interview

Korpschef trekt naar politieinspectie: 'Alles doen om spanningen weg te nemen'

Korpschef Fréderic Dauphin van de politiezone Noord trekt naar de algemene politie-inspectie, waar hij de auditafdeling gaat leiden © Saskia Vanderstichele

Binnenkort vertrekt Frédéric Dauphin van de politiezone Noord naar de Algemene Inspectie van de politie. De korpschef voerde een aantal belangrijke vernieuwingen in in Brussel en in zijn nieuwe functie hoopt hij dat te blijven doen. “De bevolking vraagt niet om meer controles. Om politie en burger dichter bij elkaar te brengen, kunnen samenwerking met de scholen, of andere openingsuren van het commissariaat, ook iets betekenen.”

Wie is Fréderic Dauphin?

  • Studeert hedendaagse geschiedenis aan de UCL
  • Werkt van 1995 tot 1998 als onderzoeker
  • Wordt in 2000 luitenant bij de rijkswacht
  • Van 2001 tot 2003 coördinatie en ondersteuning van de zone Brussel-Halle-Vilvoorde (lokale politie)
  • Adjunct van de gerechtelijke directeur in de lokale politiezone Brussel-Noord van 2003 tot 2015
  • Is van 2016 tot augustus 2021 korpschef in de politiezone Brussel-Noord
  • Wordt in september 2021 auditcoördinator bij de AIG, een onafhankelijk controle-orgaan op de Belgische politie

In de boekenkast in het kantoor van Frédéric Dauphin (48): boeken over stedelijke transitie, de geboorte van het moderne Turkije, Russische bolsjevisten, maar ook over hoe een vijandbeeld tot stand komt. De 'atypische' korpschef van de zone Noord (Schaarbeek, Evere en Sint-Joost-ten-Node), zoals de gemeente Schaarbeek hem in het communiqué over zijn vertrek omschreef, hield zich in het publieke debat altijd op de achtergrond. Hij maakt eind van de zomer de overstap naar de Algemene Inspectie van de federale en lokale politie (AIG), waar hij de dienst audits zal leiden.

Naast Dauphins boekenkast: een bekende foto van Londenaren in de Tweede Wereldoorlog. Ze kiezen onverstoorbaar boeken uit in een bibliotheek, nadat een bom het dak eraf heeft geblazen. “Een cadeautje van mijn vrouw. Hoe die mensen blijven lezen in dat puin, dat inspireert. Het geweld heeft hun geest niet kleingekregen. Ik ben in se een optimist. Ik zei altijd tegen mijn directiecomité: hoe erg het ook is, het wordt beter.” Hij lacht, zoals hij veel vaker in het gesprek zal doen. “Zoals ze in Star Wars zeggen: er is altijd hoop.”

Nochtans heeft u sinds uw aanstelling in 2015 heel wat voor de kiezen gekregen. Zeker sinds de coronacrisis liepen de spanningen tussen politie en bevolking hoog op. We spreken u kort nadat de gemeenten in uw politiezone (Schaarbeek, Sint-Joost en Evere) moties aangenomen hebben rond identiteitscontroles. Die moeten etnisch profileren tegengaan.

Dat is een goed idee om de spanningen tussen burger en politie te verminderen, maar ik heb de politieraad altijd duidelijk gemaakt dat het initiatief van één politiezone in dit dossier niet veel zin heeft. De gemeentes vragen dat ik op federaal niveau initiatief neem om het wettelijke kader rond identiteitscontroles te veranderen.

Eenmaal die wetgeving veranderd, krijgt onze politiezone van de drie gemeenten groen licht om een nieuw controlebeleid uit te stippelen. De controles zullen geregistreerd en geobjectiveerd worden, en wie een controle heeft ondergaan moet daar dan ook een ontvangstbewijs voor kunnen krijgen.

Er is intussen een wetsvoorstel in de Kamer hierover. De Commissie Binnenlandse Zaken heeft onder andere mijn advies gevraagd. Daarna moet ook een omzendbrief volgen om een uniforme aanpak te krijgen.

U bent kort na uw aanstelling een samenwerking met gelijkekansencentrum Unia aangegaan. Dat leidde tot een onderzoek naar de manier waarop de politie omgaat met de burger. Criminologe Sarah Van Praet kon twee jaar lang de agenten in uw zone volgen. Ik begreep dat u de enige zone in België bent die een dergelijk onderzoek heeft gevraagd.
Fréderic Dauphin: Ik ben zeer open. De politie is per slot van rekening een dienst voor de bevolking. Het is ook heel interessant voor mij om een zicht van buitenaf te hebben op hoe mijn politiekorps functioneert. Ik wou vooraf niet weten wie met Sarah zou praten, en ik heb er ook geen richtlijnen over gegeven.

