5 jaar na de aanslagen

In het kloppend hart van het crisiscentrum: hoe goed werkt het veiligheidsbeleid?

Bij crisissen leidt de ‘gold commander’ het overleg aan de centrale tafel. Iedereen beschikt over een eigen beeldscherm waarop de situatie kan worden gevolgd.© Ivan Put

Sinds afgelopen kerst is het Brusselse regionale crisiscentrum 24/7 activeerbaar: bij crisissen kunnen beleids­makers en veiligheidsdiensten er voortaan bijeenkomen om eensgezind te reageren. Iets waar het bij de aanslagen van 22 maart 2016 nog aan ontbrak. BRUZZ kreeg een rondleiding: “Het is een politieke keuze geweest van de regering om hier zwaar op in te zetten.”

Of we de gps op onze telefoon kunnen uitzetten, vraagt Yves Bastaerts, de adjunct-directeur-generaal van veiligheidsagentschap Brussel Preventie en Veiligheid (BPV), onderweg naar het regionale crisiscentrum. Als we foto's online zetten, zouden mensen via de gps-coördinaten van die beelden de precieze locatie kunnen achterhalen.

Het paradepaardje van BPV werd door minister-president Rudi Vervoort (PS) aanvankelijk aangekondigd voor mei 2019, maar de bouw nam meer tijd in beslag dan gepland. Uiteindelijk kunnen hier sinds kerst grote en kleinere crisissen beheerd worden, en dat na een telefoontje van de minister van Binnenlandse Zaken, de Brusselse minister-president, de hoge ambtenaar, burgemeesters of korpschefs.

“Hier worden de strategische beslissingen genomen,” wijst Bastaerts naar een lange ovalen tafel, met daarop kaartjes voor allerlei functietitels – om geen tijd te verliezen als het erop aankomt. “Een bepaalde zone ontruimen bijvoorbeeld. Die beslissing moet doorgegeven worden aan de commandopost hiernaast. Het zijn niet de burgemeesters of ministers die daar zelf voor beginnen rond te bellen.”

Die 'commandopost operations' – of zoals Bastaerts het noemt, de 'PC Ops' – zijn het kloppende hart van het crisiscentrum: een ruimte vol met computers, maar vooral ook een muur aan beeldschermen. Beelden worden er bekeken, troepen op het terrein aangestuurd, informatie doorgespeeld aan verbindingsofficieren van relevante andere overheidsdiensten die hier ook zijn. “Stel bijvoorbeeld dat er in het te ontruimen gebied een aantal metrostations liggen. De verbindingsofficier van de MIVB zal dan meteen contact opnemen om die te laten sluiten.”

Stroomgeneratoren

De bedoeling van het regionale crisiscentrum, opgedragen aan de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016, was om voortaan een uniform en coherent antwoord te bieden in geval van crisis. Bastaerts: “Dat was ook een van de aanbevelingen van de parlementaire commissie rond de aanslagen: er moet een eenheid van commando zijn. Dit centrum vertaalt dat fysiek. Op zo'n moment zijn niet alleen uniforme beslissingen belangrijk, ook de uniformiteit van uitvoering. Daarvoor zijn al die verbindingsofficieren er, zodat de informatie vlot kan doorstromen.”

Brussel Preventie en Veiligheid crisiscentrum
© Ivan Put

Volgens de BPV-topman heeft het crisiscentrum “wat geavanceerde technologie en grootte betreft” geen gelijke in Europa. Het heeft dan ook 15 miljoen euro gekost en biedt plaats aan honderd mensen. “Het is een politieke keuze geweest van de regering om hier zwaar op in te zetten. Vanwege de aanslagen, maar ook omdat wij als Europese hoofdstad de nodige garanties moeten kunnen bieden in geval van problemen.”

