reportage

Lerarentekort nijpender dan ooit: ‘Elk jaar een ander team, dat weegt’

Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek.© Saskia Vanderstichele

Het lerarentekort is nijpender dan ooit. Maar wat betekent dat voor de dagelijkse werking van een school? BRUZZ vatte post in de leraars­kamer van de Vier Winden Basisschool in Molenbeek en zag zweet en tranen, maar voorlopig geen uitweg.

8.05 uur

Directeur Jo Cooman (58) ziet er ontspannen uit als hij ons binnenlaat, ook al loopt er net een mailtje binnen van juf Agna, die moet thuisblijven omdat haar zoon in quarantaine zit. Zij springt als zorgcoördinator zelf bij in de klas, en houdt ook toezicht op de speelplaats. Dat laatste gaat Cooman nu zelf doen. De extra ondersteuning voor leerlingen met leermoeilijkheden, valt weg.

Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek: directeur Jo Cooman
© Saskia Vanderstichele
| Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek: directeur Jo Cooman.

8.15 uur

Cooman neemt ons mee naar de witte, lichtrijke leraarskamer op de tweede verdieping. Een document staat nog in de wachtrij, waardoor juf Nele een lesvoorbereiding niet kan afdrukken. Meester Tim bekijkt nog snel enkele invulbladen op de pc, en het CLB – dat vaccins komt toedienen – vraagt waar ze zich kunnen installeren.

Op een team van twintig (zorg)leerkrachten is anderhalve vacature nooit ingevuld. Juf Els, die graag zorgleerkracht wilde worden, moest daardoor noodgedwongen toch nog eens het derde leerjaar voor haar rekening nemen.

Maar juf Els is ziek vandaag. Net als juf Suze, zo krijgt Cooman net te horen. Het tweede en het derde leerjaar dreigen dus de hele dag zonder leerkracht te zitten. Gelukkig wordt er snel geschakeld. Directeur Jo neemt het tweede leerjaar voor z’n rekening, samen met turnleerkracht Younes. De derdejaars worden over alle andere klassen verdeeld, waar ze zelfstandig aan taken zullen werken.

Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek
© Saskia Vanderstichele

8.35 uur

Om de tijd tussen de pauzes te doden, werd voor mij een observatie bij juf Sigrid geregeld. Maar dat blijkt een misverstand. “Ik ben daar helemaal niet op voorbereid,” stamelt ze, en ze barst in huilen uit. Een collega wijst op de koffie, en juf Sigrid legt uit: “Ik wil zo graag zorgverlof nemen, maar dat gaat gewoon niet. Ik geef al 24 jaar les en dat zou als door de boter moeten gaan. Maar ik kan niet meer. Maar als u me wil excuseren, de bel is gegaan, we praten straks verder.”

8.40 uur

De lessen beginnen. Ik mag mee met juf Tine van het zesde. Kinderen geven met een tik op hun foto op het smartboard hun aanwezigheid door. Juf Tine staat vandaag niet zelf voor de klas, dat doen twee externen die de zestien kinderen leren programmeren. Alleen: er komt niemand opdagen. Juf Tine belt zelf om meer info, en ook de programmeurs blijken ziek. Vliegensvlug bokst ze een nieuwe les in elkaar.

Intussen brengt juf Nele “drie cadeautjes”, drie kinderen van het derde leerjaar die in het lokaal net naast dat van Tine zelfstandig en verrassend gedisciplineerd aan het werk gaan.

10.30 uur

Directeur Jo komt de leraarskamer binnengewandeld. Hij heeft net zelf voor de klas gestaan in het tweede: “Sprongetjes, tellen en een leeropdracht.” Of hij niet te veel stress heeft van al dat schakelen? Hij lacht en zegt: “Kalm blijven en niet panikeren.”

