadsbestuur. Want de lagere bevolkingsklassen, die het hardst getroffen werden door de pandemieën, hadden vrij weinig impact op het bestuur. Het enige dat in de achttiende eeuw veranderde, was dat de kerkhoven verwijderd werden uit de stad.

Tot ver in de negentiende eeuw oogde Brussel als een wirwar van dichtbevolkte steegjes, met een rivier die tot in het hart van de stad kwam. De Zenne overstroomde vaak en was een open riool, waarin mensen hun uitwerpselen en ander afval stortten.

De ommekeer kwam uit Engeland. Daar achterhaalde John Snow, een arts die niet geloofde in de miasmatheorie, dat de meeste cholera-­uitbraken gebeurden in de buurt van vervuild water. Door zijn inzichten is men eerst in Londen en later in andere Europese steden de water- en sanitaire voorzieningen gaan verbeteren. In Parijs hertekende Haussmann de stad met brede boulevards. Hetzelfde gebeurde tussen 1867 en 1871 in Brussel waar de Zenne, die voor zoveel problemen zorgde, werd overwelfd. Daarboven kwamen de brede, centrale lanen, geen smalle steegjes meer zoals voorheen. En er werden openbare parken aangelegd, ook een idee uit Engeland, bedoeld om de verspreiding van ziektes tegen te gaan.
Dat alles was de aanzet tot de epidemiologische transitie. Door de stadssanering en een hogere levensstandaard werden de mensen weerbaarder. In de twintigste eeuw kwam daar de ontwikkeling van de moderne geneeskunde bij, waardoor er, na de Spaanse griep, nog nauwelijks pandemieën uitbraken.

Vandaag legt de pers corona voortdurend onder het vergrootglas. Hoe verliep de informatievoorziening destijds?
Lambert: In de periode van de pest speelden handelscontacten een belangrijke rol. In havensteden zoals Brugge, waar veel mensen uit andere streken aankwamen, was men doorgaans het eerst geïnformeerd. Soms verspreidde het nieuws zich sneller dan de ziekte zelf. In de Nederlanden had je processies van flagellanten, mensen die de pest als straf van God zagen en zich uit boetedoening geselden, nog voor de pandemie er was.

Ten tijde van de Spaanse griep was de pers niet alleen gecensureerd, ze zag het ook als haar taak om de bevolking, die al vier jaar zwaar had afgezien door de oorlog, niet te demoraliseren en was daarom karig met informatie. Heel spijtig voor de latere onderzoekers.
Aan de huidige gezondheidscrisis, waarover overvloedig bericht wordt en heel veel cijfermateriaal beschikbaar is, zullen toekomstige historici ongetwijfeld een vette kluif hebben.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel-Stad, Stedenbouw, Gezondheid, VUB, Bart Lambert, Anspachlaan, Adolphe Maxlaan, centrale lanen, pest, Spaanse griep, pandemie

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie