Onleefbare stad? Philippe Van Parijs roept op tot ongehoorzaamheid

© archief BDW
Filosoof en Brusselaar Philippe Van Parijs is het zat: te veel auto’s die de openbare ruimte inpalmen en mensen het plezier in de stad ontnemen. Tijd voor actie! Hij roept u allen op voor een burgerlijk ongehoorzame reuzenpicknick, elke zondag, pal op de Anspachlaan. Wie vergezelt hem?

Boos, woedend zelfs kan ik worden als ik aan mijn stad denk. Zeker wanneer ik zie hoe andere steden, in België en in het buitenland, er wél in slagen hun openbare ruimte onder handen te nemen. Ze leggen de centrale plekken in de stad opnieuw aan, zorgen ervoor dat het aangenaam is om er te flaneren, om elkaar te ontmoeten. Je kunt er de frisse lucht opsnuiven op een bank of op een terrasje. In vergelijking met andere steden doet Brussel het op dit vlak bedroevend slecht. En al is er een lichte vooruitgang, hij is te bescheiden en loopt tergend traag.

De roep naar kwaliteitsvolle openbare ruimte in de stad is helemaal geen luxe. Het is veel meer dan een kortstondige gril. We moeten onze kinderen en kleinkinderen kunnen zeggen: "Jullie zullen minder moeten consumeren dan wij, en toch zullen jullie een beter leven hebben dan wij." Om dit geloofwaardig te maken is een ingrijpende heraanleg van de openbare ruimte in onze steden onontbeerlijk.

De toekomst van onze planeet kan alleen verzekerd worden als de inwoners van het 'Noorden' veel minder natuurlijke hulpbronnen verbruiken dan ze vandaag doen, wat alleen te bereiken is door in de steden dichter bij elkaar te wonen. Dat zal de prijzen van stedelijke woningen beslist de hoogte in jagen, en bijgevolg de gemiddelde grootte van die woningen doen krimpen. Bij gebrek aan privéruimte zal een aangename en veilige openbare ruimte steeds belangrijker worden voor een evenwichtig leven voor ieder van ons. Die is nodig om te beletten dat bij veel jongeren de stoppen doorslaan in veel te benepen flats of op veel te enge trottoirs. Om te beletten dat senioren kapotgaan van eenzaamheid. Om een serene ontmoeting te vergemakkelijken tussen de steeds meer verschillende onder­delen van onze stedelijke bevolkingen, in plaats van die zich te laten opsluiten in hun getto's.

Auto's
Net als andere steden kan Brussel alleen grote stappen voorwaarts maken door uitgestrekte ruimtes vrij te maken van autoverkeer en parkeren. Dat kan permanent zijn, of alleen op bepaalde uren van elke dag of van de week.

Het is een feit dat auto's voetgangers en fietsers doden, niet alleen door er af en toe een van de weg te maaien, maar vooral door de viezigheid die ze als een sluipend gif in onze longen jagen. Bovendien ontnemen de auto's de inwoners het plezier aan de stad: ze domineren de openbare ruimte, helpen het landschap naar de bliksem en kwellen de oren met hun lawaai.

Met de auto rondrijden in een stadscentrum mag niet langer de regel zijn. Het moet een uitzondering worden waarvoor een bijzondere reden gegeven moet kunnen worden: het transport van zware spullen bijvoorbeeld, of van mensen die slecht ter been zijn.

Net als andere steden kent Brussel een aantal dromen en plannen die de goede richting uit gaan. Maar het is nu echt tijd om sneller en krachtiger vooruit te gaan, vooral in de hoofdstad van een ontredderd Europa die, meer nog dan gelijk welke andere stad, het voorbeeld moet geven.

Als de overheden niet mee willen stappen in dit verhaal, dan moeten de Brusselse burgers zelf de zaak in handen nemen. Ze hébben dat ooit gedaan. Op 7 mei 1971 lanceerde het Engelstalige tijdschrift The Bulletin een petitie voor een autovrije Grote Markt, 'the world's most beautiful car park'. Die petitie was ondertekend door tal van Brusselaars, onder wie Jacques Brel. Het stadsbestuur gaf geen krimp. The Bulletin organiseerde toen een 'sit-down protest' in de vorm van een picnic. Auto's konden de Grote Markt niet meer op. Enkele maanden later heeft burgemeester Cooremans dan toch toegegeven. Is er iemand die daar vandaag nog over klaagt?

Voilà, dat is een mooi precedent. Het zou van lafheid getuigen om dat evenement niet te herhalen - op een bescheiden manier, om te beginnen. Waarom niet, nu het mooi weer wordt, een picknick elke zondagmiddag over de hele breedte van de Anspachlaan tussen de Beurs en het De Brouckèreplein? Het zal volstaan om beleefd aan de automobilisten uit te leggen dat het voor één keer niet aan hen is om de wet op te leggen. Een vleugje burgerlijke ongehoorzaamheid is meer dan gewettigd als antwoord op deze onverantwoorde lethargie.

Brussel bruist van de muzikanten en talentvolle acteurs die de actie kunnen opvrolijken, zelfs bij druilerig weer. Ze kunnen er veel méér van maken dan een simpele picknick of passeggiata. En om dit allemaal te organiseren, vindt men vast beter dan een oude filosoof: enkele Twitter-virtuozen of Facebook-adepten, of - waarom niet? - een handvol flashmob-pioniers. Ik zal er in ieder geval bij zijn. Slechts één keer in mijn leven ben ik in de gevangenis beland. Als het moet, ga ik met veel plezier nog eens een keer. Voor de goede zaak. Wie is bereid om mij te vergezellen?

door Philippe Van Parijs

Philippe Van Parijs is Brusselaar en hoogleraar aan de universiteiten van Louvain-la-Neuve (Hoover-leerstoel voor economische en sociale ethiek) en van Oxford (Rechtsfaculteit)

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?