Weinig animo voor betogingsverbod voor relschoppers

© Belga
| De coronabetoging van 23 januari 2022 liep danig uit de hand.

De meerderheid in het Brussels parlement voelt er weinig voor om de hooliganwet uit te breiden tot manifestaties, om relschoppers zo te weren van betogingen. Dat bleek tijdens een actuadebat over de rellen van 23 januari.

Een wet tegen relschoppers. Dat is wat burgemeester Philippe Close (PS) voorstelt na de betoging van 23 januari tegen de coronamaatregelen.

Toen heeft een harde kern van relschoppers lelijk huisgehouden in de Europese Wijk, in het Jubelpark en aan metrohalte Merode. De politie werd belaagd en bekogeld met dranghekken en andere projectielen.

Er zijn 228 relschoppers opgepakt. Acht van hen moeten voorkomen. Er loopt nog een onderzoek naar 91 gevallen van agressie.

'Gevaarlijk in rechtsstaat'

Burgemeester Close heeft er de buik van vol, zo zei hij maandag in La Libre. Hij wil, naar Frans voorbeeld, manifestanten die zich schuldig hebben gemaakt aan rellen of politieagressie een administratief betogingsverbod opleggen. Hij is hierover in overleg met federaal minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD).

Maar in de commissie Binnenlandse Zaken van het Brussels parlement bleek daar weinig animo voor. Zeker Ecolo ging hard op de rem staan. Voor parlementslid Ahmed Mouhssin is zo’n wet tegen relschoppers in strijd met de rechten van de mens. Hij vindt het ook gevaarlijk in een rechtsstaat om burgemeesters de macht te geven om mensen van een betoging te weren, zonder uitspraak van een rechtbank.

MR-parlementslid en burgemeester Vincent De Wolf (MR) is het daar niet mee eens. “Het is niet omdat er een grondwettelijk recht is op manifesteren, dat daar niet aan getornd kan worden bijvoorbeeld als er eerder geweld werd gepleegd,” zo zei hij vanuit de oppositie.

Burgemeester Close kreeg niet meteen bijval bij zijn eigen partij voor zijn voorstel om recalcitrante manifestanten te weren. Minister-president Rudi Vervoort (PS) sprak er zich helemaal niet over uit, ondanks de vele vragen van de parlementsleden.

Wel wees hij erop dat er nu een taskforce is opgericht om de camerabeelden te analyseren om relschoppers te kunnen identificeren en vervolgens voor het gerecht te kunnen brengen. En er zijn nogal wat camerabeelden, zei Vervoort. Er zijn de gewone straatcamera’s, de drones die in de lucht hingen en de bodycams.

Het lijkt erop dat Vervoort er voldoende vertrouwen in heeft dat het gerecht zijn werk kan doen na gewelddadige manifestaties en dat er niet preventief manifestanten de toegang tot betogingen moet worden ontzegd.

Ook parlementslid Jamal Ikazban (PS) vindt dat de politiek het hoofd koel moet houden. “Er zijn duizend betogingen per jaar in Brussel. De overgrote meerderheid verloopt zonder problemen. Zeker vergeleken met andere landen doen we het niet slecht. De vrijheid om te betogen is primordiaal.”

'Totalitair'

Vraag blijft wel hoe Brussel om moet gaan met dergelijke gewelddadige betogingen.

Meerderheid noch oppositie zijn gewonnen voor het verbieden van betogingen die geweld in zich dragen. “Hoewel een deel van de bevolking me dat wel vraagt,” zei De Wolf. Hij kon daar begrip voor opbrengen. “Voor omwonenden van het Jubelpark is het tegenwoordig onmogelijk geworden om bij manifestaties naar buiten te gaan. Dat is niet redelijk.”

Maar hij gelooft niet in een verbod op betogen. “Het enige wat je dan krijgt is toch een betoging. Met als nadeel dat we als burgemeester niet vooraf in gesprek zijn gegaan met de organisatoren. Dan is er geen voorbereiding, geen parcours, geen dialoog…”

Ook minister-president Vervoort wees op het grondwettelijk recht om te betogen. “Het is wat ons onderscheidt van een totalitair regime.”

Voor parlementslid Bianca Debaets (CD&V) moet er daarom dringend gekeken worden naar andere manieren van betogen. “In Den Haag is er het Malieveld waar statisch betoogd kan worden. Laten we daar eens naar kijken,” stelde ze voor.

Goud en zilver

Tot slot ging het nog over de taak van de minister-president in de hele ordehandhaving tijdens dergelijke grote manifestaties. Betogingen worden nu in goede banen geleid door de verschillende burgemeesters op wier grondgebied de betoging plaatsvindt. Maar wel met een vorm van hiërarchie. “In dit geval was de politie van de zone Brussel Hoofdstad Elsene ‘goud’, en de zone Montgomery ‘zilver’ en dat is goed zo,” zo vatte De Wolf het samen. Bij grote operaties is de korpschef van Brussel Hoofdstad Elsene immers gold commander.

Ecolo-parlementslid Mouhssin deed wel een opmerkelijk voorstel: een soort van manifestatiebarometer. Bij echt grote manifestaties, bijvoorbeeld met meer dan 50.000 deelnemers, zou de ordehandhaving in handen moeten komen van de minister-president.

Ook N-VA is er voorstander van dat de minister-president tijdens dergelijke betogingen meer op de voorgrond komt. Per slot van rekening heeft de minister-president sinds de zesde staatshervorming de bevoegdheden van een gouverneur gekregen. Parlementslid Mathias Vanden Borre (N-VA): “Als burgemeesters de orde handhaven dan gebeurt dat te veel vanuit een gemeentelijke blik. Dat moet anders. De minister-president kan hier perfect de lead in nemen.”

“Dat kan als een burgemeester faalt in zijn taak,” repliceerde Vervoort. “En dat was nu niet het geval. De ordehandhaving zelf heeft op 23 januari goed gefunctioneerd.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?