analyse

Hoe komt het dat je in Brussel nergens kunt zwemmen in open lucht?

De Mayfairvijver in Anderlecht, onze eerste concrete hoop op openluchtzwemmen in lange tijd© Pool is Cool

Brussel is een van de weinige steden in Europa zonder openluchtbad, noch zwemvijver of -rivier, een situatie die eens te nijpender wordt als we puffen in de hitte en door het coronavirus meer aan huis zijn gekluisterd. Hoe zijn we in deze situatie beland? En wat moet er nu gebeuren?

"Ik was elke dag na werk zwemmen", sms'te een vriendin in Amsterdam me vrolijk tijdens de hittegolf van vorige week, inclusief foto's van de steiger aan het IJ waar ze dagelijks vanaf dook. Toen ik antwoordde dat dat in Brussel helaas niet kan, wegens geen enkele plaats waar je (legaal) het water in kan duiken, reageerde ze spontaan: "37 graden en dan niet kunnen zwemmen, dat is bijna mishandeling."

Natuurlijk hebben de Nederlanders wat zwemmen betreft hun geografie mee, met hun overvloed aan water. Maar je kunt in Amsterdam niet alleen spontaan in vijvers of de Amstel en het IJ springen. De stad, die een stuk kleiner is dan Brussel, telt acht of zes openluchtzwembaden - afhankelijk van of je Amstelveen meetelt of niet. In steden als Wenen of Berlijn vind je bij wijze van spreken om elke hoek een buitenbad. Ook in Antwerpen en Gent kan wie dat wil minstens op een paar plaatsen rondspetteren.

Brussel, hoofdstad van Europa en met 1,2 miljoen inwoners veruit de grootste stad van het land, heeft als enige grote Belgische stad geen openluchtzwemgelegenheid, een issue dat actiegroep Pool is Cool al een paar jaar aanklaagt.

Het zwemwatertekort kan in coronatijden een frivool akkefietje lijken. Maar diezelfde coronacrisis heeft samen met de verzengende hitte van de afgelopen week en het gebrek aan Brusselse buitenbaden een 'perfect storm' gecreëerd. De Brusselaar op zoek naar verkoeling is deze zomer vaker thuis dan in andere jaren. Badsteden en zwemvijvers elders, die al overspoeld worden door meer lokale bezoekers, zien hem liever gaan dan komen.

Toen een groep herrieschoppers op het Blankenbergse strand uit Brussel bleek te komen, pleitte een nationale politievakbond openlijk voor een harde aanpak van het 'Brussels uitschot'. Het aantal treinen naar de kust werd beperkt tijdens een paar van de heetste dagen van het afgelopen decennium. Dagjestoeristen - uit Brussel of elders - waren niet welkom in de grootste kuststeden.

Ook niet in zwemvijver Renipont-Plage in Lasne. De vijver kon de toevloed van Brusselaars in de dagen daarna niet meer aan en is voortaan enkel nog voor locals toegankelijk. Oppositiepartij PVDA stelde een pierenbadje op tussen sociale woonblokken aan de Papenvest om aandacht te vragen voor het gebrek aan buitenbaden.

Bij gebrek aan alternatieven gingen jonge Brusselaars vaker verfrissing zoeken waar het niet mag. En dat loopt soms fataal af. Een jongen van 12 verdronk afgelopen donderdag in Anderlecht nadat hij met vriendjes in het kanaal gesprongen was.

Solaria met ligweides

Ooit, midden jaren dertig van de vorige eeuw, had Brussel nochtans viér openluchtzwembaden, blijkt uit de publicatie Zwembaden en Openbare baden van Erfgoed.brussels.

In 1900 werd als eerste het 'Hondekensbad' aan de Slachthuislaan van Anderlecht ingehuldigd. Dit openluchtbad van de Stad Brussel, enkel voor mannen toegankelijk, werd rechtstreeks gevuld met water uit het kanaal. De badmeester goot elk half uur een kruik chloor direct in het water, dat toen ook al van twijfelachtige kwaliteit was. Ondanks alles kende het zwembad een reusachtig succes onder de arbeiders uit de buurt. Rond 1936 sloot het zwembad de deuren, iets later werd de Zenne overwelfd en verdween het deel van het kanaal dat het bad voedde.

Maar midden jaren dertig gingen wel drie andere baden in privé-eigendom open. Het waren alle drie 'solaria': moderne badcomplexen die de volksgezondheid wilden bevorderen, en daartoe een gesoficisteerdere waterzuivering hadden. Het publiek kwam er om te zwemmen in de openlucht, maar ook om te ontspannen, te zonnen, en te flirten.

De solaria konden floreren omdat het merendeel van de bevolking na de invoering van de betaalde vakantie eindelijk recht had op vrije tijd. Niet ver van Brussel bevindt zich trouwens ook nu nog het reusachtige solarium van Hofstade, dat ook bij Brusselaars erg in trek is.

solarium van Daring Molenbeek
Het solarium van Daring Molenbeek

In 1932 werd het voormalige openluchtzwembad in de IJskelderstraat in Sint-Gillis tot solarium verbouwd, en naar een toenmalige zwemkampioen 'Bains Van Schelle' genoemd.

Als gevolg van het succes van de 'Bains Van Schelle' zagen twee andere privé-initiatieven het licht: het Solarium van Evere in 1934, en het 'Daring Solarium' van de gelijknamige voetbalclub in Molenbeek, rond 1935.

Schuifdak in Sint-Gillis

De drie solaria werden een enorm succes: de klanten kwamen zowel uit Brussel als uit gemeenten uit de Rand.

En dat leidde de facto tot een vierde openluchtbad. Door de concurrentie van de Bains Van Schelle besloot de gemeente Sint-Gillis immers haar eigen zwembad - dat decennia later naar kampioen Victor Boin werd vernoemd - te moderniseren.

De gemeentelijke zwemhal kreeg een dak dat op mooie dagen volledig kon worden geopend, zoals het huidige zwembad van Waterloo. Het glazen dak bestond uit zes plateaus die via een elektrisch systeem over elkaar konden glijden, en zo het zwembad in een oogwenk veranderden in een solarium.

Brussel had zelfs víjf openluchtbaden kunnen hebben. In 1933 wilde een zekere René Stra op een terrein aan het Josaphatpark een ijsbaan neerpoten die in de zomer zou dienstdoen als openluchtzwembad. De uitgebreide plannen werden goedgekeurd in 1935, maar om een onbekende reden liet Stra het project daarna varen. Nu staat er een lagere school op de site.

solarium van Evere
© Verz. Belfius Bank - Académie Royale de Belgique © GOB
| Het solarium van Evere, met zijn uitgebreide terrassen en ligweides rondom bevond zich aan de Genèvestraat aan de grens met Schaarbeek, en was vanuit het centrum gemakkelijk bereikbaar met tram en bus (archiefbeeld)

De Bains Van Schelle en Daring overleefden de jaren zestig niet. Het solarium van Evere, met zijn grote ligweides rondom, sloot als laatste zijn deuren op het einde van de jaren 1970.

Volgens Marie Resseler, de kunsthistorica die de zwembadgeschiedenis voor Erfgoed.brussels onderzocht, kwam dat door een aantal slechte zomers, "met veel regen", waardoor de inkomsten tegenvielen, en problemen met het onderhoud van de betonnen zwembaden, die aan weer en wind blootgesteld waren.

Uit luchtbeelden valt trouwens op te maken dat de zwemkuip in Evere na de sluiting ruim twee decennia lag te verzanden, tot er begin van de jaren 2000 een woonwijk op het terrein werd gebouwd.

190722 Paul Steinbrück Pool is Cool
Paul Steinbrück van Pool is Cool: "Er moet politieke wil zijn om openluchtzwemmen aan te bieden. En daar was in Brussel in het verleden blijkbaar gebrek aan"

Josaphatsite

De voorbeelden uit Schaarbeek en Evere tonen aan dat de openluchtbaden uit het verleden niet zomaar terug aangelegd kunnen worden op de plaatsen waar ze vroeger waren. De grote open plekken in het gewest zijn inmiddels volgebouwd. Met uitzondering dan van de 33 hectare grote Josaphatsite, trouwens op de grens van die beide gemeenten. Nu op die site, die in handen is van de gewestelijke Maatschappij voor Stedelijke Inrichting, een tijdelijk publiek park is ingericht, kan een zwemvijver of -bad er misschien ook overwogen worden.