Zo heeft het centrum twee stroomgeneratoren die het in geval van nood dagenlang van elektriciteit kunnen voorzien, en de servers afkoelen. De strategische tafel beschikt over beeldschermen die met een druk op een knop uit de tafel kunnen verrijzen. En wat eerst een microfoon naast de tablets van de cameraoperatoren leek, blijkt een joystick waarmee ze camera's op afstand 360 graden kunnen laten draaien. Via hun 'oortje' kunnen ze drie of vier patrouilleradio's tegelijk beluisteren.

Drones en camera's

Een deel van het budget ging ook naar investeringen om informatie te krijgen, via drones bijvoorbeeld. “Die worden bestuurd door gediplomeerde piloten bij de federale politie. In 2020 werden onze drones al 422 keer ingezet: bij betogingen, branden, of zelfs om mensen in parken tijdens de eerste lockdown te herinneren aan de regels.”

Het crisiscentrum van Brussel Preventie en Veiligheid (BPV)
© Ivan Put

“Daarnaast investeren we in ANPR-camera's (die nummerplaten kunnen 'lezen', red.). Die worden gebruikt om de lage-emissiezone en de verkeersveiligheid te handhaven, maar ook voor recherche. Momenteel zijn er 350 zulke camera's, maar er komen er nog bij. We maken ook gebruik van 1.500 andere camera's van alle politiezones, de gemeenten, Brussel Mobiliteit, de Haven van Brussel, en zijn ook in gesprek met zeer grote privépartners.” De MIVB – momenteel 8.000 camera's, in de toekomst 15.000 – is ook aangesloten op het systeem. “We kunnen hier een selectie van 300 van hun camerabeelden tegelijk bekijken. Op de langere termijn zouden we graag ook met shoppingcentra samenwerken.”

Om uit die enorme hoeveelheid beeldmateriaal snel relevante informatie te kunnen filteren, heeft BPV ook een systeem gekocht waarmee het videobeelden kan comprimeren. “Dankzij dat systeem kunnen we binnen één minuut vier uur aan beelden analyseren als we weten wat het target is. Dat is bijvoorbeeld heel belangrijk bij een ontvoering, om via ANPR-camera's de auto van de kidnapper te traceren.”
Tot slot heeft BPV ook geïnvesteerd in computerprogramma's die toelaten om opsporingen te doen op onder meer sociale media.

Het crisiscentrum van Brussel Preventie en Veiligheid (BPV)
© Ivan Put

Ibrahima

Sinds kerst is het crisiscentrum al ongeveer dertig dagen open geweest. Voor van alles en nog wat: oudejaar, een Europese top, om mensenmassa's op te volgen tijdens de koopjes. Ook de betoging op 13 januari na de dood van Ibrahima Barrie werd er opgevolgd, maar toch ontspoorde die helemaal. “Het is achteraf makkelijk om te zeggen: het had anders gemoeten of beter gekund,” reageert Bastaerts. “Wat er duidelijk is, is dat de samenwerking tussen alle partners essentieel is. Ik was hier toen, en heb gezien dat dat ook gebeurd is. Maar verrassingen vallen nooit uit te sluiten.”

Het crisiscentrum van Brussel Preventie en Veiligheid (BPV)
© Ivan Put
| Het crisiscentrum van Brussel Preventie en Veiligheid (BPV.)

Vandaag zijn alleen agenten van de zone Brussel Hoofdstad Elsene (Polbru) aanwezig. Op de beeldmuur bekijken ze opnames van straten en pleinen binnen hun zone, en van een politiehelikopter hoog boven de stad. “We kunnen er ook Bolob tonen, dat is een soort whatsapp voor de veiligheidsdiensten,” zegt Bastaerts. “Of websites. Zo kun je continu alles opvolgen wat er gebeurt, en die beelden doorsturen naar de strategische tafel.”

Dat de agenten van Polbru hier hun werkterrein in de gaten komen houden, is maar een tijdelijke situatie. Zo leren ze de systemen kennen. Binnenkort verhuist hun dispatching naar een plek vlak bij het crisiscentrum, en kunnen ze van daaruit de straten monitoren.