1760 Korpschef F.Dauphin 1

U stelt vanaf het najaar ook als eerste Brusselse zone een opleiding rond straatintimidatie voor agenten in, samen met de vzw Touche Pas à ma Pote. Daarnaast werkte u eerder ook met 'lokagenten', die seksuele intimidatie moesten uitlokken. Maar dat heeft voorlopig enkel tot waarschuwingen geleid.
Dauphin: Dat idee komt uit de politiezone Luik. Maar het Brusselse parket heeft gevraagd nog even te wachten met verdere acties, het wil de precieze werkwijze eerst bestuderen.

Daarnaast organiseren we een opleiding rond straatintimidatie. Die moet agenten bewust maken over het fenomeen, leren hoe slachtoffers zo goed mogelijk op te vangen, en ook concreet hoe je op een pv kunt aangeven dat het om een inbreuk op de seksismewet uit 2014 gaat. Want vaak is dat achteraf in de cijfers niet terug te vinden.

Het afgelopen jaar zijn er bijzonder veel spanningen geweest tussen de politie en de burger in Brussel. Waar loopt het volgens u fout?
Dauphin: Er is de specifieke context van de Covidperiode. Overheden hebben een aantal maatregelen genomen om de pandemie in te dijken, en de lokale politiezones gevraagd om de naleving van die maatregelen af te dwingen. Dat was ook de vraag van een deel van de bevolking. We hebben zoveel oproepen gehad van mensen die bijvoorbeeld meldden dat er in hun straat vier mensen zonder mondmasker liepen. Er was veel druk om sterk aanwezig te zijn in de openbare ruimte. Alle andere diensten van de staat waren aan het telewerken.

Tegelijk raakten veel jongeren gespannen door de hele situatie. De scholen waren volledig of deeltijds dicht, en er waren geen alternatieven. De legitimiteit van de beslissingen van de overheden was niet zo duidelijk, net als de communicatie. Kortom: de hele Covidcontext was moeilijk voor iedereen.

1760 Korpschef F.Dauphin 2
© Saskia Vanderstichele
| Korpschef Fréderic Dauphin.

Daarnaast is er ook een probleem met de legitimiteit van de manier van werken van de politie. Hoe moeten we onze opdrachten vervullen? Op school leert een agent niet om de behoeften en verwachtingen van de bevolking in de aanpak op te nemen.

Nu moeten we die kloof zien te verkleinen (lacht). Als er een veiligheidsprobleem bestaat in een straat, verwacht de bevolking een oplossing, maar daarom niet meer controles. Bijvoorbeeld: waarom geen andere openingsuren van het commissariaat? Een ander project dat moet helpen, is een partnerschap met alle scholen binnen onze zone. De pedagogische ploeg heeft zo een aanspreekpunt voor alle problemen op school, of het nu over spijbelen, radicalisme of pesterijen gaat. We hopen zo ook meer contact te hebben met de jongeren.

U studeerde hedendaagse geschiedenis, en uw scriptie ging over het alledaagse leven in een dorp op de taalgrens onder de Duitse bezetting van 1914-18. Met dat onderwerp lijkt het alsof u toen al bezig was met de verhouding tussen de burger en de overheid, de staat.
Dauphin: Dat klopt helemaal. Ik wil al sinds het begin van mijn loopbaan begrippen zoals 'democratie' of 'veiligheid' concreet maken.

U was een tijd geschiedkundig onderzoeker, maar trok naar de toenmalige rijkswacht. Waarom?
Dauphin: Ik had zowel bij het Rijksarchief als bij de rijkswacht meegedaan aan selecties. De rijkswacht reageerde eerst, anders zou ik misschien gedoctoreerd hebben in de geschiedenis. Bij de rijkswacht had ik ook het gevoel dat ik iets concreets zou kunnen betekenen voor de democratie, al was nog niet meteen duidelijk wat. Ik had niet het 'normale profiel'.

In 2003 ben ik in deze zone komen werken. Polbruno was al een zone met een bijzondere aanpak van de veiligheidsproblemen onder mijn voorganger (die overleed na een zeilongeluk in 2015, red.). Als we verder willen gaan met deze aanpak, dacht ik toen, dan moeten we iemand intern kiezen als korpschef. Ik heb meegeholpen bij de ontwikkeling van die aanpak. Het leek me een kans om iets concreets te doen voor de veiligheid en democratie.

Hoe zou u die bijzondere aanpak dan omschrijven?
Dauphin: Elk van de vijf commissariaten in de zone Brussel-Noord heeft de autonomie en krijgt de middelen om een volledige dienstverlening te organiseren, maar volgens zijn eigen visie, gericht op zijn eigen wijk. In andere politiezones verloopt dat veel centraler. Een uitzondering is de verkeersveiligheid, die is prioritair voor de hele zone.

1760 Korpschef F.Dauphin 3
© Saskia Vanderstichele
| Fréderic Dauphin: "De legitimiteit van de beslissingen van de overheden was niet zo duidelijk, net als de communicatie. Kortom: de hele Covidcontext was moeilijk voor iedereen."