10.45 uur

De leraarskamer blijkt tijdens de pauze geen gezellig zoemende bijenkorf, maar een relatief leeg lokaal – het gevolg van de vele afwezigheden. Gelukkig komt meester Younes erbij zitten, die zijn vijftien uur LO kon uitbreiden met enkele uren zorgleerkracht. Hij zat hier zelf op school en heeft hier Nederlands geleerd. Het is de piste die Brussels minister bevoegd voor onderwijs Sven Gatz (Open VLD) wil bewandelen: meer Brusselaars voor de klas. “Maar ik weet niet of die er wel zijn,” zegt hij. “In de opleiding Lichamelijke Opvoeding waren er relatief veel, maar in de algemene lerarenopleiding zijn dat er heel wat minder.”

Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek: Directeur Jo Cooman in de  leraarskamer
© Saskia Vanderstichele
| Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek: Directeur Jo Cooman en leerkrachten in de leraarskamer.

Gatz’ Vlaamse evenknie, Ben Weyts (N-VA), krijgt het in de leraarskamer harder te verduren. “Ik vraag me af of hij wel weet waarover hij spreekt,” zegt directeur Jo. “Het zijn meestal holle woorden. Ik hoop dat hij een goed kabinet heeft.” Juf Sigrid vindt het tienpuntenplan dat hij de dag ervoor had voorgesteld, dan weer schabouwelijk. “Bijvoorbeeld versneld een pedagogisch bekwaamheidsbewijs behalen. Wil dat dan zeggen dat je niet écht bekwaam moet zijn om les te kunnen geven? Dat wíj niet echt bekwaam zijn? Maar bon, met klagen en zagen komen we er niet.”

“Dat is niet klagen en zagen,” zegt juf Tine, “maar onze bezorgdheid uiten.” In zeven haasten knipt ze nog lettervakjes uit voor haar les, die ze bij gebrek aan programmeurs nu zelf moet geven. “Ze hebben ons trouwens wel degelijk proberen te bellen maar konden onze secretariaatsmedewerker niet bereiken. Ziek.”

De schoolbel gaat weer, en directeur Jo en turnleerkracht Younes nemen het tweede leerjaar mee op wandeling door een door regen en wind geteisterd Molenbeek. Op weg naar de uitgang vraagt een leerkracht zich af wanneer ze in godsnaam nog de rapporten moet opmaken. “Desnoods doen we dat later,” antwoordt Cooman. “First things first.”

Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek
© Saskia Vanderstichele
| Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek.

12.00 uur

Lunchtijd. Omdat de refter te klein is voor alle leerlingen samen, wordt de soep in de klas geserveerd, waardoor alle leerkrachten toezicht moeten houden en hun eigen pauze pas om 12.30 uur begint.

Tijdens die middagpauze gaat het over de alternatieven om het lerarentekort op te vullen. “Andere profielen zijn niet echt een oplossing,” zegt juf Nele. “Als wij psychologen of pedagogen inschakelen, stellen wij toch vrij snel vast dat het niet lukt.” Gepensioneerde leerkrachten die in de buurt wonen, zijn dan weer niet meteen voorhanden. En leerkrachten met een hoofddoek? “Die staan soms al voor de klas,” zegt juf Sigrid. “We hebben al verschillende gesluierde juffen van Marokkaanse afkomst gehad. Maar dat heeft duidelijk het tekort niet verholpen. Uiteindelijk moet de instroom gewoon omhoog. Maar wie wordt nog leraar? Ik ben in 1995 begonnen, maar intussen zijn er zoveel andere richtingen die hipper zijn. Het beroep van leerkracht heeft geen hoge status.”

Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek Directeur Jo Cooman in de  leraarskamer
© Saskia Vanderstichele
| Vierwindenschool, Sint-Jans-Molenbeek Directeur Jo Cooman in de leraarskamer.

Enkele leerkrachten kijken bij het horen van die pijnlijke woorden geslagen voor zich uit. Of ze het nog graag doen? “Ik zit eerlijk gezegd op de wip,” zegt juf Nele. Zorgleerkracht Jomme knikt. “Ik denk dat er veel zijn, ook ikzelf ja. Het niveau ligt zo ver uiteen dat je voortdurend moet differentiëren, met standaard vier lesvoorbereidingen tot gevolg. En dan heb ik het nog niet over de psychologische problemen die sommige kinderen ervaren, en waar wij geen antwoord op hebben. De wachtlijst voor het CLB: een jaar.”