“De oproepcentrale van de federale politie, de 112, zit daar al,” zegt Bastaerts. “Naast Brussel Hoofdstad Elsene gaat ook de zone Marlow (Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, en Oudergem) er nog voor de zomer haar dispatching naartoe verhuizen. Er is ook een princiepsakkoord met de zone Zuid en een positieve houding van de zone Brussel-West, de andere twee zones zijn nog afwachtend.”
“Die mensen samenzetten is essentieel, omdat het bij crisissen een groot verschil kan maken. Het regionale crisiscentrum kan erg snel open, maar natuurlijk heb ik agenten nodig om de computers te bedienen. Als die vlakbij zijn, moet het binnen een paar minuten lukken.”

Ook de oproepcentrale van de brandweer zal zich in het nieuwe dispatchingscentrum vestigen. “Zo zal er uitwisseling en communicatie tussen die diensten zijn. Wat dan niet meer kan gebeuren: een brandweerwagen die opgeroepen wordt in een straat in de Marollen waar de dag voordien ernstige incidenten met de politie zijn geweest. Die mensen zijn daar toen in de val gelokt, met alle gevolgen van dien.”

‘De community policing is sinds de aanslagen helemaal weg’

Els Enhus (VUB), specialiste politie en veiligheidsbeleid
© Ivan Put
| Els Enhus (VUB), specialiste politie en veiligheidsbeleid.

Onderzoeker Johan Lievens (KU Leuven) stelde bij de uitvoering van de zesde staatshervorming al vast dat de nieuwe bevoegdheden voor het Brussels Gewest op het vlak van veiligheid niet helder verdeeld zijn. Maar hij ziet er wel, op de een of andere manier, een versterking in van het Brusselse veiligheidsbeleid.

De gouverneur ging op de schop en de minister-president krijgt diens veiligheidsbevoegdheden. Die moet de politiezones coördineren, de budgetten van de politiezones goedkeuren, de gemeentelijke politiereglementen harmoniseren en er wordt ook een gewestelijke veiligheidsraad opgericht. Er blijven intussen echter wél zes politiezones bestaan, waar dan nog eens negentien burgemeesters de plak over zwaaien.

Het veiligheidslandschap in Brussel is dus complex. Dat is ook gebleken tijdens de corona-epidemie. De rol van de hoge ambtenaar voor het veiligheidsbeleid bijvoorbeeld, die de afgeschafte gouverneur moet vervangen, was onduidelijk en in de gewestelijke veiligheidsraad moesten vaak hoogoplopende discussies gevoerd worden om tot een beslissing te komen.

En toch zien we de laatste weken dat de minister-president wel degelijk top-down beslissingen neemt die ingaan tegen wat (sommige) burgemeesters zouden willen. De verlenging van de avondklok is daar een voorbeeld van. Minister-president Rudi Vervoort (PS) maakte er zich onlangs zelfs vrolijk over dat hij, in tegenstelling tot de andere minister-presidenten in ons land, geen bemoeienissen van een gouverneur moet dulden.

Kinderschoenen

Los van de pandemie zien we echter een ander verhaal. Het centraal gecoördineerde veiligheidsbeleid staat nog in de kinderschoenen. Brussel Preventie en Veiligheid (BPV) moet daar een belangrijke rol in spelen. Veel macht heeft de instelling niet. De burgemeesters in Brussel trekken aan de touwtjes. Dus is het zoeken naar samenwerking, met de politiezones. Volgens criminoloog Vincent Francis (UCL) lukt dat ook wel. “De Brusselse politie doet wel degelijk een beroep op Brussel Preventie en Veiligheid.” Hij ziet ook dat er puik werk wordt geleverd.