Hoe komt het dat dat zo'n groot probleem is in uw zone?
Dauphin: De verkeersveiligheid was voor mijn mandaat niet prioritair. Er waren dus geen investeringen in personeel, en er was ook geen definitie van een algemene aanpak.

Ik woon al meer dan twintig jaar in Schaarbeek, ik wist dat er een probleem was. We hebben een fietsbrigade opgericht van twaalf personen, en onze motor- en radarcontroleploegen versterkt. Uit de cijfers blijkt duidelijk dat dat geleid heeft tot meer boetes. Op het vlak van snelheid hebben we goede resultaten geboekt. Sinds 2019 zijn er geen dodelijke slachtoffers in het verkeer meer te betreuren.

Sinds dit jaar mogen politiezones hun eigen aanwervingsbeleid voeren. We hebben recent achttien extra verkeersagenten aangeworven. Zestien van hen wonen trouwens in Brussel.

Straatracers zijn een complexer probleem, het is een combinatie van inbreuken. Daarom begonnen wij als eerste zone in Brussel met de inbeslagnames van auto's van wegpiraten (naar een Mechels voorbeeld, red.). Vorige week hebben we de 36ste wagen in beslag genomen, telkens voor vijf werkdagen.

Intussen interpreteren al drie Brusselse politiezones de wet op die manier.
Dauphin: Probleem is dat we een artikel uit de wet op het politieambt gebruiken, dat niet voorzien is voor de verkeersproblematiek, maar voor handhaving van de openbare orde, om bijvoorbeeld wapens van betogers in beslag te nemen. Wij zien de auto als een wapen in handen van de snelheidsduivel. Tot nu toe is geen van de overtreders naar de Raad van State gestapt om die interpretatie aan te vechten. Maar als ze dat doen, denk ik dat ze een grote kans hebben om te winnen.

Wat is dan de oplossing?
Dauphin: De oplossing kan niet alleen van de politie komen. Een aanpassing van de wet is nodig om straatracers effectief aan te pakken. Politici moeten een juist en proportioneel wettelijk kader opbouwen om auto's bestuurlijk in beslag te nemen.

1760 Korpschef F.Dauphin 1
© Saskia Vanderstichele
| Fréderic Dauphin: "Ik ben in se een optimist. Ik zei altijd tegen mijn directiecomité: hoe erg het ook is, het wordt beter. Zoals ze in Star Wars zeggen: er is altijd hoop.”

Het Comité P begon vorig jaar op basis van een klacht van een personeelslid een onderzoek naar mismanagement onder uw leiding. U hebt zelf toen een klacht ingediend tegen onbekenden. Is er al een conclusie in die zaak?
Dauphin: We hebben alle vragen beantwoord en alle documenten verstrekt die het Comité P vroeg. We hebben sinds oktober 2020 niets meer van hen gehoord.

Waarom stapt u over naar de Algemene Inspectie?
Dauphin: Ik zal er de auditafdeling leiden. De Algemene Inspectie zal de controles van de politiediensten op een andere, meer democratische manier aanpakken, op basis van een model in het Verenigd Koninkrijk. Dat is voor mij ook een antwoord op de problemen tussen de politie en de bevolking.

De Britse Chief Inspector vraagt aan de bevolking en het middenveld welke vragen ze hebben voor de korpschef over het functioneren van het politiekorps. De resultaten van een politiecontrole zijn voor iedereen beschikbaar op een website, en dankzij kleurencodes (rood, oranje of groen) ook heel makkelijk te begrijpen. Aan de invoering van een vergelijkbaar systeem in België wil ik graag meewerken.

Intussen zijn we buiten, waar de korpschef met frisse tegenzin poseert voor de foto's bij dit interview. Een koppel Duitse toeristen op de fiets klampt ons licht in paniek aan wanneer ze het politie-uniform opmerken. Dauphin, die het hele gesprek in het Nederlands doet, spreekt geen Duits, maar belt meteen een collega. “(Lachend) Een unieke kans voor jou: ik breng je een paar toeristen die hun caravan niet meer terugvinden.”

Hij is meteen meer in zijn sas dan toen hij een paar minuten eerder enigszins ongemakkelijk in de camera blikte. “Die mediaschuwheid is misschien wel een van mijn grootste minpunten,” zegt hij, terwijl we terug naar het commissariaat naast het Everse gemeentehuis lopen. “Ik blijf liever discreet, ik vond het belangrijker een goed contact met mijn personeel te hebben.”

“Vroeger dacht ik ook dat het niet de rol van een politiekorpschef is om in de schijnwerpers te staan. Intussen heb ik mijn mening bijgesteld. Misschien moeten we durven te praten over onze opdracht. Alles wat we kunnen doen om spanningen met de bevolking weg te nemen. Opnieuw: woorden zijn belangrijker dan daden.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?