Voor meester Tim is vooral het grote verloop een probleem. “Elk jaar een veranderd team, dat weegt. Ik wil wat rust.” De andere leerkrachten knikken. “Toen ik in Leuven werkte, was er meer rust, was het standvastiger,” zegt Jomme dromerig. Het blijft even stil, tot juf Nele in de bres springt. “Ja, maar hier heb je wel een echte teamgeest. Hier helpen we elkaar.”

Vierwindenschool: directeur Jo Cooman
© Saskia Vanderstichele
| Directeur Jo Cooman staat vandaag zelf voor de klas, want de leerkrachten van het tweede en het derde leerjaar zijn ziek. “Kalm blijven en niet panikeren,” is zijn motto.

14.20 uur

De kleine speeltijd. Juf Sigrid komt toelichten waarom ze deze morgen in tranen uitbarstte. “Eind augustus wist ik al dat ik het niet fulltime zou kunnen trekken. Mijn vader heeft twee zware operaties gehad en mijn schoonmoeder heeft kanker. Allebei wonen ze alleen. Daarom wilde ik verlof voor medische bijstand vragen, maar ik durfde niet, omdat ik wist hoezeer ik de directie in de problemen ging brengen. Uiteindelijk vroeg ik toch een halftijdse en kreeg ik vier uur, het minimum.”

Juf Sigrid, Vierwindenschool

Juf Sigrid woont in een deelgemeente van Aalst. Elke dag pendelt ze anderhalf uur heen, anderhalf uur terug. Of ze nooit heeft overwogen om dichter bij huis werk te zoeken? “Toen ik zelf een gezin stichtte, heb ik daar even over getwijfeld, maar ik wilde de wereld verbeteren, en dat kon in Molenbeek. Nu kan dat ook in Aalst, maar ik blijf hier. Ik ben hier bekend, een vaste waarde in het team en een aanspreekpunt voor de ouders.” Terwijl ze het zegt, lichten haar ogen op. “Eigenlijk doe ik het nog altijd heel graag,” zegt ze. “Maar het zou nog veel leuker zijn om de radertjes in elkaar te zien draaien. Want als iedereen er is, is dit een goed geoliede machine. Alleen vallen er continue mensen uit, waardoor het nu langs alle kanten schuurt.”

15.30 uur

De meeste leerkrachten zijn naar huis om de lessen van de volgende dag voor te bereiden. De zwaarte aan het begin van de dag heeft plaatsgemaakt voor opluchting, “het ís weer gelukt.” We vinden directeur Jo terug in zijn bureau, nog altijd even goedgezind. “Hoe ik mijn leerkrachten kan helpen? Door te snoeien in wat niet essentieel is. Ik ben hier nog maar sinds 1 september, maar als het van mij afhangt, verdwijnen er een pak werkgroepen en vergaderingen. Ik vraag me ook af wat de meerwaarde is van én een website én een Facebookpagina én een oudercommunicatieplatform. Kan dat niet eenvoudiger? Terug naar de essentie, dat is de boodschap.”

Frank Cörvers van Universiteit Maastricht: ‘Oppassen met de instaptoets’

Het lerarentekort is geen nieuw fenomeen. Begin de jaren 2000 stonden de kranten er vol van, om nadien weer weg te deemsteren en als een monster van Loch Ness af en toe weer op te duiken. Nu speelt vooral de verlaagde instroom de sector parten. Zo is het aantal studenten dat een bachelor lerarenopleiding startte sinds 2011 bijna gehalveerd.

Aan de oorzaak daarvan zou een verlaagd aanzien liggen. Dat de status van het leerkrachtenberoep een knauw heeft gekregen, klopt. Op de beroepsprestigeschaal van de Universiteit Maastricht tuimelde de leerkracht lager onderwijs van plek 42 naar plaats 69, en dat in tien jaar tijd. “Toch weten we niet zeker wat het precieze effect daarvan is op de instroom,” zegt hoogleraar arbeidsmarkt Frank Cörvers van diezelfde Universiteit Maastricht. “Of waaraan die daling ligt.”

