big city

JOUW VRAAG. Klopt het dat spruitjes voor het eerst in Sint-Gillis zijn gekweekt?

Bekijk ook de afspeellijst: woensdag 21 februari 2018

Hoelang het spruitje bestaat, is niet helemaal duidelijk, maar er is al sprake van de groente in de geschriften van de Grieken en de Romeinen. 

In onze contreien dook het spruitje op in het midden van de zeventiende eeuw en wel in Obbrussel, het plattelandsdorpje dat later Sint-Gillis zou worden. De naam Obbrussel verwees naar de hogere ligging ten opzichte van het ommuurde Brussel.

Op de velden van Obbrussel werden vanaf 1550 kolen en andere groenten gekweekt. Ze waren bedoeld voor de snel uitdijende Brusselse bevolking. Maar het bleef lastig om aan de groeiende vraag te voldoen.

Tot enkele boerkozen er rond 1650 in slaagden om spruitjes te kweken, een verticaal groeiende plant met een stevige steel, die veel kooltjes draagt en die op eenzelfde stuk grond veel meer opbrengt dan groenten die languit over de grond groeien.

Kuulkappers

De intensieve spruitjesteelt die toen ontstond, bezorgde de inwoners van Sint-Gillis meteen hun bijnaam: de Kuulkappers. Twee eeuwen lang waren de sprôtches - een volksgroente - de belangrijkste bron van inkomsten voor de tuinders van Sint-Gillis.

Door de toenemende verstedelijking en industrialisering liep de teelt eind negentiende eeuw flink terug. Het laatste spruitjesveld in Sint-Gillis verdween in 1904. Nu wordt de groente alleen nog gekweekt in een paar volkstuintjes en een enkele privétuin. Zo bijvoorbeeld in de hof van Yves Agart, een gepensioneerde onderwijzer met een grote interesse voor het spruitje. Hij is dan ook voorzitter en grootmeester van de confrérie van de Kuulkappers, een gastronomisch genootschap dat 33 jaar geleden, mede door huidig burgemeester Charles Picqué, werd opgericht om de traditie en zeker ook de reputatie van het spruitje te beschermen.

"In de jaren zestig en zeventig wilde niemand nog van spruitjes weten," vertelt Agart. "De typische bedompte spruitjeslucht deed velen terugdenken aan de schrale oorlogsjaren. Tegenwoordig gaat het beter. Mensen gaan weer op zoek naar natuurlijke producten en vergeten groenten en fruit. Dat is een goede zaak voor de witlof van Evere, de Schaarbeekse krieken en ook voor het spruitje."

BIG CITY spruit BRUZZ ACTUA 1604

De confrérie telt vandaag nog een twintigtal leden, onder wie een arts, een apotheker, een arbeider van de gemeente en een kok. Wie wil toetreden tot het genootschap moet eerst twee jaar stage doen en kan dan geleidelijk aan opklimmen tot grootmeester.

Om de gastronomische waarde van het spruitje hoog te houden en er een eigentijds smaakje aan te geven organiseert de orde elk jaar een chapître, een banket in het gemeentehuis van Sint-Gillis. De leden, gekleed in lange blauw-gele gewaden met hoed, ontvangen dan andere gastronomische genootschappen die in Brussel of Wallonië actief zijn. Vanzelfsprekend staan er spruitjes op het menu, telkens op een andere manier bereid.

Het genootschap bewerkstelligde dat de Kuulkappers een eigen straat kregen, vlak bij het politiekantoor, en haalde ook de bekende reuzen van onder het stof.

Net als enkele andere Brusselse gemeenten heeft Sint-Gillis zijn reuzen. Ze zijn gelinkt aan de spruitjescultuur.

In 1948 werd op initiatief van de lokale handelaarsvereniging een eerste reus gemaakt, Pietje de Kuulkapper, een reuzenpop van goed vier meter en 52 kilo. Een jaar later zag zijn vrouw Lowiske het levenslicht. Hun huwelijk werd met veel pracht en praal gevierd op 11 september 1949. Al snel werd een kleine reus geboren, Chareltje. Het drietal vrolijkte heel wat braderieën op, maar in de loop der jaren raakten ze in vergetelheid.

Uiteindelijk werden ze opgeborgen in een kelder.

Waar is Chareltje?

Tot de confrérie van de Kuulkappers in 1985 weer aanknoopte bij de folkloristische traditie. "Als ik een nieuwe confrère introniseer, doe ik dat in de naam van Pietje, Lowiske en Chareltje," vertelt Agart.
Door toedoen van het genootschap kregen de reuzen een onderkomen in het gemeentehuis, onder de eretrap. Helaas werd Chareltje gestolen, vertelt Agart. "We zijn al twee jaar op zoek naar hem."

Ook de andere twee komen vandaag niet meer zo vaak buiten. "Het onderhoud is duur. Bovendien moeten er telkens dragers gezocht en betaald worden. Poppendrager is toch een soort metier. Vroeger haalden we ze uit Ath. Nu zijn ze steeds moeilijker te vinden." 

Volgende week: Waarom heet het Koningin Astridplein in Jette in de volksmond het Spiegelplein?

 

BIG CITY: stel zelf je vraag

Elke week gaat BRUZZ met Big City op zoek naar antwoorden op jouw vragen over Brussel. Vragen allerhande over jouw stad stel je online aan de redactie. De vraag met de meeste voorkeuren wordt onderzocht en beantwoord.

Ook een vraag over Brussel? Zet onze journalisten aan het werk en stel je vraag in Big City.

Big City

Zet onze journalisten aan het werk en stel ons jouw vraag over Brussel. De populairste vragen van de BRUZZ-gebruikers worden beantwoord in een reportage op een of meerdere BRUZZ-kanalen. Alle info op bruzz.be/bigcity.

De Ronde: Sint-Gillis

Een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen, slaat BRUZZ zijn tenten op in de negentien gemeenten. Dit is de gemeente SINT-GILLIS.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?