"De hygiëne-eisen zijn sinds de jaren dertig sterk gestegen", zegt Paul Steinbrück, architect en een van de bezielers van Pool is Cool. "Aan een openluchtbad zijn daardoor zware onderhoudskosten verbonden. Privé-investeerders denken daar twee keer over na, ze bouwen liever huizen op die grond."

"Met een gewone toegangsprijs ergens tussen 3 en 5 euro kan een buitenbad nooit rendabel zijn. Maximaal een derde van de financiering komt van de ticketverkoop, de rest moet publiek gefinancierd worden. "

En daar zit volgens Steinbrück de crux. "Er moet politieke wil zijn om een buitenbad aan te bieden. En daar was tot nu toe in Brussel blijkbaar gebrek aan. Kijk, je belt me nu in Wenen. Er zijn hier wel tien grote openluchtbaden, en je kunt daarnaast overal gratis in rivieren en meren zwemmen. Dat maakt hier gewoon deel uit van de cultuur. En eens dat in de cultuur zit, willen mensen ook moeite doen om die baden te ondersteunen en onderhouden."

Océade moet wijken

Het gebrek aan Brusselse politieke wil blijkt uit de recente geschiedenis. Tien jaar na de sluiting van het laatste openluchtbad, in 1988, sprong het subtropische waterparadijs Océade met haar indoor- en outdoorbaden in het gat dat het Everse solarium achterliet. Maar na drie generaties waterpret aan de Heizel moest dit privé-initiatief op terreinen van de Stad Brussel in 2018 wijken voor het Neo-vastgoedproject van de Stad.

Opinie Oceade BRUZZ ACTUA 1631
© Saskia Vanderstichele
| Nostalgisch terugkijken: Océade verschafte drie generaties waterpret in Brussel

Neo voorziet, ondanks de luide roep naar een openluchtbad, geen zwemvijver maar enkel een 'waterspiegel'. Een van de redenen daarvoor was dat "een zwemvijver op zonnige dagen 5.000 bezoekers zou aantrekken". Twee jaar en een politieke meerderheid verder wil die Neo nu "zonder taboes herbekijken". Of het vastgoedproject er nu komt of niet: Océade is onherroepelijk afgebroken. De beroemde glijbanen van het subtropische paradijs bevinden zich inmiddels in Roemenië.

En zo werd Brussel dus de enige Europese hoofdstad zonder toegankelijk openluchtzwembad. Tegelijk worden door klimaatopwarming onze zomers heter, en blijven door corona deze zomer veel meer Brusselaars thuis, waardoor de roep om eigen plekken om te plonzen steeds luider klinkt.

Verboden vruchten

Buitenbaden die niet in particuliere handen zijn kun je in Brussel nu op twee vingers tellen. De exclusieve Britse club David Lloyd opende in 2004 een openluchtzwembad in Ukkel, vlak bij het Zoniënwoud, maar dat is met een lidgeld van rond de 150 euro per maand niet weggelegd voor de gewone sterveling.

In de bouwaanvraag voor de renovatie van de oude Axa-hoofdzetel in Watermaal-Bosvoorde is een buitenzwembad opgenomen, dat naar alle waarschijnlijkheid eveneens door David Lloyd zal worden uitgebaat, bevestigt Brussels bouwmeester Kristiaan Borret.

zwembad Villa Empain
© Nicolas Lobet / Boghossian Stichting
| Het zwembad van de Elsense Villa Empain werd in 1930 bedacht als een waterspiegel voor het huis door architect Michel Polak. Het is omgeven door een art-decopergola en hedendaagse beeldhouwwerken. Baden mag er helaas niet

Dan rest nog het buitenbad achter de prachtige art déco Villa Empain in Elsene, die momenteel een museum huisvest. "Natuurlijk krijgen wij altijd de vraag, zeker in hete zomers als deze", lacht woordvoerster Caroline Schuermans.

