Een nieuw lichtbad voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken

De Lakense Onze-Lieve-­Vrouwekerk zal spoedig in een nieuw licht baden.© VSE

Een ploeg elektriciens, geholpen door alpinisten, is dezer dagen druk bezig met het monteren van spots op de gevels en torens van de Lakense Onze-Lieve-­Vrouwekerk. Een secuur werk, want zowel het beschermde gebouw als de broedende valkjes moeten worden ontzien.

Wie 's avonds de tunnel van de Koninginnelaan uitrijdt richting Onze-Lieve-Vrouwvoorplein, ziet vandaag vooral de drie benedenportalen van de kerk, die met geel-rozig licht beschenen worden. De rest blijft in duister gehuld.

Daar komt heel binnenkort verandering in, want Beliris, het samenwerkingsfonds van de federale en Brusselse overheid, is volop bezig met de vernieuwing van de oude, schamele sfeerverlichting. Begin deze eeuw ontfermde Beliris zich ook al over de restauratie van de daken en de gevels van de beschermde, neogotische kerk. De nieuwe verlichting – kostprijs ruim een miljoen euro – is de kers op de taart. “De Onze-Lieve-Vrouwekerk is een schitterend monument, een referentiepunt in het noorden van Brussel. Het is belangrijk dat dit erfgoed goed tot zijn recht komt,” zegt woordvoerster Elien De Swaef van Beliris. “Straks zal de kerk 's nachts van heinde en verre te zien zijn.”

1752 Kerk Laken Fiorenzo Namèche

Voor het lichtontwerp deed Beliris onder meer een beroep op Fiorenzo Namèche, zaakvoerder van het Brusselse bureau Light-To-Light. Hij wilde in de eerste plaats de drie 'kronen' in de architectuur van de voorgevel accentueren. “Boven elkaar liggen drie kroonvormige bouwlagen, waarvan de hoogste gevormd wordt door de torenspitsen. Die zullen nu beter uit de verf komen,” vertelt Namèche, die even weggeglipt is uit de wekelijkse werfvergadering in het kerkgebouw.

Op deze manier legt hij meteen ook de link met de koninklijke familie, die een bijzondere band heeft met deze monumentale kerk. Het bouwwerk werd in het midden van de negentiende eeuw getekend door architect Joseph Poelaert op verzoek van koning Leopold I, die er zijn overleden vrouw, Louise-Marie, een praalgraf wilde geven. Aan de achterzijde kwam daarom een koninklijke crypte – met een extra deur naar buiten zodat Leopold I, die zelf protestant was, na zijn dood niet via de kerk zou moeten worden vervoerd – waarin behalve Louise-­Marie ook de andere Belgische monarchen en sommige familie­leden begraven liggen.

1753 verlichting Kerk 5
© VSE
| Voor de hogere spots en ook voor de andere plekken waar de monteurs met een ladder niet bij kunnen, worden alpinisten ingeschakeld.

Namèche moest ook beslissen over de kleur van het licht. “Het is een kerk, het moet sober zijn,” legt hij uit. Geen kleur dus. Hij koos voor twee wittinten, goudwit voor de verlichting van de binnenkant van de portalen en gewoon wit voor de buitenkant van de gewelven. Namèche: “Door met twee tinten te werken krijgt de gevel meer reliëf. Het is een toevoeging ten opzichte van het daglicht, dat éénkleurig is. Met het witte licht zullen de talrijke architectuurelementen op de gevels van dichtbij beschenen worden, zodat ze goed zichtbaar zijn.”

Architectuurelementen zijn er in overvloed: architect Poelaert strooide destijds kwistig met spitsbogen, luchtbogen, frontalen, loggia's, pinakels en zuiltjes, en liet die vaak ook versieren met sculpturen en waterspuwers. De bouw van de kerk sleepte meer dan een halve eeuw aan, maar door geldgebrek raakte een deel van de geplande versieringen nooit afgewerkt. “Her en der staan steenblokken die niet uitgehouwen zijn,” vertelt Namèche. “Daar gaan we de aandacht bewust niet op vestigen.”

Door de recente ontwikkelingen in de lichttechniek is het mogelijk om voor het hele bouwwerk alleen ledverlichting te gebruiken. In het totaal komen er op of achter de gevel, achter sommige glasramen en ook in de grond rondom de kerk vierhonderd spots in alle soorten en maten, sommige met vijf, andere met vijftig ledlampjes. Gelukkig is ledverlichting een stuk energiezuiniger dan de vroegere gloei-, halogeen- of gasontladingslampen,” zegt Namèche. “De hele verlichting, vierhonderd spots dus, zal dagelijks 50kWh verbruiken, dat is vergelijkbaar met een grote eengezinswoning.”