Els Enhus (VUB), specialiste politie en veiligheidsbeleid

Dat beaamt professor criminologie Els Enhus (VUB). De kennisopbouw is groot. Met, via een regelmatige rapportage, een vrij degelijk zicht op de criminaliteit in de hoofdstad. “Er zijn weinig steden die zoiets hebben. Alleen wat ermee gebeurt, wat minister-­president Vervoort daar dan mee doet, is me wel een raadsel,” zegt Enhus.

Francis ziet de politisering van BPV als misschien nog het grootste obstakel om tot een slagvaardig agentschap te kunnen komen. “Dat is niet zo uitzonderlijk. We zien dat in Frankrijk bijvoorbeeld ook. BPV zal tijd nodig hebben om een zelfstandig veiligheidsinstituut te worden, los van de politiek.”

Momenteel is de zoektocht bezig naar een nieuwe topman. De vorige CEO, Jamil Araoud, is vertrokken naar het kabinet van PS-minister van Defensie Ludivine Dedonder. Afwachten of de nieuwe topman van BPV wél een autonome instelling kan maken.

En de camerazaal en dispatching die BPV nu heeft? Kan die warroom helpen om het Brusselse veiligheidsbeleid te versterken? Francis en Enhus zijn het erover eens dat de effecten van camera's in de bestrijding van de criminaliteit eerder beperkt zijn. “Alleen voor autodiefstal is het effect bewezen,” zegt Francis. Volgens Enhus is ook het sensibiliserende effect eerder beperkt. “Camera's overal om de criminaliteit te bestrijden, dat klinkt natuurlijk goed, maar het is toch vooral een symbool,” zegt Enhus. Voor het in goede banen leiden van manifestaties of bij rellen, kunnen de camera's wel goed van pas komen.

1745 BPV Vincent Francis UCL

Voor het veiligheidsbeleid kijkt Els Enhus intussen liever naar de Brusselse politie zelf. Ze ziet de recente rellen en de opgelopen spanningen tussen jongeren en politie met lede ogen aan. Echt verwonderd is ze niet. “Sinds de terroristische aanslagen is de community policing, die voordien langzaam werd opgebouwd, helemaal weg,” zegt Enhus. “De politie ging zich herdefiniëren als militairen. Ze willen de 'straffe mannen' zijn.”

Volgens haar moeten niet zozeer de structuren veranderen, maar wel de politiecultuur. “Het is meer dan ooit wij tegen zij. En dat werkt natuurlijk niet.” Enhus heeft daar wel verklaringen voor. “De Brusselse politie besteedt tachtig procent van haar tijd aan ordehandhaving, en amper twintig procent aan criminaliteitsbestrijding. Maar de politie heeft daar lak aan. Agenten moeten tussenbeide komen bij burenruzies, terwijl ze liever misdadigers zouden arresteren.”

Volgens Enhus krijgt de politie, door het voortdurend tussenbeide moeten komen in de wijken, ook een verwrongen beeld van de samenleving. “Ze zien alleen de mensen met wie het misloopt. Dat versterkt het wij-zij-gevoel.”

Enhus gelooft dan ook niet dat een fusie van de Brusselse politie meteen soelaas kan bieden. “Natuurlijk kan er dan efficiëntiewinst zijn, maar er zijn ook nadelen. Er is wijkpolitie en er zijn de patrouilles. Vandaag is het al zo dat een lange en zorgvuldig opgebouwde relatie tussen wijkagenten en bewoners in één klap stukgemaakt kan worden door een baldadig politieoptreden van een patrouille. Dat is nu al zo, met zes politiezones. Ik vraag me af of hoe je dat met één politiezone wél tot een goed einde kan brengen. Kennis van het terrein is immers erg belangrijk.”

5 jaar na de aanslagen

Op 22 maart is het vijf jaar geleden dat ons land werd opgeschrikt door aanslagen in de vertrekhal van Brussels Airport en in metrostation Maalbeek.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?