"Sommige bezoekers zouden heel graag in het water willen duiken. Maar dit is een patrimoniumzwembad uit de jaren dertig. Mensen mogen in de tuin zitten en de weerspiegeling van de villa bekijken, maar zeker niet het bad in. Het is niet verwarmd, wij hebben hier geen verzekering voor, laat staan dat dit de bedoeling is van de Boghossian Stichting. Wij zijn een kunstencentrum dat de dialoog tussen oosterse en westerse culturen wil bevorderen."

Pascal Smet 12 BRUZZ ACTUA 1675

Staatssecretaris Pascal Smet (One.brussels/SP.A) was rond 2005 de eerste Brusselse politicus die openlijk pleitte voor een buitenbad, zodat Brusselaars van een staycation-avant-la-lettre zouden kunnen genieten. Als toenmalig minister van Openbare Werken sloot hij een akkoord met federaal Brusselfonds Beliris. Een bedrag van 6 miljoen euro werd vrijgemaakt voor het project, maar dat kwam nooit van de grond.

"In 2008 stonden wij heel ver", vertelt hij aan BRUZZ. "Er was een princiepsbeslissing genomen in de regering, vijf architectenteams deden mee aan een wedstrijd, er was een localisatiestudie gebeurd en een locatie aan het kanaal gekozen, waar nu een park zal komen. Maar Beliris heeft de werken altijd vertraagd en tegengewerkt."

Draagvlak

Had het Brussels gewest destijds niet gewoon een gebrek aan geld? "Het geld was er", zegt Smet verontwaardigd. "Het was een gebrek aan politieke wil. Toen de SP.A in 2009 uit de coalitie werd gezet, kondigde de toenmalige regering meteen triomfantelijk aan dat het zwembad begraven was."

"Ik heb dat nooit goed begrepen. Dit zwembad is er niet gekomen om politieke redenen, niet omdat het niet nuttig of nodig was."

"Een typisch gebrek aan vooruitziendheid, aan durf, aan ambitieus stedelijk denken", noemt Smet dat anno 2020. "Het werd destijds weggelachen. Het is hier veel te koud voor een openluchtbad, zei men. Ik had gewoon te vroeg gelijk."

Ook in het huidige regeerakkoord is één openluchtzwembad opgenomen. Smet maakt zich als staatssecretaris voor Stedenbouw sterk dat dat er ook zal komen, met als eerste stap een "realistische en realiseerbare" nota die hij in september aan de regering gaat voorleggen, en die het dossier "in een stroomversnelling moet brengen".

"Een belangrijk verschil", zegt Smet, "is dat er nu een groot draagvlak is bij de bevolking, met dank ook aan Pool is Cool, en als gevolg daarvan ook bij de politici."

En dat kan een belangrijke rol spelen, bevestigt Corry Floor, onderzoekster zweminfrastructuur bij het Nederlandse Mulier Instituut, dat onderzoek doet naar sport en bewegen. "Openluchtzwembaden zijn dure accomodaties om te onderhouden, voor die paar maanden per jaar dat ze open zijn. In Nederland zijn er daarom wel eens gemeenten die zich afvragen of ze die moeten behouden. Maar diezelfde gemeenten weten ook dat lekker aan het water verpozen voor Nederlanders een belangrijke vorm van recreatie is."

"Als er overwogen wordt een buitenbad te sluiten, protesteert de bevolking. De afgelopen jaren zijn er zo stichtingen ontstaan die, vaak met steun van de gemeente, een buitenbad beheren."

Meer dan één

Eén ding is duidelijk: in Brussel dringt een gewestelijke aanpak, met een aantal door de Brusselse regering gecoördineerde projecten, zich op. Wellicht kunnen of moeten een aantal van die zwemprojecten in beheer van gemeenten, stichtingen of sportorganisaties worden gegeven.

Eén enkele zwemvijver of één enkel bad, zoals het nu in het regeerakkoord staat, dreigt snel overbevolkt te raken in een stad van 1,2 miljoen mensen. Veel bezoekers zullen onverrichterzake naar huis moeten als het zwembad op warme dagen onvermijdelijk snel volzit.

Het voorziene gedrum kan ontwikkelaars paradoxaal genoeg zelfs doen besluiten toch maar geen zwemvijver te voorzien, zoals in het geval van Neo. In die zin is het goed nieuws dat Brusselaars vanaf volgend jaar wellicht ook in de Anderlechtse Mayfairvijver zullen kunnen duiken.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?