Toch ziet Cörvers enkele mogelijke verklaringen. “Zo is de hele bevolking intussen beter opgeleid, waardoor de leerkracht zijn relatieve voordeel ziet verdwijnen. Daarnaast is er de wet van Sullerot, die zegt dat de status van beroepsgroepen waarin veel vrouwen actief zijn, achteruitgaat. En dan is er nog de verloning. In Nederland hebben we onlangs flinke salarismaatregelen genomen en is de instroom de laatste jaren erg gestegen. Maar of dat gelinkt is aan elkaar, blijft speculatief.”

Varkenscyclus

Het tij kan dus gekeerd worden. Meer zelfs, volgens Cörvers keert het tij voor een stuk vanzelf. Want in tijden dat het lerarentekort hoog is, is ook de baanzekerheid hoog, waarna de instroom volgt. Zodanig zelfs dat overshooting dreigt, en de massale belangstelling tot een overaanbod leidt, waardoor beginnende leerkrachten er weer alles aan moeten doen om toch maar enkele uren te sprokkelen. “Het is net zoals de varkenscyclus,” zegt Cörvers. “Als de prijs heel hoog is, wil iedereen varkens houden, maar tegen dat die slachtrijp zijn, is er zo’n groot aanbod dat de prijs weer zakt, waardoor iedereen z’n productie terugschroeft, en de prijs weer stijgt. Enzovoort.”

Die varkens- of lerarencyclus valt te reguleren met een toegangsexamen voor de lerarenopleidingen. Dat doet ook het aanzien stijgen, want het niveau kan omhoog, en studenten hebben het gevoel tot een exclusieve club behoren. “Trek in de schouw creëren,” noemt minister voor Onderwijs Ben Weyts (N-VA) dat. Hij pleitte dan ook al herhaaldelijk voor een instapproef.

“Maar daarmee moet je oppassen,” zegt Cörvers. “In Nederland hebben we met zo’n entreetoets, ook als je meeneemt dat de uitval tijdens de opleiding daalt, per saldo tussen de duizend en de tweeduizend studenten gemist. Dat op een moment dat er weliswaar geen tekort was, maar we wel al wisten dat er een groot lerarentekort zat aan te komen. Dat was iets heel stoms.”

Brusselpremie

Bovenstaande maatregelen gelden voor alle scholen, maar voor grootsteden worden in Nederland nog extra maatregelen genomen. “Leraren kunnen overal werken,” zegt Cörvers, “dus kijken ze waar het niet te duur is om te wonen. Amsterdam valt dan bijvoorbeeld al af.” Daarom is er in Nederland nu een ‘grotestedentoeslag’ van 1.000 tot 2.500 euro extra per jaar. Of het effect heeft, moet nog blijken.

Een idee waar ook Ann Martin, directeur Onderwijs van Odisee hogeschool zich in kan vinden. “Veel mensen denken dat zo’n Brusselpremie nog bestaan heeft, maar dat is niet het geval. Ik vind het een goed plan om leerkrachten te steunen die overwegen in Brussel te komen wonen, maar het niet kunnen betalen.” 

Ook wat betreft de toegangsproef volgt ze de redenering van Cörvers. “In Finland is er een ingangsexamen om leraar te mogen worden, vooral dan op het vlak van attitude. Maar daar kan men zich dat permitteren. Wij zitten in een ander stadium: als je hier nog veel drempels inbouwt, zal niemand nog meedoen. Op korte termijn kan dat dus niet. De vraag is: wanneer moet je de omslag maken?”

De uitdagingen in het Brussels onderwijs

BRUZZ buigt zich over de grote werven voor het onderwijs in Brussel. Zo is er niet enkel een tekort aan plaatsen, maar ook aan leerkrachten. En hoe omgaan met heikele zaken als taalgebruik op school?

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?