Historische derby's (2): het einde van de legendarische Union 60

Op 23 december kruisen RWDM en Union de degens, in een derby die meteen herinneringen oproept aan het roemrijke verleden van beide clubs. BRUZZ zendt de wedstrijd vrijdag live uit, en zet in aanloop enkele historische derby’s uit het verleden in de kijker. Vandaag: de mooiste periode uit de geschiedenis van Union, die symbolisch ten einde kwam met een nederlaag tegen Daring.

In de jaren dertig namen Daring en Union, na een mager Interbellum, opnieuw het voortouw in het Belgisch voetbal. Union leverde tussen 1932 en 1935 een unieke prestatie, door 60 wedstrijden na elkaar de nederlaag af te wenden en zo drie landstitels op rij te pakken.  ‘Union 60’ is meer dan tachtig jaar later nog altijd een begrip in het Belgisch voetbal.

Het Brussels voetbal nam in de jaren dertig een sterke vlucht vooruit. Spelers mochten officieel niet betaald worden door hun clubs, maar lang niet alle clubs hielden zich aan dat verbod. Zo betaalde Union zijn spelers systematisch onder tafel en de club schuwde daarbij de grote bedragen niet. Daardoor konden de Unionisten vaker trainen dan de andere clubs, en dat zorgde ervoor dat de ploeg fysiek sterker was dan de concurrentie.

Onder invloed van de opkomende massamedia nam ook het belang van de derby’s tussen Union en Daring toe. Net als in 1913 puilden de (intussen veel grotere) stadions uit voor de stadsduels. Succescoach Raymond ‘den Tuuveneir’ Goethals was in die tijd nog een puber en bovendien fervent supporter van Daring. Hij was één van de 25 à 30.000 supporters die tot op het dak kropen om een glimp van Daring – Union op te vangen.

Lees verder onder de foto's

© Kurt Deswert
© Kurt Deswert
© Kurt Deswert

Trainer met een duobaan
Van 1932 tot 1935 was het dus vooral Union dat de plak zwaaide. “De kracht van de ploeg was vooral van ‘moreelen aard’”, aldus de legendarische sportjournalist Pol Jacquemyns. Aan de trainer zal het wellicht niet gelegen hebben: Charles Griffiths kon nauwelijks communiceren met zijn spelers, want hij sprak geen Frans en moest zich behelpen met een fluitje. Bovendien combineerde hij de job met het trainerschap bij het Franse Roubaix. Die constructie is vandaag moeilijk voor te stellen, want Griffiths was daardoor enkel bij de thuiswedstrijden van Union aanwezig. Bij de uitwedstrijden zat hij immers in Frankrijk.

Het was zelfs niet de trainer die de ploeg opstelde: drie oudgedienden van de club (Mussche, Wigand en Hanse) kozen de elf spelers die het veld zouden betreden en besteedden daar niet al teveel moeite aan. “Never change a winning team” was het motto: doorgaans gingen ze recht tegenover het stadion op café zitten, met de kaarten spelen en de elf spelers selecteren. Doorgaans dezelfde elf. 

Lees verder onder de foto

© Kurt Deswert

Met of zonder trainer, Union won dus wel. En zeker van Daring. In de eerste twee seizoenen van Union 60 wonnen de Unionisten alle vier de derby’s tegen de grote rivaal. Eén van de populairste spelers bij Union was Soitje Vanden Eynden, 'de straffe'. Hij was een echte volksmens die later nog als jeugdtrainer en klusjesman aan de slag ging bij de club van zijn hart. Een andere vaste waarde in de ploeg: Pierre Weydisch, de overgrootvader van Thomas Weydisch, die vandaag voetbalt bij... RWDM.

In het seizoen 1934/35 speelde Union opnieuw kampioen, maar aan het rijk van Union 60 kwam wel een einde. Al in de heenmatch tegen Daring had het niet veel gescheeld: in het Dudenpark stond Daring lange tijd 0-1 voor, maar met een late strafschop kon Union toch nog op gelijke hoogte komen. In de terugwedstrijd, op een ijzig koude  10 februari, nam Daring revanche: de ploeg uit Molenbeek klopte Union met 2-0. Er zou geen 61ste wedstrijd van Union zonder nederlaag komen.

Lees verder onder de foto

© Kurt Deswert

Deiring mok nog e golleke
De eerste derbyzege in vijf jaar tijd werd door de Daringfans uitgebreid gevierd. Na de match liepen de cafés langs de Gentsesteenweg in Molenbeek vol, en zongen de fans liedjes als ‘Waaile zaain van Meulebeik’, vandaag de dag nog altijd een klassieker bij de RWDM-supporters, en ‘Deirink mok nog e golleke - Deirink mok nog e golleke - nog intsje baa, da zaain er draa’. In die tijd was het ook de traditie om de tegenstander na een derbyoverwinning letterlijk 'ten grave te dragen'.

Lees verder onder de foto

© Kurt Deswert
© Kurt Deswert

De overwinning tegen Union betekende ook een symbolische aflossing van de wacht: de volgende twee seizoenen zou de titel opnieuw naar Daring gaan. Union zou nooit meer kampioen spelen, Daring na die twee laatste titels ook niet meer.

Jonge en oude Unionsupporters koesteren nog steeds de herinnering aan Union 60, ook al is het weinig waarschijnlijk dat zij die glorieuze tijd van hun club ooit nog bewust hebben meegemaakt. De laatste overlevende speler van het team, buitenspeler Jacques Bastin, overleed in 2009 op 96-jarige leeftijd. In de nadagen van zijn carrière was hij ook actief als theatermaker. Zo schreef hij mee aan een nieuwe versie van ‘Bossemans en Coppenolle’, een immens populair theaterstuk uit 1938 over een huwelijk waarbij de families verdeeld zijn in een Union- en een Daringkamp. 78 jaar later is het nog steeds dezelfde symboliek die nu, met een kwinkslag, leeft in de derby van vrijdag tussen RWDM en Union.

Dit artikel werd samengesteld met de hulp van Kurt Deswert. Zijn boek ‘Aftrap in Brussel’ staat vol met boeiende verhalen over de begindagen van het Brusselse voetbal.

RWDM-Union is live te volgen op BRUZZ tv en op BRUZZ.be, vrijdag om 20.00 uur

Historische voetbalderby's

Af en toe kruisen RWDM, RSCA Anderlecht en Union Saint-Gilloise ergens de degens, in derby's die meteen herinneringen oproepen aan het roemrijke verleden van de clubs.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?