1753 verlichting Kerk 9
© VSE
| Begin deze eeuw ontfermde Beliris zich ook al over de restauratie van de daken en de gevels van de beschermde, neogotische kerk. De nieuwe verlichting – kostprijs ruim een miljoen euro – is de kers op de taart.

Lichtvervuiling

Of een van onder tot boven verlichte kerk niet veel lichtvervuiling zal veroorzaken? Namèche beweert van niet: “Doordat er zoveel spots komen die de gevel van heel dichtbij beschijnen, kunnen we de sterkte van het licht beperken.”

De verlichtingswerkzaamheden zijn ondertussen bijna vijf maanden bezig. Al die tijd komt Filip De Ridder, werfcontroleur van Beliris, een paar keer per week langs in de kerk om te kijken of alles vlot verloopt. “Eerst moesten er van beneden tot hoog in de torens kabels gelegd worden en verdeelkasten geïnstalleerd. In totaal gaat het om meer dan vier kilometer kabel,” vertelt De Ridder. Nu is de aannemer bezig met de installatie van de ankerpunten en de bevestiging van de spots. De Ridder: “Daarbij moet het erfgoed zoveel mogelijk worden ontzien. Kabels en sokkels die vanaf de straat zichtbaar zijn, worden verstopt of in dezelfde bleke kleur van de muur geschilderd. Alles zo discreet mogelijk.”

1753 verlichting Kerk 2
© VSE
| Deze zomer moet het lichtspel klaar zijn. Voor het zover is, worden er nachtelijke testen gedaan.

Ook mogen de bekabelaars en elektriciens het monument niet beschadigen bij de verankering van de spots, die soms zeventien kilo wegen. “Sommige beugels en ankerpunten kunnen we gewoon in een hoek vastklemmen, voor andere moeten we toch een klein gaatje boren, zonder infiltraties te veroorzaken, en daar lijm in spuiten. Een armatuur simpelweg vastlijmen tegen de muur riskeren we niet. De hoogste spots komen op 84 meter te hangen, stel je voor dat er een loskomt als het stormt.”

Om de complexiteit van de werf aanschouwelijk te maken neemt De Ridder me via een duizeligmakende wenteltrap mee tot op een balkon op 72 meter hoogte. Vanaf dit punt is het nog 27 meter tot de hoogste torenspits. “Tot hier raken de gewone monteurs,” vertelt hij. Voor de hogere spots en ook voor de andere plekken waar ze met een ladder niet bij kunnen, worden alpinisten ingeschakeld. Die acrobaten klauterden onlangs bijvoorbeeld op de daken om de verticaal gerichte schijnwerpers te monteren die de rankheid van de spitsen zullen benadrukken.

Op het balkon staat ook een metalen nestkast voor de valken, die hier normaal gezien jaarlijks komen broeden. Ondanks de voorzichtigheid van de aannemer – er werd wekenlang niet op deze hoogte gewerkt – zijn ze dit jaar niet komen opdagen. Maar achter in de kerk, boven de crypte, is er wel een valkennest. De werklui moeten die plek dan ook mijden.

Ook in de toekomst zal met de valken rekening worden gehouden, vertelt Beliris-woordvoerster De Swaef. “Tijdens het broedproces zullen bepaalde lampen in de buurt van de vogels uitgeschakeld kunnen worden.”

Het hele lichtsysteem, dat straks beheerd zal worden door Brussel Mobiliteit, kan vanaf een afstand afgesteld, geregeld en gecontroleerd worden. Zo is het ook de bedoeling om de verlichting in het holst van de nacht, na een uur of één, te dimmen, kwestie van het energieverbruik en de mogelijke lichtvervuiling nog meer te beperken.

Het nieuwe lichtspel moet deze zomer klaar zijn. Voor het zover is, zullen er eerst nog partiële nachtelijke testen gebeuren, bedoeld om elke spot precies in de goede positie te krijgen. In juni is er dan de generale repetitie die wellicht enkele nachten zal duren.

1753 verlichting Kerk
© Light to light - vkgroup
| “Straks zal de kerk ’s nachts van heinde en verre te zien zijn,” zegt Elien De Swaef van Beliris (simulatiebeeld.)

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?